Behoud de musea, want geschiedenis is onmisbaar voor de toekomst | Opinie

Fryslân heeft een aantal musea waarin de sociale en economische geschiedenis van onze provincie centraal staat. Dit zijn belangrijke plekken waar we zuinig op moeten zijn, omdat geschiedenis onmisbaar is voor de toekomst.

Miniaturenbeurs in het Landbouwmuseum in Leeuwarden in 2019.

Miniaturenbeurs in het Landbouwmuseum in Leeuwarden in 2019. Foto: Marcel van Kammen

Binnenkort discussiëren Provinciale Staten over een voorstel om drie van deze musea overeind te houden. Het gaat om het Fries Landbouwmuseum, het Scheepvaartmuseum en het Natuurmuseum.

Bij de verdeling van meerjarige cultuursubsidies oordeelde een adviescommissie kritisch over deze musea. Actueler en scherpere keuzes, zo luidde in juni 2020 het advies voor een aantal van hen. Terechte adviezen, maar de gevolgen waren groot. Het wegvallen van subsidies zou een kaalslag betekenen voor de musealisering van het leven dat bij Fryslân hoort: het leven dichtbij natuur en landschap, dichtbij steden en dorpen, dichtbij het water, de landbouw en andere dragers van de Friese cultuur.

Hard werken

De kritiek van de adviescommissie staat niet op zichzelf. Thematische musea moeten in de 21ste eeuw hard werken om relevant te blijven. De bezoeker zoekt interactie en beleving. Aantallen worden in de cultuurpolitiek steeds belangrijker. Het aantal bezoekers wordt niet alleen als indicator voor de relevantie van een museum gezien, maar ook als factor van economisch belang. Immers, veel bezoekers geven hun geld uit in de omgeving van het museum.

Daarnaast zien we dat het verwerven van prestige een motief wordt om cultuur te stimuleren. Beeldende kunsten en artistieke festivals kunnen rekenen op veel waardering onder het grote (soms ook: het bemiddelde en hoogopgeleide) publiek. Daar wil je als bedrijf of overheid graag je naam aan verbinden.

Risico is dat andere cultuurpolitieke motieven ondersneeuwen. Musea die verhalen over de sociale en economische geschiedenis hebben ook een belangrijke waarde. Deze musea tonen hoe mensen met elkaar omgingen. Waar en hoe zij woonden. Waarom zij ingrepen in het landschap. En hoe ze hun brood verdienden.

Fryslân heeft zo’n rijk verleden. Ten tijde van de Republiek was deze provincie het rijkste gewest, na Holland. Aan de basis daarvan lagen landbouw en veeteelt. De maritieme infrastructuur zorgde voor het transport. Laat ons dit beseffen en het verhaal doorvertellen!

Inspireren

Maar geschiedenis heeft niet alleen waarde voor onze identiteit. Het kan ons ook inspireren en laten leren. Neem de discussie over de landbouw. Hoe kunnen we ons voedsel produceren in een betere harmonie met de leefomgeving, hier en elders? Als we terugkijken, begrijpen we beter hoe onze hedendaagse problemen zijn ontstaan.

Maar we putten ook moed, omdat het verleden leert dat mensen innovatief zijn. Steeds weten ze manieren te vinden, om het productiesysteem aan te passen aan veranderende omstandigheden. Musea zijn de ideale plek om die reflectie op gang te brengen.

Musea maken ons dus wijzer en moediger voor de toekomst. Het zijn plekken waar we de vormende krachten van onze samenleving leren begrijpen. Fryslân, als zelfbewuste provincie, verdient zulke plekken.

Prof. dr. Marijn Molema is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de leerstoelgroep Economische en Sociale Geschiedenis van de Rijksuniversiteit Groningen en tevens secretaris van het Fries Landbouwmuseum. Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel