Groenjassen en pratende hoofden doen niet alles verkeerd

Rapportenbakkers, groenjassen, pratende hoofden. Rob Bijlsma, uit het Drents-Friese Wold heeft weinig op met natuurbeheerders, ecologisch adviseurs en ambtenaren. Chris Bakker van It Fryske Gea las zijn boek Kerken van goud, dominees van hout, soms met instemming, maar vindt Bijlsma ook geregeld te ongenuanceerd.

Reddingsplan biodiversiteit op de Doldersumse hei in het Drents-Friese Wold.

Reddingsplan biodiversiteit op de Doldersumse hei in het Drents-Friese Wold.

Na vijftig jaar waarnemen, genieten en afzien in de Nederlandse bossen staat Rob Bijlsma op eenzame hoogte. Soms letterlijk, als hij vanuit de kruin van een boom een wespendief volgt om te peilen waar het nest is. Hij weet namelijk dat een wespendief met voedsel doorgaans in een rechte lijn richting nest vliegt. Het is één van de vele details die tonen hoe goed hij de bosbewoners en dan vooral de roofvogels kent.

Eenzaam

Figuurlijk is hij door al die uren én zijn uitzonderlijke vermogen om waar te nemen ook op grote hoogte gekomen. Eenzaam lijkt eveneens van toepassing, doordat veel mensen die hij ontmoet zijn sensitiviteit voor de natuur missen en hij niet kan accepteren dat mensen niet kunnen of willen zien wat hij ziet. Kerken van goud, dominees van hout is daardoor een boek vol heimwee en woede, afgewisseld met lofzangen op het bos en zijn bewoners.

Vanaf de eerste zin trekt de auteur van leer tegen alles en iedereen die in gaat tegen “zijn” roofvogels en zijn kijk op goed beheer en goed onderzoek: weidevogelbeschermers, ambtenaren, medewerkers van ecologische adviesbureaus, recreanten, consumenten en natuurbeschermers. Terwijl hij wetenschappelijke onderzoekers als echte mensen beschrijft met hun persoonlijke verhaal vormen de andere mensen in zijn ogen een anonieme massa (rapportenbakkers, groenjassen, pratende hoofden), waarvan hooguit de gemiddelde buikomvang staat beschreven en aan wie bedenkelijke motieven worden toegedicht. Van deze groepen zijn de natuurbeschermers het belangrijkste mikpunt, omdat hij daarin niet de medestanders vindt zoals hij had verwacht.

Pratend hoofd

Hoewel een bespreking niet over de recensent moet gaan maar over het boek, ontkom ik er niet aan mezelf te plaatsen. Enerzijds ben ik als adjunct-directeur van It Fryske Gea volgens de classificatie van dit boek een ‘pratend hoofd’. Anderzijds deel ik met de auteur een verleden van vele uren buiten doorbrengen met de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, een opleiding als ecoloog en een onvoorwaardelijke liefde voor de natuur.

Het boek deed dan ook pijn door zijn mix van rake observaties en onredelijke beschuldigingen. Ik heb het even weggelegd en moest vervolgens denken aan Adriaan van Dis, die verkondigde dat hij elke dag iets probeert te lezen waar hij het niet mee eens is. Bijlsma deed iets vergelijkbaars, afgemeten aan het aantal jaarverslagen dat hij, ondanks zijn afschuw, doornam, al was het maar om te tellen hoeveel plaatjes met mensen er in staan. Dus pakte ik het boek weer op en werd beloond.

Roofvogels

Bijlsma kent tal van belangrijke details in het leven van roofvogels. Zo blijken in een lariks de stevigste roofvogelnesten gebouwd te kunnen worden. Die gaan daar gemiddeld 9,7 jaar mee tegen gemiddeld 5,2 jaar in een grove den. De havik is daarbij kampioen robuuste nesten bouwen. Sperwer en wespendief zitten juist graag verstopt in fijnspar en douglas omdat ze anders zelf ten prooi vallen aan andere roofvogels. Een nestplaats kan dus onbruikbaar raken als die in het zicht komt te staan door ondoordacht kapwerk.

En neem de pimpelmeesjes, die met hun zachte piepjes Bijlsma de weg wijzen naar lariksen omdat ze dol zijn op de lariks-stippelmot. Om nog maar te zwijgen van een bosrand waar zaden etende vogels zoveel hebben kunnen eten dat ze soms in het voorjaar massaal zitten te zingen tijdens het uitbuiken. Het is kennis en schoonheid ineen.

