Familie Lutz: Altijd bezig in notarishuis en privépark

In samenwerking met de stichting Staten en Stinzen gaat Wykein dit jaar op bezoek bij eigenaren en bewoners van deze historische woonhuizen en buitenplaatsen. Vandaag de tweede aflevering met Mattie en Luc Lutz, sinds 1975 trotse bezitters van landgoed Philippusfenne in Kollum.

Mattie en Luc Lutz, sinds 1975 trotse bezitters van landgoed Philippusfenne in Kollum.

Mattie en Luc Lutz, sinds 1975 trotse bezitters van landgoed Philippusfenne in Kollum. foto: marchje andringa

Vindingrijk moet je wel zijn hoor! Soms denk ik wel eens: ik had een cursus werkplaats moeten volgen”, verzucht Mattie Lutz (78). ,,Nou, je redt het zonder óók heel aardig hoor”, zegt echtgenoot Luc (80) liefdevol. ,,Heb je het verhaal over de bel al verteld?”

Geamuseerd geeft hij een voorzetje: ,,We hadden zo’n klassieke klingelbel, maar die is op een gegeven moment naar beneden gevallen.” Mattie: ,,Toen heb ik zelf een elektrische bel aangesloten op de originele trekstang.” Dat werkt prima, maar heeft ook een nadeeltje: bezoekers verwachten na een ruk aan zo’n trekker geklingel te horen, en geven dus een tweede ruk als dat geluid uitblijft. Gevolg: de bewoners moeten tot twee keer toe het schelle gerinkel verduren. ,,Zijn we vast voorbereid voor als we slechthorend worden”, grinnikt de vrouw des huizes.

In het onwaarschijnlijke geval dat ze de bel missen is er trouwens ook nog hondje Tsuki. ,,Die slaat altijd goed aan, dat geeft ons een veilig gevoel.”

Niet helemáál verwaarloosd

Het echtpaar Lutz woonde met hun eerste kind in Laren toen Luc in 1975 een betrekking kreeg als directiesecretaris en jurist bij de Friesland Bank. Ze hadden eigenlijk in het hoofd om in een boerderijtje ergens buiten te gaan wonen, maar toen kregen ze een verkoopadvertentie over Voorstraat 87 in Kollum onder ogen, de residentie uit 1847 van de opeenvolgende notarissen Daniël Hermannus Andreae, Johannes Arnoldus Andreae, D. ter Haar, F. Wassenbergh en M.L. Wassenbergh. Mattie: ,,We kwamen op een gelegenheid in gesprek met Dam Jaarsma, de Friese schrijver. Die gaf les op de mavo hier in Kollum, dus die wist wel wat voor huis het was. ‘Moet u beslíst gaan zien’, zei hij.”

De eerste indruk was niet per se positief. Luc: ,,Het huis verkeerde ‘in redelijke staat’, om het vriendelijk te zeggen. Niet helemáál verwaarloosd, maar wel slecht in de verf, afhangende goten, dat soort dingen.” Mattie: ,,Maar toen kregen we een rondleiding en vielen we als een blok voor de tuin, die helemaal vol stond met sneeuwklokjes, winterakonieten en allerlei stinzenplanten waarvan ik de namen pas later heb leren kennen.”

Het is heel gunstig gelegen. Waar vind je nu een landhuis in het centrum van een dorp?

Die tuin kun je misschien beter een privépark noemen, want hij is anderhalve hectare groot. Andreae sr. liet hem aanleggen in de romantische landschapsstijl naar ontwerp van Lucas Pieters Roodbaard. Mattie: ,,Je kunt wel een tuin laten aanleggen, maar zoiets moois... met een vijver, prachtige oude bomen, wandelpaadjes, mooie doorkijkjes... en dus al die stinzenflora, dat is iets unieks. Het was februari toen we kwamen kijken, overal dor en bruin, en hier stonden volop bloemen te bloeien! Dat was echt een openbaring voor ons. Ik ben er nog altijd zó blij mee... het helpt je gewoon de winter door.”

