Het dagboek van Adri Meindersma leeft voort

Twaalf jaar was hij toen hij een pact met zijn nichtje maakte. Beiden zouden ze een dagboek bijhouden. Sinds 1940 schreef Adriaan (Adri) Meindersma (1928-1993) uit Leeuwarden menig schrift vol over zijn ervaringen met de oorlog.

Adri Meindersma in de zomer van 1947.

Adri Meindersma in de zomer van 1947. Foto: archief Hans Meindersma

Een vreugdevol feest had het moeten worden, het trouwjubileum van zijn ouders in mei 1940. Het gezin Meindersma zou het vieren in Rotterdam, bij de oom en tante van Adri. Maar het gezellige bezoekje veranderde op 14 mei in een regelrechte ramp.

‘Vandaag is een verschrikkelijke dag. ’s Morgens om vier uur waren we alweer wakker. De sirenes loeiden. Zware bommenwerpers cirkelden over de binnenstad en wierpen bommen uit. Wel vijf keer loeiden de sirenes die dag. En we stonden telkens op de trap met koffers en al klaar om als het nodig was te vluchten.’

Die avond ziet hij de onbeschrijflijke ravage die de Duitse bommenwerpers aanrichtten met eigen ogen. ‘’s Avonds hebben we nog een eindje gewandeld en zagen de vernielde huizen. Enige waren helemaal ingezakt en sommige brandden nog. De brandweer was in actie. ’s Avonds om ongeveer 7 uur hoorden we van enige mensen de uitroep ‘de Duitsers marcheren binnen’, want Rotterdam had zich overgegeven. Gas, water elektra, alles was verbroken. De gehele stad was in één vuurgloed. Ziekenauto’s reden af en aan. Met grote rode kruizen beschilderd. Mensen gingen langs de huizen om lakens voor de gewonden.’

De bombardementen maken grote indruk op Adri; hij komt er na afloop ook een aantal keer op terug in zijn dagboek. Daarbij pent hij de volledige, niet erg hoopgevende, proclamatie van Burgemeester P.J. Oud over.

Terug naar Leeuwarden

„Snelle berichtgeving was er destijds niet. Alle informatie over de bombardementen kwam vooral via mondelinge overlevering”, zegt Hans Meindersma (61) uit Oentsjerk, de zoon van Adri. „De familie die destijds nog in Fryslân zat, heeft waarschijnlijk gedacht dat alle familieleden in Rotterdam dood waren, inclusief mijn vader dus.”

Hoe het Sexbierumer verzet brak na verraad

In een lezing gisteravond in dorpshuis De Rede in Ried vertelde Sloots over de verzetsmannen, vooral gebaseerd op de persoonlijke documenten van Rondaan en Schuil. Maar ook van Folkert Bergsma en Gerben Oswald, de andere twee verzetsmannen van de Sexbierumer groep die in 1944 gefusilleerd werden.

Maar het gezin Meindersma heeft geluk. Ze overleven de ramp en komen via een aantal omwegen terug naar hun huis in Leeuwarden op de Schrans.

Hij verachtte het geweld van de Duitsers, het woord ‘moffen’ komt dan ook geregeld in zijn schrijfsels voor

Zowel nationale als internationale informatie over luchtaanvallen, doden, gewonden en arrestaties houdt Adri bij in zijn dagboek. „Veel informatie kopieerde hij uit krantenberichten”, zegt Meindersma. Zijn eigen mening liet hij daarbij niet achterwege. Hij verachtte het geweld van de Duitsers. Het woord ‘moffen’ komt dan ook regelmatig in zijn schrijfsels voor. Bijvoorbeeld in zijn beschrijving van het dorpje Lidice, in Tsjechië. De Duitsers namen in juni 1942 wraak op het dorpje, omdat de twee Tsjechische verzetsstrijders een aanslag op de Duitse Reinard Heydrich – ook wel de slager van Praag genoemd – hadden gepleegd.

‘En wat deden de moffen nu? Ze lieten alle mannen doodschieten, de vrouwen naar de concentratiekampen voeren en de kinderen naar tuchthuizen. Daarna werd het hele dorpje platgeschoten. O, wanneer zal het uur slaan, dat we van deze wrede beulen verlost zijn?’

„Mijn vader liet zich in zijn dagboek regelmatig negatief uit over de Duitsers. Mijn oma was dan ook als de dood dat de Duitsers het dagboek op een of andere manier zouden vinden. Hij moest het daarom ook wel eens verstoppen als het onrustig was”, aldus Meindersma.

Een doffe dreun

Meindersma had met zijn vader nog regelmatig gesprekken over de oorlog. „De rode draad van die verhalen was eigenlijk altijd het neerstorten van een bommenwerper op 16 december 1943. Het vliegtuig stortte neer tussen Wirdum en Mantgum.”

‘’s Avonds tussen 6.30 en 7.00 hoorden we weer het geronk van vliegtuigen. (...) De deuren rammelden en het was alsof een windvlaag om het huis ging. Een paar minuten later hoorden weer zo’n harde slag. Dit herhaalde zich tot 4 à 5 maal toe. Om 6.50 hoorden we in de verte het geronk van een vliegtuig. Het kwam nader en nader, plotseling een fluiten en gieren, kort daarop hoorden we een doffe dreun. Nico (Adri’s broer, red.) en ik snelden de keuken in om te zien wat er was. Ik had de kruk van de buitendeur beet, toen een geweldige slag dreunde, de deur trilde in mijn handen en we snelden terug naar de kamer. (...) Alle buren stonden achter en zeiden dat er een vliegtuig neergekomen was.’

Een aantal dagen later gaat hij met zijn moeder naar de begraafplaats van Huizum om de begrafenis van zes Engelsen uit de neergestorte bommenwerper bij te wonen. Het neerstorten van het vliegtuig en de begrafenis van de Engelsen blijven in Adri’s hoofd spoken en daarom besluit hij op zijn zestiende om zich aan te sluiten bij het oorlogsgravencomité Huizum. „Tot zijn dood in 1993 is hij hiervoor actief gebleven”, zegt Meindersma.

Meindersma stapt in de voetsporen van zijn vader, want ook hij is nu actief voor het comité. „De oorlog boeit mij enorm. Het liefst praat ik honderduit met oude veteranen. Vorig jaar ben ik nog naar Normandië geweest, om de herdenkingen daar bij te wonen. Als je die verhalen dan hoort, daar gaan de haren je recht van overeind staan.”

Historisch Centrum Leeuwarden maakte op basis van Adri’s dagboek een educatieve smartphone-wandeling voor kinderen. Voorgelezen citaten uit zijn dagboek leiden kinderen langs de sporen van de Tweede Wereldoorlog in de binnenstad van Leeuwarden. „Ik ben zelf een keer met een van die groepen meegelopen. Ik heb toen ook nog wat vragen van die kinderen kunnen beantwoorden. Ik denk dat het belangrijk is dat de jeugd betrokken blijft bij oorlogsverhalen. Ook zij moeten weten dat dit nooit meer mag gebeuren.”

Keimpe Sikkema, de Fries die de Februaristaking vastlegde

Hij maakte een van de weinige foto's van de Februaristaking die op 25 februari 1941 plaatsvond. Keimpe Sikkema uit De Westereen begon in de oorlogsjaren met een dagboek, waarin hij verslag deed van onder meer het massale protest dat die dag in Amsterdam plaatsvond.