De eikenprocessierups blijkt nog volop aanwezig in Smallingerland, De Fryske Marren en Weststellingwerf. ,,Het is een illusie dat je alle bomen in het buitengebied kunt behandelen."

Landelijk daalde de overlast van de eikenprocessierups fors, maar de drie Friese gemeenten die een inventarisatie hebben doorgegeven, meldden juist een grote toename. Dat blijkt uit cijfers van het Kenniscentrum Eikenprocessierups.

Niet bestrijden maar zorgen voor een biologisch evenwicht werkt het beste tegen de eikenprocessierups.

Niet bestrijden maar zorgen voor een biologisch evenwicht werkt het beste tegen de eikenprocessierups. Foto: Koen van Weel

Smallingerland inspecteerde maar vijftig bomen, maar hiervan bleek 78 procent gastheer van de eikenprocessierups. De Fryske Marren bekeek 6500 van de ruim 12.000 bomen in de gemeente. 17 procent daarvan bleek besmet.

Het Kenniscentrum had ook cijfers van Weststellingwerf, aangeleverd door een ervaren vrijwilligers, meldt Arnold van Vliet van het Kenniscentrum en verbonden aan de WUR. Van de negentig door hem bekeken bomen bleek 84 procent besmet.

In alle drie de gemeenten was de zogeheten plaagdruk groter dan vorig jaar. Groeipercentages kan Van Vliet niet geven. ,,Op het formulier kon alleen worden aangegeven of er minder of meer rupsen werden aangetroffen.”

Allergisch

Met de landelijke gegevens hoopt het Kenniscentrum de bestrijding te bevorderen van de rupsen, wier haartjes blaren en allergische reacties kunnen veroorzaken bij mensen.

Alle drie Friese gemeenten gaven aan dat ze meer rupsen telden. Daarmee wijken de Friese cijfers af van het landelijke beeld. Daar vonden gemeenten gemiddeld in 17 procent van ruim 109.000 geïnventariseerde bomen eikenprocessierupsen. Dat is ongeveer de helft van het aantal van vorig jaar.

Volgens Van Vliet is daaruit op te maken dat de rups zich steeds verder naar het noorden verplaatst. ,,In Limburg hebben ze al dertig jaar overlast van de rups.”

Drempel

Dat Smallingerland maar 50 bomen onderzocht is volgens hem geen probleem. ,,Om de drempel niet te hoog te maken hebben we aangegeven dat gemeenten een kleine steekproef konden nemen. We moeten echt zien te voorkomen dat de rupsoverlast onbeheersbaar gaat worden. Een grote deelname, ook met kleine steekproeven, kan dan lonen met het oog op de toekomst. We gaan er vanuit dat ze in Smallingerland, waar ze veel eiken hebben staan, weten waar ze het beste een zo’n steekproef kunnen nemen.”

Volgens hem is De Fryske Marren goed bezig. ,,Als je goed in de gaten hebt waar de rupsen zitten, kun je anticiperen op de komende jaren. Wil je de overlast beperken, dan moet je er als gemeente jaarrond mee bezig zijn.”

Gaasvlieglarve

Veel gemeenten onderschatten volgens hem het probleem. ,,Je bent er echt niet met nestkastjes ophangen voor koolmeesjes, die graag deze rupsen eten. Vogels kunnen daar niet tegenaan eten. Dit jaar zijn daar trouwens ook minder van door een koud voorjaar. Zorg voor een goede biodiversiteit met veel natuurlijke vijanden zoals de gaasvlieglarve, de kleine poppenrover en de rupsenaaskever. En zet in het najaar feromoonvallen waarmee je de vlinders kunt lokken en vangen. ”

Bomen bespuiten met aaltjes is beter dan met gif. ,,Tegen spuiten met gif ontstaat ook steeds meer weerstand. Maar ook met aaltjes moet nog steeds elk jaar actief de rupsen bestrijden. Het is een illusie dat je álle bomen in het buitengebied kunt behandelen. Je moet werken aan een biologisch evenwicht. Dat kan heel wat jaren duren en vraag een voortdurende inspanning van gemeenten.”

Gunstiger

Het landelijke beeld was zoals gezegd gunstiger. In het piekjaar 2019 werden eikenprocessierupsen aangetroffen in 55 procent van de eikenbomen die niet preventief bespoten waren. Vorig jaar lag dat aantal met 30 procent al beduidend lager. Dit jaar blijkt uit de eerste analyse bijna een halvering van de plaagdruk: in 17 procent van de eiken zitten nog rupsen.

Van Vliet hoopt dat andere Friese gemeenten alsnog gaan tellen en hun bevindingen aanleveren. Het centrum riep een maand geleden gemeenten en vrijwilligers om de plaagdruk in hun gemeente te inventariseren. Dat leverde ruim tweehonderd inventarisatielijsten op. ,,Hoe beter beeld is dat we hebben, hoe beter we de plaag in de hand leren houden.”