Grote klassen en een hoge werkdruk: leraren lopen tegen grenzen aan om ongelijkheid aan te pakken, en die is door corona alleen maar groter geworden

De kwaliteit van het onderwijs is de afgelopen jaren achteruit gegaan en de kansenongelijkheid is vergroot, meldt de SER. Docenten lopen tegen hun grenzen aan in vaak te grote klassen. ,,Je moet maatwerk leveren, differentiëren en alle leerlingen de aandacht geven die ze verdienen. Doe dat maar eens met dertig leerlingen in drie kwartier, dat is haast onmogelijk.”

De kansenongelijkheid in het onderwijs is volgens de SER versterkt door de coronacrisis

De kansenongelijkheid in het onderwijs is volgens de SER versterkt door de coronacrisis Foto: Ramon van Flymen

Het lerarentekort, grote werkdruk, te volle klassen en een vroege selectie van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Het is een greep uit zaken die de onderwijskwaliteit ondermijnen en de kansenongelijkheid vergroten, volgens de Sociaal Economische Raad (SER). In een advies aan het kabinet pleit de SER onder meer voor een bredere brugklas en investeringen in de ontwikkeling en kwaliteit van leraren om de problemen aan te pakken.

Geschiedenisleraar Daniël Bokma van CSG Comenius in Leeuwarden herkent het beeld dat in het rapport wordt geschetst. ,,De klassen worden groter terwijl de docent steeds meer administratief figuur die registratiesystemen en logboeken als Magister moet bijhouden. Hierdoor heeft de docent minder tijd om te doen waar hij goed in is: les geven.”

De kwaliteit staat volgens hem onder druk vanwege te volle klassen en te korte lesuren. ,,Je moet maatwerk leveren, differentiëren en alle leerlingen de aandacht geven die ze verdienen. Doe dat maar eens met dertig leerlingen in drie kwartier, dat is haast onmogelijk. Ik zeg altijd: geef me gewoon twintig leerlingen en lessen van zestig minuten, dan kan ik differentiëren en zorgen dat iedereen voldoende aandacht krijgt.”

Lerarentekort

De grote klassen zijn onder meer het gevolg van het lerarentekort. Docent Tineke Krol van groep 7 van PCBO Het Anker in Drachten vindt dan ook dat er vooral geïnvesteerd moet worden in jonge leerkrachten. ,,Ik heb veel jonge leerkrachten meegemaakt die na vijf jaar uit het onderwijs stappen omdat ze te weinig begeleiding hebben gekregen. Dat komt weer doordat er te weinig tijd is voor die begeleiding. De werkdruk is de laatste twintig jaar omhoog gegaan doordat we er steeds meer taken bij hebben gekregen, vooral op administratief gebied.”

Ook zij loopt tegen het probleem aan van te weinig tijd en te volle klassen. ,,Je kunt zo niet iedereen voldoende aandacht geven en je ziet dat ouders met meer geld de extra aandacht die hun kind nodig heeft inkopen, via bijles bijvoorbeeld. Het inkopen van bijles zou natuurlijk nooit nodig moeten zijn. De kwaliteit van het regulier onderwijs moet voldoende zijn om iedereen goed te bedienen.”

Prestatiedruk

Daarnaast moet de prestatiedruk voor kinderen omlaag. ,,Die bijlessen zijn ook weer onderdeel van de hoge prestatiedruk die de afgelopen jaren is toegenomen. Veel ouders willen dat hun kinderen naar de havo of het vwo gaan en zijn daarom bereid om dit soort zaken bij te kopen. Het is zonde dat kinderen die druk mee krijgen. Er moet gekeken worden naar wat het kind kan en wat het beste past bij de ontwikkeling van het kind.”

Het uitstellen van het selectiemoment in groep 8 zou deze druk ook kunnen wegnemen. De SER pleit daarom voor brede brugklassen waarbij de leerlingen van diverse niveaus nog een paar jaar bij elkaar in de klas zitten, zodat ze de tijd en ruimte hebben om in die periode te groeien en zich te ontwikkelen.

Corona

De coronacrisis heeft volgens de SER een aanzienlijke invloed gehad als het gaat om kansenongelijkheid in het onderwijs. Kinderen waren meer thuis en zijn daardoor meer afhankelijk van een gunstige thuissituatie en wat ze van hun ouders meekrijgen. ,,Het heeft natuurlijk heel veel invloed als een leerling met een laptop in een eigen kamer rustig met school bezig kan, of met vijf broers en zussen twee laptops moet delen in een volle woonkamer”, zegt Bokma. ,,Sommige kinderen waren de hele dag alleen thuis omdat hun ouders aan het werk waren, en dan moesten ze soms ook nog tegelijkertijd op hun broertjes of zusjes passen. Ga dan maar eens leren.”

Bestuurder Joost Visser van CVO Noord-Fryslân, waar onder meer Comenius en de AMS in Franeker onder vallen, herkent het probleem. ,,Ik hoor dat met name de leerlingen in het vmbo last hadden van de coronacrisis. Het gaat dan om leerlingen die een beetje geprikkeld moeten worden om aan de slag te gaan, en die prikkel was minder sterk aanwezig bij het thuisonderwijs.”

Om onderwijsachterstanden weg te werken heeft het kabinet vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) extra geld beschikbaar gesteld. ,,Die worden bijvoorbeeld gebruikt voor kleinere klassen. We kijken daarnaast naar ICT-middelen om kansenongelijkheid te bestrijden. Tegenwoordig zijn een goed werkende pc of laptop en goed internet ook voorwaarden voor goed onderwijs. We experimenteren in een aantal klassen met leenlaptops om ervoor te zorgen dat deze randvoorwaarden voor iedereen gelijk zijn.”