Gemeenten in Fryslân weten niet waar te beginnen bij de nazorg voor corona. De impact op de publieke gezondheid is groot

Gemeenten worstelen met de juiste besteding van geld om de impact van de coronacrisis aan te pakken. Geld is er wel, maar het is verspreid over meerdere potjes. Gemeenteraden vragen om daadkracht en snelheid, maar wethouders weten niet waar ze moeten beginnen.

Gemeenten maken zich zorgen om de mentale gezondheid van inwoners na de lockdown.

Gemeenten maken zich zorgen om de mentale gezondheid van inwoners na de lockdown.

Dit gaven wethouders en beleidsmedewerkers van verschillende gemeenten donderdag aan tijdens de bestuurscommissie Gezondheid van de Veiligheidsregio Fryslân. Volgens GGD Fryslân, die met meerdere gemeenten over de impact van corona in gesprek ging, zijn er zorgen over de mentale gezondheid van inwoners, over kwetsbare groepen en de sociaal-economische impact. Theo Hartman, afdelingshoofd van GGD Fryslân, noemde de groep jonge adolescenten specifiek als aandachtspunt.

,,Dit is voor de GGD een relatief nieuwe groep”, zei hij. ,,Maar er zijn ondersteuningsprogramma’s die goede resultaten boeken in het voortgezet onderwijs, die je ook prima in het mbo of het hbo kunt inzetten.”

Verder zag hij dat gemeenten nog in de beginfase zitten en behoefte hebben aan een coördinator die de potjes geld beheert en die bepaalt waar het geld voor coronasteun besteed wordt. In Leeuwarden en Harlingen wordt volgens Hartman al met zo’n coördinator gewerkt.

Op de plank

De meeste gemeenten staan nog in de wacht. ,,We hebben de middelen op de plank liggen, en willen niet te lang wachten om deze te besteden. Juist omdat ze bedoeld zijn voor de effecten van corona op het publieke domein”, zegt Bert Wassink, wethouder in Leeuwarden. Hij merkt dat in het college en in de raad de wens is op korte termijn programma’s te zoeken waar mensen mee geholpen zijn. ,,Maar welke programma’s zijn dat?”

Ook Andries Bouwman, wethouder in Tytsjerksteradiel, krijgt concrete vragen vanuit de raad. ,,Hoe gaan we eenzaamheid aanpakken? Hoe helpen we de dorpshuizen weer gezond worden? Er ligt geld op de plank, maar dat betekent niet dat we allemaal zelf het wiel hoeven uit te vinden.”

Bewezen effectief

Hartman adviseerde gemeenten in elk geval om geen nieuwe programma’s te ontwikkelen, maar geld te geven aan projecten die bewezen effectief zijn. ,,Het gaat immers om incidenteel geld. Dan moet je daar geen structureel programma voor maken.” Als voorbeeld noemde hij het project De Gezonde School of De School als Vindplaats.

Een provinciale aanpak zagen de wethouders niet zitten. ,,We hebben geen tijd om zo’n breed programma te ontwikkelen, maar we kunnen wel van elkaar leren”, zei Boukje Tol, wethouder in Waadhoeke. Esther Verhagen, wethouder van Ooststellingwerf, stelde een platform voor waarin de beste ideeën worden gedeeld. ,,Je kunt gemeenten ook niet over één kam scheren, er zijn lokale accenten.”

GGD-directeur Margreet de Graaf zegde zo’n platform toe.