De jury beoordeelt Ysbrand fan it Bloklân (vader Gerben 479) op de Hengstenkeuring van medio januari.

Hengst Boet 516 ontstak de tijdbom onder het KFPS

De jury beoordeelt Ysbrand fan it Bloklân (vader Gerben 479) op de Hengstenkeuring van medio januari. Foto: Alice Booij

Er moet een cultuuromslag komen bij het Koninklijk Fries Paarden-Stamboek. De communicatie moet transparanter en er moet meer onderlinge samenwerking komen, blijkt uit het rapport dat naar aanleiding van de affaire-Boet is opgesteld.

Het Koninklijk Fries Paarden-Stamboek moet gaan werken aan een transparantere organisatie waarin meer ruimte is voor samenwerking binnen de vereniging. Dat is een van de aanbevelingen uit het rapport van Gerrit Mastenbroek, die in opdracht van het bestuur de perikelen onderzocht die hun climax kregen na de goedkeuring van hengst Boet 516 eind 2019.

Boet heeft cornage, een aandoening aan de stembanden die mogelijk erfelijk is. De goedkeuring leidde tot onenigheid onder de leden van het stamboek. De hengstenjury werd vervangen en een deel van het bestuur trad af, onder wie voorzitter Wiebe Wieling.

Het rapport van Mastenbroek is nog niet openbaar, maar het verenigingsbestuur citeert op de website een aantal passages. Later deze maand komt het bestuur met een officiële reactie op het rapport en de aanbevelingen; dan wordt ook het rapport openbaar.


In het geval van Boet was het met name de communicatie die scheve gezichten gaf

Mastenbroek constateert dat de kwestie-Boet ‘de druppel was die de emmer deed overlopen’. Het broeide al langer in de vereniging, die ruim 11.000 leden heeft over de hele wereld. ‘In het verleden hebben de nodige incidenten tot commotie geleid, die zich in de loop van de tijd ontwikkelden als een tijdbom onder de vereniging.’

In het geval van Boet was het met name de communicatie die scheve gezichten gaf. Pas vijf weken na goedkeuring, bij de publicatie van het juryrapport, werd openbaar dat hij cornage heeft. ‘Dat was slechts bij een heel klein groepje bekend en is niet gemeld totdat de goedkeuring van Boet 516 een voldongen feit was. Deze gang van zaken heeft binnen de vereniging tot veel onrust, onbegrip en discussies geleid.’

Boet was vijf dagen weg van het trainingscentrum in Exloo, onbegeleid door iemand van het KFPS. Dat gebeurde echter met toestemming van de keuringscommissie, zodat de voorwaarden van het Centraal Onderzoek niet zijn geschonden. Prof. dr. Marianne Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan, hoogleraar diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht, heeft tegenover Mastenbroek expliciet bevestigd dat cornage niet beïnvloedbaar is, en dat er in die vijf dagen dus niets ‘stiekem’ kan zijn gedaan om de keuring te beïnvloeden.

Endoscopie

Bij de hengst heeft twee maal een endoscopie plaatsgevonden om de ernst van de aandoening vast te stellen. Het bij cornage horende geluid maakte de hengst tijdens de trainingen niet. De jury heeft een van die onderzoeken laten uitvoeren door hoogleraar Sloet. Boet bleek een lichte vorm van cornage te hebben. De jury besloot dat goedkeuring gerechtvaardigd was vanwege het uiterst positieve beeld van de hengst ten aanzien van exterieur en verrichting en het feit dat het om een lichtere vorm gaat.

Het bestuur concludeerde vorig voorjaar al dat de jury het onderzoek correct en zorgvuldig volgens de (toentertijd geldende) statuten en reglementen heeft uitgevoerd. Mastenbroek komt ook tot deze conclusie. Het bestuur zegt met de binnenkort te benoemen nieuwe bestuurs-leden te willen bouwen aan meer transparantie en samenwerking in de vereniging.

Vraagtekens bij benoeming

Mastenbroek adviseert om toetsing aan onderdeel 3 van de fokdoelen (hoge eisen inzake gezondheid en vitaliteit, waaronder het ontbreken van erfelijke afwijkingen) op te nemen in het Reglement Hengstenkeuring en de Voorwaarden Centraal Onderzoek. Dat was ten tijde van Boets keuring nog niet het geval. Ook meent Mastenbroek dat dit fokdoel beter gedefinieerd moet worden.

In de vereniging waren ook vraagtekens gezet bij de benoeming van een nieuwe hengstenkeuringscommissie. Het bestuur wilde aanvankelijk de oude jury herbenoemen, maar daar was ‘nadrukkelijk geen draagvlak voor’ bij de ledenraad. Op de ledenraadsvergadering van 27 november vorig jaar werd dat voorstel ingetrokken en werd toch een nieuwe commissie benoemd.

Toon veranderde

Mastenbroek concludeert dat deze gang van zaken correct is geweest. ‘De ledenraad heeft zich gehouden aan de statuten’ en ‘zijn mening geventileerd en voorstellen gedaan, maar hierbij altijd het bestuur in zijn rol gelaten’.

De ledenraad heeft zich vanaf het begin steeds constructief opgesteld, maar de tone of voice veranderde ‘door de steeds diepere tegenstelling met het bestuur met betrekking tot de herbenoeming van de bestaande hengstenkeuringscommissie’.

Het bestuur blijft niet gespaard in het rapport. ‘Het werd steeds duidelijker dat het bestuur geen team was en niet in staat was om een brug te bouwen met de ledenraad.’