Natuurdoeltypen

Het zijn daarnaast opmaten naar zijn boodschap dat roofvogels, en met hen een groot aantal andere vogels, in grote problemen komen door de omvorming van bos met uitheemse boomsoorten naar heide en stuifzand. Dat is de praktijk in West-Drenthe rond de woonplaats van de auteur. Beleidstermen als ‘natuurdoeltypen’ en ‘gedragscode bosbeheer’ liggen aan deze drift tot omvormen van bos ten grondslag. Maar daar heeft Bijlsma niets mee.

Zijn gesprekken met ambtenaren en vertegenwoordigers van natuurorganisaties leidden dus tot niets en daar knapte iets.

Bij het streven van natuurorganisaties om (ook) vroege ontwikkelingsstadia van de natuur te behouden gaan ook wel eens dingen mis. Bijlsma’s relaas over het aantal fouten met roofvogelnesten in de gedragscode bosbeheer is schokkend (nest over het hoofd gezien, te dicht bij het nest gekapt of zelfs boom met nest alsnog gekapt) en stemt tot nadenken.

Zout

Dat omvorming van bos naar heide ook nog eens wordt toegelicht in kleurige folders is zout in de wonde. De auteur ontwaart een soort complot van op geld beluste mensen en organisaties. Elke gedachte en organisatie die hier aan bijdraagt, wordt gefileerd in vileine zinnen die liefhebbers van Onder professoren van W. F. Hermans zullen aanspreken.

Hoewel het boek vol staat met betrouwbare waarnemingen en citaten zijn veel van de veronderstelde standpunten en intenties karikaturen. De auteur dekt zich in: het is bedoeld om te grinniken, hij wil niet in discussie en diverse tegenargumenten worden alvast genoemd en eveneens belachelijk gemaakt of afgeserveerd.

Zijn oplossing doet vervolgens denken aan de Amerikaanse beweging die de politie tracht te hervormen door haar weg te bezuinigen ( defund the police ). Iedereen ontslaan behalve veldmensen en toezichthouders, recreanten er uit, onderzoekers er in. Niemand mag meer verdienen dan het minimumloon, want dat brengt je dichter bij de pure en sobere levenswijze die de auteur voorleeft.

Desastreus

Zou het zo zijn? Zouden we daarmee de bedreigingen voor de natuur afwenden? Pakt het huidige natuurbeheer echt desastreus uit voor bosvogels en alle andere bosbewoners?

Trouw aan het boek pak ik er een paar cijfers bij uit de Vogelbalans 2020 , aantalsontwikkeling van broedvogels in de periode 1990-2020 (te vinden op Sovon.nl). Vogels van bos: 28 soorten vertoonden een toename, 15 soorten een afname, 5 soorten geen duidelijke toe- of afname. Ook de eerder genoemde pimpelmeesjes en de havik scoorden over deze tijdsperiode een bescheiden plusje. Het zijn cijfers voor heel Nederland en het detailniveau van de waarnemingen in Kerken van Goud ontbreekt. Toch lijkt het er niet op dat het bosbeheer door Nederlandse natuurorganisaties zo’n negatieve impact op vogels heeft als het boek doet vrezen.

Liefdeloos

Naast voorbeelden van ondeskundig of liefdeloos beheer die het boek terecht aan de kaak stelt, werpt het boek enkele belangrijke discussies op. Zo pleit Bijlsma in zijn weerzin tegen kappen voor grote bospercelen die geheel zonder beheer mogen door ontwikkelen. Daarnaast wil hij veel genuanceerder naar exoten kijken. Niet per definitie als probleem maar vanuit de rol die zij in een ecosysteem kunnen vervullen, bijvoorbeeld als waardplant of prooi. En tenslotte is er zijn pleidooi voor langetermijnonderzoek.

Het zijn stellingen waarin een groot aantal natuurbeheerders zich kan vinden. Zoals ook vele recreanten zullen genieten van het herhaaldelijk genoemde adagium: zitten en kijken. Er is hoop Rob.

Kerken van goud, dominees van hout (over de verwording van de Nederlandse natuurbescherming), auteur Rob Bijlsma, uitgever Atlas Contact, prijs 24,99 euro, 352 pagina’s