Ook de rest van het jaar ervaren ze het als een paradijs. ,,Als je in voorjaar of zomer een rondje maakt over het golvende bruggetje dan zie je het huis heel mooi spiegelen in de vijver.” Helemaal achterin hebben ze trouwens ook nog een boomgaard met oude fruitrassen. ,,En het park trekt ook altijd veel vogels: afgelopen december hadden we bijvoorbeeld een groep ransuilen in de hoge bomen.” Zelf hebben ze een ren met parelhoenders. ,,Die mochten vroeger los rondlopen, maar ze gingen steeds naar de Voorstraat en zelfs wel bij Blokker naar binnen.”

Landhuis in centrum

Het is overigens niet zo dat het paar uit verliefdheid op het park het huis met al zijn gebreken maar op de koop toe nam. Mattie: ,,Het was echt de combinatie. We waren ook zéér gecharmeerd van het huis... Het is heel gunstig gelegen. Waar vind je nu een landhuis in het centrum van een dorp? We hebben hier de ruimte van het platteland, maar toch alle voorzieningen binnen handbereik. Als we een boerderijtje hadden gekocht zouden we continu aangewezen zijn op de auto. Hier vandaan konden de kinderen gewoon lopend naar school, we hebben supermarkten en andere winkels op steenworp afstand, mooier kun je het niet krijgen.”

En dan zijn er de luxe van een enórme leefruimte - ,,lekker groot, dan kun je gemakkelijk alles kwijt” - en de charme van een negentiende-eeuwse notabelenwoning. ,,De achtereenvolgende notarissen hebben wel veel veranderd, maar er zijn ook nog wel mooie klassieke elementen.” Als voorbeeld noemen ze de paneeldeuren en het glas-in-lood-raam boven de trap . En de woonkamer-en-suite is ook al ruim een eeuw oud. Luc: ,,Oorspronkelijk had het huis een bordes met een grote hal daarachter, zodat je dwars door het huis de tuin kon overzien. In 1902 is het bordes vervangen door een serre en ontstond er een eetkamer, met een slaapkamer erboven. Er is ook nog een spreekkamer van de notaris. Voor cliënten was er een ingang op de kopse kant van het huis. Daar zijn ook nog een wachtkamer en een klerkenruimte.”

Qua inventaris is overigens niets meer orgineel, zegt Mattie. ,,De erfgenamen van de laatste notaris Wassenbergh hebben eerst een boeldag gehouden voor ze het huis verkochten. Alles wat los kon, was eruit.” Dat had als voordeel dat het gezin het huis naar eigen smaak kon inrichten. Daarbij hield het een klassieke stijl aan. Dat is bijvoorbeeld goed te zien in de de keuken, die er authentiek uitziet. ,,We hebben de vloer eruit gehad om vloerverwarming te laten aanleggen, en toen hebben we naar een antieke tegel gezocht die hier goed zou passen.”

De eerste koude winter

Mattie: ,,We zijn 1 mei 1975 erin getrokken, toen konden we natuurlijk niet weten dat we het de eerste winter vréselijk koud zouden krijgen....” Luc: ,,Onze voorganger had gelukkig wel al centrale verwarming laten aanleggen.” Mattie: ,,Maar het was allemaal enkel glas en dat houdt weinig tegen. Het eerste wat ik deed wat doorzichtig landbouwplastic kopen om voor de raampartijen te spannen. Dat scheelde een stuk.”

Later investeerde het gezin - dat in Kollum nog een tweede kind kreeg - in dubbel monumentenglas en voorzetramen. En bij het geleidelijk aan vervangen van het betengelde behang creëerden ze tussen die wandbespanning en de enkelsteens gevel een isolatielaag van bubbeltjesplastic en steenwol. Heel veel méér aan isolatie kun je niet doen bij zo’n oud huis zonder spouwmuren. ,,In het stookseizoen leven we vooral in de keuken. Zo houden we het gasverbruik nog wel aardig binnen de perken.”

