Fries Museum in Leeuwarden wil jaarlijks vijfduizend bezoekers uit Fryslân en tweeduizend scholieren méér naar tentoonstellingen trekken

Het Fries Museum in Leeuwarden wil jaarlijks vijfduizend Friezen en tweeduizend scholieren méér naar haar tentoonstellingen trekken. Daartoe zijn de financiële middelen er tot en met 2024. Daarna wacht, als er niets verandert, het terugbrengen van het aantal grote tentoonstellingen op jaarbasis van twee naar één, en afscheid van personeel.

Exterieur van het Fries Museum in Leeuwarden.

Exterieur van het Fries Museum in Leeuwarden. Foto: ANP

Dat blijkt uit het Meerjarenplan ‘Fierder’ 2021-2024 en een toelichting daarop van Kris Callens, directeur van Keramiekmuseum Princessehof, het Fries Museum en het Fries Verzetsmuseum.

Het bezoekersaantal zou dit jaar - zonder coronamaatregelen - moeten uitkomen op 155.000 en de drie jaren erna steeds op 120.000. Grote trekkers, de zogenaamde grote A-tentoonstellingen, zijn dit jaar Haute Bordure en Icons & Identities . Daarna wacht onder andere een hoog-middeleeuws vervolg op Wij Vikingen en worden er exposities gebracht over Christoffel Bisschop - ‘een nostalgische Friese schilderverzamelaar en socialité in Haagse kringen en tijdgenoot van Sir Lawrence Alma-Tadema - en ‘Say yes to the dress’. In die laatste worden overbruidsjurken geëxposeerd, en komt de geschiedenis van de trouwjurk aan de orde.

En dan is er in 2023/2024 nog Rural Regeneration waarin Franse curatoren zich een half jaar in Fryslân willen wortelen en in samenwerking met bijvoorbeeld akkerbouwers, designers, makers en studenten, It Fryske Gea en de Friese Milieu Federatie activiteiten opzetten en de transitie naar plantaardige landbouw onderzoeken.

Divers publiek

,,We willen een divers publiek bereiken. Daar kan het onderwijs een grote rol in spelen, en dus zetten we nog meer in op educatieve programma’s”, zegt Kallens. ,,We zorgen ook altijd voor een online component, zodat het publiek ook buiten de fysieke openingstijden van het museum naar binnen kan.” Na het bouwen van een vikingsschip door mbo-studenten, moet er bij de vervolgtentoonstelling een middeleeuws bouwwerk worden vervaardigd. Jeugd tot achttien jaar blijft gratis entree houden, en via toegangsvouchers wil het Fries Museum hen laten terugkeren met hun familie. Zo moet mede het bezoek door bewoners van armere Leeuwarder wijken worden verhoogd.

Kallens wil de komende jaren ,,ruimhartig”, en meer dan nu al, de collectie van het Fries Museum uitlenen aan musea in de provincie als onderdeel van exposities daar.

Niet op zelfde voet verder

Meer dan gemiddeld gebruikelijk is in de cultuursector - die vaak afhankelijk is van tijdelijke subsidies en donaties - ziet Kallens onzekerheid voor het Fries Museum in de huidige vorm ná 2024. ,,Het is een bijzondere situatie waarin we zitten. De coronasteun die we hebben gekregen was gebaseerd op de bezoekersaantallen van de jaren 2017 en 2018. Daar zat Culturele Hoofdstad bij. Daarmee hebben we onze volledige verliezen door corona kunnen afdekken. Dat bedrag moest en is gecofinancierd door de provincie Fryslân en gemeente Leeuwarden. Dat steken we nu in het doorzetten van onze activiteiten, maar na 2024 is dat geld besteed.”

Als het Fries Museum daarna verder wil op de manier zoals die vanaf het culturele hoofdstadjaar is uitgevoerd, zal er weer geld bij moeten. ,,Zo niet, dan gaan we naar de situatie van 2017. En moeten we ons aanpassen naar één grote tentoonstelling per jaar en de kosten minderen. En in personeel zitten de grootste kosten voor een museum. Dat weten mensen bij ons al.”

Bijzondere opgave

Kallens zegt dat het Fries Museum elk jaar al een bijzondere opgave heeft om de begroting rond te krijgen. De basissubsidie van de provincie gaat op aan het gebouw en behoud van de collectie. De kosten voor tentoonstellingen en culturele programma’s worden zelf bijeengebracht, via entree, de winkel, fondsen en sponsoring.

,,Waar gemiddeld bij musea 80 procent van de kosten wordt gedekt door subsidie, is dat bij ons 37 procent. We genereren de rest uit eigen middelen, en gelukkig zijn we daar erg goed in”, zegt Kallens. ,,Maar we staan als Fries Museum niet in het centrum van de wereld, en bezoekers trekken blijft dan wel een uitdaging. We zijn de provincie dankbaar voor een best wel forse subsidie voor Friese begrippen. Maar de achterstand met het Drents en Gronings museum, die elk zes miljoen euro krijgen waar dat bij ons drie miljoen is, is niet meer te overbruggen. Toch maken we er het beste van, en is ons plezier er niet minder om.”