Het bos van Olterterp-Lauswolt bij Beetsterzwaag is écht een parel en een fantastische plek om doorheen te wandelen | Friese kuiers

Het hele weekend was de regen met bakken uit de hemel gekomen en maandagmorgen leek het enige droge dagdeel van de week te worden. Een prima dag dus voor de zesde Friese kuier, door het bos van Olterterp-Lauswolt.

De betoverende sfeer van het bos.

De betoverende sfeer van het bos. Foto: Ineke Evink

Regen en nog meer regen, meldde de weerman zondagavond voor de komende week. En dat terwijl het water dat weekend al tot aan de drempel van ons huis had gestaan. Deze ochtend zal het droog blijven, dus vroeg uit de veren dan maar weer. Vanaf de A7 reed ik eerst door Beetsterzwaag. Ik was er al een tijd niet geweest en was even vergeten dat het zo’n mooi dorp is. Maar mijn wandeling gaat niet door het Beetsterzwaag en ik rijd dus verder.

Vroeg opstaan bleek ook ditmaal een gouden greep. Want eenmaal aangekomen op de Poostweg bij Beetsterzwaag, stond het bos te dampen in de vroege morgenzon. Zo gauw ik de autodeur opendeed, rook ik de warme, vochtige bosgeur. Eerst even stilstaan en diep ademhalen.

Landgoed Olterterp-Lauswolt noemt zichzelf een landschapsparel, lees ik op het bordje bij de ingang van het bos. Nu ben ik niet zo van de superlatieven, maar deze keer is het wel terecht. Op het bordje staat ook: ‘Particulier beheer met passie.’ Zelfs koken en bakken mag tegenwoordig niet meer zonder passie, dus dat je een bos gepassioneerd kunt beheren, snap ik nog wel. Het terrein blijkt overigens van verzekeraar ASR te zijn. Hun website vermeldt dat ASR belegt in klimaatbestendige landschappen. Heel verstandig natuurlijk, hoewel ik me afvraag hoe klimaatbestendig de naaldbomen zijn die hier staan.

Het bos in

De route die ik de vorige avond had uitgestippeld blijkt saaier dan saai omdat hij me alleen over verharde wegen voert. Daarom verlaat ik meteen al mijn voornemen om via Olterterp te lopen. Hup, het bos in, en niet op die klinkerweg. Verlost van mijn route kan ik naar hartenlust de paden inslaan die me het meest veelbelovend lijken.

En dus sla ik meteen al rechtsaf. Het eerste dat ik tegenkom is een geplastificeerde poster met de waarschuwing de honden hier niet los te laten lopen vanwege de reeën, en reekalfjes met rust te laten. Ze hoeven niet te worden gered, de moeder zoekt haar jong vanzelf weer een keer op. Je moet ze dus niet eens aanraken, want aan mensengeur heeft de reeënmoeder een hekel.

Niet alleen in mijn woonplaats Leeuwarden, ook in Beetsterzwaag had het de vorige dag stevig geplensd. En hoewel bos op zandgrond dat best kan hebben, zijn de gevolgen overal te zien. Niet dat er overal nog plassen liggen, de paden zijn nat maar het is niet een grote modderpoel.

De regenbuien, of liever wolkbreuken, hadden het duidelijkst hun sporen nagelaten op de zandpaden. Er moesten wel kolkende waterstroompjes overheen zijn gegaan om zulke sporen achter te laten. Op een aantal plekken zijn overdwarse afzettinkjes van dennennaalden te zien. Het lijkt een beetje op wat je op het strand ziet als het eb is.

Het water zit niet alleen in de grond. Onder invloed van de zon verdampt het zichtbaar en zweeft als nevelflarden omhoog. De nevel geeft het bos een betoverende sfeer.

Zwarte naaktslakken profiteren van het vocht. Ze schuifelen zelfs over de zandpaden, al vraag ik me af hoe lang dat nog kan nu de zon weer schijnt. Eén slak heeft zichzelf blijkbaar in veiligheid gebracht voor het water door op een grashalm te kruipen, die tegen een takje aanhangt. Hij hangt er nog steeds en ik vraag me af hoe hij er weer af kan komen.

Paddenstoelen gedijen ook goed in deze vochtige omgeving. Twee prachtige witte elfenbankjes groeien aan een zwarte boomstronk, en overal zie ik bovisten. Opeens doemt midden in het bos een maïsveld op, omzoomd door bomen. Even verderop weer een, en daar zie ik in de verte het oranje dak van een wit huis. Is het een boerderij? Ik kan het niet goed zien.

Jonge beuken

Rechtsaf maar weer, langs een pad met aan weerszijden nieuwe aanplant van jonge beuken. Achter de beukenrij ligt veel ouder bos. Op één boom is een houtsnijwerk gemaakt dat op een bosgeest lijkt. Grote ogen met enorme wimpers erboven, een mond die een tong uitsteekt, en een golvende baard van bladeren eronder. Thuis zoek ik het op. Het beeld blijkt onderdeel van een beeldenroute van veertien beuken en eiken, die allemaal een Fries volksverhaal vertellen.

Dan kan ik kiezen uit drie paden. Er ligt hier een grote plas water, en verderop nog meer. Het wordt ook warmer, de zon brandt op de paden. De jonge beukjes zijn nog niet groot genoeg om echt schaduw te geven. Ik loop liever in de schaduw, en kies daarom het meest linkse pad, dat verder het bos in voert.

