Het gaat beter met de paling, maar duwtjes in de rug blijven wel nodig

Met het uitzetten van 200.000 pootaaltjes heeft de Friese palingstand een duwtje in de rug gekregen. Dat is nog altijd nodig: het gaat wel beter met de vis, maar de populatie is nog niet zoals die moet zijn.

Foto komt van het ANP: Catrinus van der Veen maakt namens ANP foto’s, die kunnen wij overnemen.

Foto komt van het ANP: Catrinus van der Veen maakt namens ANP foto’s, die kunnen wij overnemen. AN

Controleren, wegen en tellen. Voordat de circa 200.000 pootaaltjes de Friese wateren mogen verkennen, wordt eerst nauwgezet gekeken hoe de jonge palingen er aan toe zijn. Gisteren werd in Reduzum een deel van de pootaaltjes uitgezet door beroepsvisser Ale de Jager. De overige palingen zijn door zijn collega’s in andere delen van Fryslân verspreid. Langs oevers met rietkragen, waar de jonge vissen zich kunnen verstoppen en genoeg voedsel is.

Jaarlijks zet de stichting Duurzame Palingsector Nederland (Dupan) vele honderdduizenden glasaaltjes en pootalen uit om de Nederlandse binnenwateren te herbevolken met paling. ,,Dat is wel noodzakelijk”, zegt Norbert Jeronimus van Dupan. ,,Uit onderzoek blijkt dat de paling-stand verbetert, maar dat de populatie nog lang niet op het gewenste niveau zit. Daarom zetten we ieder jaar glasaaltjes in het voorjaar en later wat oudere en sterkere pootalen uit.”

De jonge palingen zijn afkomstig uit Frankrijk, waar de vissen zich ophopen voor riviermondingen langs de kust. Jeronimus: ,,Daar kunnen ze niet verder en omdat ze met enorme aantallen zijn, gaan ze dood. Dat is zonde. Daarom worden de vissen gevangen en gebruikt om de populatie in de binnenwateren te versterken.”

Mooie bevindingen

De pootalen die gisteren werden uitgezet, hebben in een kwekerij de kans gekregen om te groeien en minder kwetsbaar te worden. Om zo hun overlevingskans in de Friese wateren te vergroten. Het uitzetten van de jonge vissen is onderdeel van het Nederlandse herstelplan uit 2009. Stichting Dupan voert dat in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit uit. Het beleid lijkt effect te hebben: de palingpopulatie stijgt ieder jaar weer.

Sinds 1960 daalde het aantal palingen in Nederland en in de rest van Europa flink. Sommigen gingen er zelfs vanuit dat de vis zou uitsterven. Daar lijkt het niet van te gaan komen. ,,De jaarlijkse stijging in het aantal vissen is nu sterker dan de daling ooit is geweest. Dat zijn mooie bevindingen. Of dat te maken heeft met het uitzetten van al die jonge vissen is lastig te zeggen, maar we zien wel een duidelijke verbetering en daar zijn we al erg blij mee”, benadrukt Jeronimus.

Menselijk ingrijpen is noodzakelijk, omdat palingen zich alleen voort lijken te planten in de Sargassozee. In dat noordelijke stuk van de Atlantische Oceaan komen de larven ter wereld, die met de golfstroom mee liften naar Europa. Maar door de kustverdediging kunnen zij de zoete binnenwateren niet binnenzwemmen.

Door de huidige kustverdediging kunnen zij de zoete binnenwateren niet binnenzwemmen

,,De natuurlijke cyclus van de paling is daardoor verstoord”, legt Jeronimus uit. ,,Volwassen palingen kunnen omgekeerd ook niet terugkeren naar de Sargassozee om te paren. Dat zijn vissen van een meter lang en even breed als de biceps van een sterke man. De kans dat die levend door sluizen, waterkeringen en gemalen komen is niet groot.”

In september zet Dupan daarom volwassen palingen vanuit de Nederlandse binnenwateren uit in zee, zodat zij de bijna zeshonderd kilometer af kunnen leggen om zich voort te planten. ,,Het besef dat niets doen geen optie is, lijkt bij alle betrokkenen wel duidelijk. Het gaat de goede kant uit in Nederland, maar we zullen en moeten de vis blijven helpen.”

U kunt ons helpen de journalistieke onafhankelijkheid in Fryslân te waarborgen. Klik hier om een bijdrage te leveren.

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen over het coronavirus? Meld u aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief

Nieuws

menu