Domineeszoon Christiaan Hendrik uit Harlingen streed in Amerikaanse Burgeroorlog voor afschaffing van de slavernij

Aan Zuiderhaven 69 in Harlingen was eens de pastorie van de Hersteld Evangelisch-Lutherse gemeente. De zoon van pastoor Joosten vertrok naar Amerika en streed in de Burgeroorlog (1861-1865) mee voor afschaffing van de slavernij.

Briefkaart ter viering van het einde van de burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten onder president Lincoln in 1865. Gepubliceerd door S. Bott, Philadelphia.

Briefkaart ter viering van het einde van de burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten onder president Lincoln in 1865. Gepubliceerd door S. Bott, Philadelphia. Afbeelding: Library of Congress

Harlingen kende al sinds 1650 een Lutherse gemeenschap. Eind achttiende eeuw kregen de lutheranen te maken met een scheuring in hun kerk, die in Harlingen leidde tot de vorming van twee Evangelisch-Lutherse gemeenten, zo beschreef Lodewijk Born in 2017 in deze krant. In 1855 kwam Hendrik Joosten (1804–1886) vanuit Amsterdam naar Harlingen, waar hij met zijn gezin de pastorie betrok als predikant van de Hersteld Evangelisch-Lutherse gemeente.

Zijn zoon Christiaan Hendrik (1838–1904) koos voor een heel andere loopbaan. Hij vertrok vanuit Harlingen naar het inmiddels onafhankelijke Amerika en vestigde zich in het plaatsje New Amsterdam in Wisconsin, tegenwoordig deel van de stad Holland. Daar bekleedde hij een ‘zeer goede betrekking’, totdat politieke spanningen leidden tot de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861 tot 1865.

Een belangrijke kwestie in deze gewelddadige confrontatie draaide om de vraag of slavernij verboden moest worden. In het industriële Noorden was een sterke beweging die, in navolging van Groot-Brittannië, de slavernij wilde afschaffen. In het agrarische Zuiden met zijn grootschalige plantage-economie en massale inzet van slavenarbeid was men daar mordicus op tegen.

De Unie

Veel Europese immigranten die zich in het noorden hadden gevestigd, schaarden zich aan de zijde van de Unie, ofwel de noordelijke staten die streden voor afschaffing van de slavernij. Zo’n half miljoen soldaten die niet in Amerika geboren waren, versterkten hun gelederen. Zes- à zevenhonderd van hen waren in Nederland geboren, onder wie tientallen Friezen.

Christiaan Joosten nam samen met elf andere ‘kloeke jongelieden’ uit New Amsterdam de wapens op. Aan zijn ouders in Harlingen schreef hij uitgebreide brieven over zijn belevenissen. De inhoud van zes van deze brieven werd tussen september 1862 en augustus 1865 gepubliceerd in de Leeuwarder Courant .

In de brieven beschreef Joosten de militaire ontwikkelingen, maar hij had ook oog voor de menselijke drama’s. In zijn tweede brief vanuit de zuidelijke staat Mississippi maakte hij gewag van een groep slaven, die in het strijdgewoel ontsnapt waren en over hun angst voor de wraak van ‘hunne oude meesters’ als zij gepakt zouden worden. Dat kon ertoe leiden dat zij hun kinderen ‘die hunne vluggen gang verhinderden’, achterlieten. ‘Eene negerin beviel aan den weg, doodde haar kind en begroef het, en ging toen voort.’

Abraham Lincoln

Joosten bleef bij het leger tot het eind van de burgeroorlog. Over president Abraham Lincoln schreef hij: ‘De émancipatieproclamatie, waardoor 4 millioen menschen, geschapen naar Gods beeld, uit een afgrijselijken en barbaarschen toestand verlost werden, plaatst den naam van Abraham Lincoln aan het hoofd van den philantrophische galerij.’

Na de Burgeroorlog maakte Joosten in 1873 nog een reis naar Harlingen, waar hij in het huwelijk trad met de Friese Roelofina Snijder. Samen vertrokken zij voorgoed naar de Verenigde Staten. Christiaan Hendrik Joosten kocht een huis in Brooklyn, New York en verdiende kapitalen met de handel in bloemen. Hij overleed in 1904.

Het pand aan Zuiderhaven 69 staat er nog steeds, maar is niet meer in gebruik als pastorie. Het is een rijksmonument.


Barbara Henkes is historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van het onlangs verschenen boek Sporen van het slavernijverleden in Fryslân. Nykle Dijkstra is als historicus werkzaam bij het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) en hij is redactielid van de historische tijdschriften Leovardia en De Sneuper . In een serie artikelen besteedt het Friesch Dagblad wekelijks aandacht aan kolonialisme en slavernij in het Friese verleden en wat daar vandaag nog van terug te zien is.