Oude beuken groeien hier, hun bladeren filteren het licht. Onder de bomen groeit bijna alleen mos. Dan volgt een verrassing: wilde frambozen! En ze zijn nog rijp ook. Dat komt goed uit want thuis waren de bananen op en de winkels waren nog dicht. Deze framboosjes zijn veel kleiner dan de gekweekte variant maar ook veel zoeter en sappiger.

Na de frambozenstruiken volgt nog een verrassing: er ligt een meertje midden in het bos. Het rimpelloze water komt alleen in beweging als er druppels in vallen doordat de wind door de bomen waait, en er een kikker in het water springt. Dat zijn de enige dingen die het gladde oppervlak verstoren. Het meertje wordt omzoomd door beuken, er ligt een eilandje in het midden en hier en daar drijven helderroze waterlelies. En warempel, aan de andere kant van het pad ligt ook nog een meertje, maar dan kleiner. Nog steeds hangt de nevel tussen de bomen en daar zullen behalve de harde regens van de laatste tijd deze meertjes wel aan bijdragen. Wat de meertjes ook zijn, is een broedplaats voor muggen. Helaas.

In de verte zie ik een bruggetje over het meer liggen maar ik ga de andere kant op, rechtsaf, op een fietspad. Het pad leidt me uit het bos. Aan mijn linkerkant ligt een oude boerderij. Bakkeveen ligt hier maar twaalf kilometer vandaan, meldt de ANWB-paddenstoel, en Drachten ruim zes kilometer. Maar ik heb nog geen genoeg van het bos. Al direct kan ik er weer in, via een smal pad waar aan het begin ook weer een bordje met Olterterp-Lauswolt staat. Het is dat dit een officieel pad is, anders had ik het gevoel gehad in overtreding te zijn. Het is heel smal, grotendeels overgroeid met gras en binnen honderd meter zijn mijn schoenen drijfnat. En mijn voeten dus ook, want dat krijg je met linnen gympen.

Mountainbikepad

Even verder kan ik rechtsaf een smal zandpaadje op. Het gaat op en neer en heeft scherpe bochten. Ideaal om te mountainbiken, bedenk ik. En inderdaad, daar staat een bordje met ‘drop off’ en een fietsje erboven. Ergens halverwege het mountainbikepad is een intrigerend ding te zien: een paar plankjes naast een boomstronk. Ik heb er meteen hele fantasieën bij over een geheim hol maar bedenk later dat het wel bedoeld zal zijn om het pad voor de fietsers in het gerede te houden. Ik verlaat het mountainbikepad maar weer voor het echte werk: wandelen!

In het bos is altijd wat te zien. De eerste bloeiende heide heb ik inmiddels al gespot, evenals paars vingerhoedskruid, een zwarte naaktslak die zich tegoed doet aan een paddenstoel, en een kale stam met paddenstoelen ertegenaan. Het zijn allemaal donkergrijze elfenbankjes met een wit randje, wel een stuk of twaalf behoorlijk grote. In ’t Oude Bosch tussen Bakkeveen en Wijnjewoude zag ik ook al een paar van die dode bomen met paddenstoelen staan. Alsof het een soort paddenstoelenreservaten zijn.

Dan kom ik opeens op bekend terrein. Hier was ik vanmorgen al eerder maar nu kom ik van de andere kant: daar ligt het meer met de waterlelies weer! Maar dat geeft niks want het ziet er vanaf de andere kant bekeken toch weer als nieuw uit. Ik blijk vlak bij het bruggetje te zijn aanbeland, dat ik al eerder uit de verte heb gezien.

Er groeien wilde frambozen tegen het bruggetje. Het valt me op dat er behalve een aantal rijpe en groene, ook bruine bij zitten. Dat was me ook al opgevallen bij de bramenstruiken die ik tegenkwam. Geen goed teken, ben ik bang. En dat zou jammer zijn want bramen plukken aan het eind van de zomer hoort er helemaal bij. Droogte is de grootste vijand van de braam. De struiken zijn dol op water, zonder water wordt het niets met de bramen, daarom groeien ze ook zo vaak in slootwallen.

Het pad buigt na het bruggetje af naar rechts, er groeit opvallend grote brede weegbree naast het pad. Een grote beuk staat nog fier overeind maar een flink deel van de wortels liggen bloot. Hoeveel erosie kan zo’n boom eigenlijk aan?

Alweer kom ik op bekend terrein: hier koos ik uit drie paden het meest schaduwrijke. En daar kom ik nu ook weer vandaan. Het is warm op het pad terug, bijna heet. Een bruine vlinder met een paar stipjes op de vleugels warmt zich op in de zon. Het is een koevinkje. Rechts staat weer een maïsveld en in de berm ervoor bloeien zachtroze kamperfoelie en gele teunisbloemen. Vossenbessen groeien hier ook, of in ieder geval, de struikjes staan er. Er is nog geen bes te vinden want die komen pas in de winter.

Boven in de lucht drijven schapenwolken voorbij, die kondigen vaak een ander weertype aan. Maar het is nog steeds droog. Ik kom het bos weer uit en loop verder op de Poostweg, waar een heel eind verderop mijn auto geparkeerd staat. Er groeien hier aan de kant van de weg andere planten dan in het bos: duizendblad, doorboord hertshooi, boerenwormkruid en dovenetel. Op een van de bomen hangt een aanplakbiljet dat waarschuwt voor de eikenprocessierups: ‘Wandelaars in onze bossen moeten er rekening mee houden dat daar eikenprocessierupsen aanwezig kunnen zijn. Betreden op eigen risico!’. Niks van gemerkt. Wel van de muggen want ik zit werkelijk onder de muggenbulten. Ook eigen risico.