Samen met Staten en Stinzen gaat Friesch Dagblad dit jaar op bezoek bij eigenaren en bewoners van historische woonhuizen en buitenplaatsen. Aflevering 1: Anastasia de Guerre haalt herinneringen op aan Fogelsangh State in Veenklooster https://t.co/c5C96rY2FH

— Friesch Dagblad (@frieschdagblad) January 13, 2020

Neemt niet weg dat de energierekening er niet om liegt. En in zo’n oud huis is er ook altijd wel iets wat vervangen moet worden, of op zijn minst bijgewerkt. Luc: ,,Ik had natuurlijk een goed salaris, maar ook weer niet zo goed dat we alles zomaar konden laten doen.” Mattie: ,,We hebben voor onszelf weinig nodig. We hebben nooit veel gereisd, kopen weinig kleding en spullen... Ons huishouden is goedkoop.” Het is gewoon een kwestie van zo verstandig mogelijk handelen, vult haar man aan. ,,De prioriteit ligt bij alles wat met wind- en waterdicht houden te maken heeft. Schilderen, rot hout vervangen. En verder is het maar net wat zich voordoet.”

Deskundige vriend en vakman

Mattie: ,,We kunnen wat onderhoud betreft gelukkig terugvallen op een timmerman Pieter Kamminga uit Buitenpost. Zo’n creatieve vakman! Hij heeft bijvoorbeeld de terracotta leeuwen (inzet) gerestaureerd, die vroeger aan weerszijden van het bordes stonden en die nu aan de achterkant staan. En ook meteen een constructie erbij bedacht om ze tegen vorst te beschermen. Hij kwam hier 25 jaar geleden voor een klein klusje en het klikte meteen. Hij is als een vriend die ons adviseert over wat we direct moeten oppakken en waar we rekening mee moeten houden op termijn. Heel veel kan hij zelf, en voor grotere klussen kent hij de juiste restauratieaannemers.” Luc: ,,We hebben bijvoorbeeld eens het hele dak moeten laten vernieuwen. Het beschot was verrot doordat een voorganger het verkeerd had geïsoleerd, met niet-dampwerend plastic.” Mattie: ,,Het lekte héél erg, we hadden wel veertig bakjes en emmers op zolder staan.”

Kamer voor kamer

Luc: ,,Zulke dingen komen er dan tussendoor, maar voor de rest is het gewoon een kwestie van kamer voor kamer het huis opknappen.” Dat begon direct in 1975, toen het gezin eerst beneden woonde zolang boven de slaapkamers nog niet aangepakt waren, en gaat door tot op de dag van vandaag. Dat blijkt wel als het echtpaar een rondleiding geeft. In de achterste hoekkamer op de verdieping hebben ze net de kozijnen geschilderd en de kamer is nu toe aan behangen. ,,Ja, we blijven altijd wel bezig. Alleen wat wij ‘de balzaal’ noemen (een gigantische ruimte op de verdieping, aan de achterkant van het huis) laten we aan onze opvolgers.”

Wie dat zullen zijn, daar hebben ze nog geen idee van. ,,Het mooiste zou zijn als de kinderen het overnemen, maar dat zie ik niet direct gebeuren”, zegt Mattie. Gelukkig hoeven ze voorlopig nog niet weg, wat hen betreft. ,,Het huis heeft ruimte genoeg om eventueel beneden te gaan slapen, mochten we de trap niet meer op kunnen. Ik moet er toch niet aan denken om in zo’n flatje te wonen... wat moet je dan dóén de hele dag? Al dat werk houdt ons juist kwiek. We zijn altijd wel bezig. Is het niet in het huis, dan wel in de tuin. Voor het zagen en snoeien van de hoge bomen laten we klimmers komen, maar voor de rest houden we alles zelf bij.”

Nieuws

Meest gelezen

menu