Grondeigenaar in Opeinde is niet verantwoordelijk voor het welzijn van 170 grazende schapen

Een melkveehouder in Opeinde is vrijgesproken van ernstige verwaarlozing van 170 schapen op zijn grond. Hij stelde de grond beschikbaar voor begrazing aan een schapenfokbedrijf. Hij wordt door de rechter niet gezien als (mede)houder van de kudde schapen, waaronder ziekte en sterfte heerste.

De hamer van de rechtbankvoorzitter.

De hamer van de rechtbankvoorzitter. Foto: ANP

Al zo’n veertig jaar is er een overeenkomst tussen een melkveehouderij in Opeinde en een schapenfokbedrijf in Jistrum. Elk najaar mogen de schapen het restgras weggrazen. De beurzen blijven gesloten en er staat niks op papier. ,,Het begon als een vertrouwensband tussen mijn vader en de vader van de huidige eigenaar van het schapenfokbedrijf”, vertelde de melkveehouder, die een maatschap met zijn broer en neef runt, gisteren in de rechtbank.

Hij moest zich verantwoorden omdat de inspectie en de politie in januari vorig jaar misstanden constateerden onder de 170 schapen, die verdeeld over twintig percelen graasden. Diverse schapen leden aan wolschurft of waren kreupel. In totaal werden er veertien kadavers aangetroffen, onder meer in sloten. ,,De foto’s liegen er niet om”, stelde economisch politierechter Klaas Bunk vast. Hij boog zich over de vraag of de grondeigenaar (mede)verantwoordelijk is voor het welzijn van de dieren, en of die zorg had moeten dragen voor het afvoeren van de kadavers en het inroepen van veterinaire medische hulp.

Verantwoordelijk

,,Er is altijd gezegd dat hij verantwoordelijk is voor het weghalen van eventuele kadavers en voor de gezondheid van de schapen, en niet wij”, zei de melkveehouder over de schapenfokker. Hij vertelde dat die had gemeld dat er een koppel tussen zat met schurft, maar dat hij ze zolang kwijt moest. Hij mocht ze afgezonderd laten grazen op een maïsperceel waar wat restgras groeide, maar moest ze afvoeren zodra dat gras op was. ,,Daar heeft hij zich niet aan gehouden; hij heeft ze tegen de afspraak in tussen de andere schapen gebracht.”

De melkveehouder heeft de eigenaar van de schapen verschillende keren gemeld dat er zieke en dode schapen waren. Zijn advocaat Piet Sipma las een van de sms’jes voor, van 14 januari 2020: ‘Der binne tsien skiep dea. Moatst se sa gau as mooglik fuorthelje.’

Meer kon zijn cliënt niet doen, betoogde Sipma. Die wees de fokker als enig verantwoordelijke aan voor het dierenwelzijn. ,,Hij had de dierenarts moeten bellen. Wij kunnen niet ingrijpen in zijn bedrijfsvoering door de dierenarts te bellen.”

Uniek bedrijfsnummer

Bovendien zou dan mogelijk onduidelijkheid bestaan over wie de rekening zou moeten betalen. En de melkveehouder is bij schapen beperkt in zijn mogelijkheden. ,,Wij hebben een bedrijfsgezondheidsplan en een behandelplan voor melkvee. Wij hebben niet eens medicijnen voor schapen. Ook kunnen wij kadavers van schapen niet eens laten afvoeren, want we hebben geen uniek bedrijfsnummer voor schapenhouderijen.”

Zo’n uniek bedrijfsnummer is vereist om kadavers door verwerker Sonac te laten ophalen. De eigenaar van het schapenfokbedrijf, die zich later moet verantwoorden voor de rechter, claimt dat de landeigenaar toezicht had moeten houden op de schapen. ,,Dat klopt niet”, reageerde de Opeinder. ,,Ze staan niet bij ons op de stallijst.”

Toch is er in juridische zin sprake van (mede)houderschap van de schapen, betoogde officier van justitie Loes van Kooten. ,,Ze stonden op het land de melkveehouder en het economische voordeel van de begrazing vindt daar plaats. De boer heeft de mogelijkheid tot ingrijpen op zijn eigen land. Aangezien er niets op papier vastligt, er is feitelijk sprake van het in vereniging houden van schapen.”

Feitelijke macht

Advocaat Sipma bestreed dat. ,,De rechtsverhouding bestond alleen uit het beschikbaar stellen van grond. De grondeigenaar had niet de feitelijke macht over de schapen, dus is er geen sprake van houderschap en hij kon ook niet treden in de bedrijfsvoering van de eigenaar van de schapen.”

Omdat de melkveehouder werd wel geconfronteerd met een overmachtssituatie, aldus Van Kooten, eiste ze ontslag van alle rechtsvervolging.

Bunk volgde de redenatie van Sipma. ,,Ben je houder van schapen als je land beschikbaar stelt voor begrazing? Ik vind van niet.”

Daarom sprak Bunk de melkveehouder vrij.