Het leven van Koningin Juliana door de ogen van 650 poppen: Marcel Hectors uit Workum stelt een bijzondere tentoonstelling samen

Het was puur toeval dat Marcel Hectors uit Workum te horen kreeg dat er in de Koninklijke Verzamelingen 650 poppen van koningin Juliana lagen. Die poppen zijn giften van mensen uit Nederland – een aantal uit Fryslân – maar ook ver daarbuiten. Ze vertellen het verhaal van het leven van koningin Juliana. De tentoonstelling die Hectors samenstelde, is nu te zien in Duitsland en volgend jaar in Nederland.

De start van de tentoonstelling in het Manufaktur der Traüme in Annaberg-Buchholz

De start van de tentoonstelling in het Manufaktur der Traüme in Annaberg-Buchholz Foto: Marcel Hectors

Prinses Juliana was nog niet eens geboren of haar oma prinses Emma en moeder koningin Wilhelmina kregen al poppen. Het was eind negentiende eeuw en het maken van poppen was een populaire liefhebberij van de bovenlaag van de samenleving. ,,Het was de tijd waarin kinderen ineens speelgoed kregen. Ze waren geen kleine grote mensen meer. Ze mochten spelen”, zegt Marcel Hectors.

De allereerste pop uit Fryslân, waarvan bekend is dat die cadeau werd gedaan aan de koninklijke familie, werd gegeven door Jonkvrouw Anna Agatha van Eysinga. Ze gaf de pop in 1892 aan koningin Emma die met haar dochter Wilhelmina – ze was toen twaalf jaar oud - alle provincies van Nederland bezocht om dichter bij de mensen te komen. ,,Emma dacht toen al na over het belang van een goede pr voor de koninklijke familie”, zegt Hectors. ,,Ze was een slimme vrouw.”

Bij de Koninklijke Verzamelingen wisten ze wel dat de Friese pop een van de oudste exemplaren in de collectie was, maar hoe oud, dat was niet bekend. Hectors ging met journalisten op onderzoek uit. Ze vonden in de archieven een foto uit 1967 toen de dolverliefde Beatrix en Claus vastgelegd waren in Sint-Nyk.

Dat beeld bracht ze bij de Eysinga’s die in Sint-Nicolaasga ook vastgoed bezaten, waaronder een koetshuis. In dat koesthuis was eerder ook een poppententoonstelling met Friese poppen. In het archief van de Telegraaf troffen ze een foto aan van die tentoonstelling. ,,En daar lazen we dat de pop uit 1892 kwam”, zegt Hectors, die veel plezier haalde uit het speuren naar dergelijke ontbrekende puzzelstukken.

Tijdens haar bezoek aan Fryslân, eind negentiende eeuw, kocht Emma ook een Hindelooper prikslee om te gebruiken rond de vijver. Arend Roosje en Eberhart Ebertus Stallmann waren de makers. Ze maakten er voor de zekerheid maar twee, voor als de eerste mislukte. De slee van Roosje en Stallmann is er nog en neemt een prominente plek in de tentoonstelling over de poppen van Juliana in.

Di Colore

Marcel Hectors werkt, samen met zijn vrouw Janneke van Vliet en dochter Marije Hectors, met het bedrijf Di Colore aan opdrachten voor bedrijven, veelal in de creatieve sector. Onder de opdrachtgevers zijn veel musea, zoals het Drents Museum, maar ook de Floriade, Wetterskip Fryslân en culturele instellingen zoals CODA in Apeldoorn.

Ze stellen exposities samen, maken (audiovisueel) beeldmateriaal of verzinnen volledige concepten. De kracht zit hem volgens Marcel Hectors vooral in de specialisten die hij om zich heen verzamelt. Voor elke opdracht stelt hij een nieuw team samen van mensen die alles weten van bijvoorbeeld journalistiek, fotografie of techniek.

Zo was hij voor een opdracht bij het Veluws Museum Hagedoorn Plaatse in Epe aan de slag. ,,Ik richtte daar een expositie in over klederdracht en raakte in gesprek met de conservator van de Koninklijke Verzamelingen. Terloops liet die man weten dat de verzameling zeker 650 poppen van koningin Juliana telde. Vanuit de hele wereld. Ik dacht: pardon? Dit is een verhaal!”

Duitsland

Hij besloot om zelf een project te schrijven rond de poppen. Hij ging aan de slag en zag al snel dat de poppen van Juliana zelf op zich interessant waren, maar het verhaal eromheen des te meer. Omdat dochter Marije in Duitsland woont en het kantoor daar runt, werd gekeken of er daar musea interesse zouden hebben in dit verhaal.

,,Daarbij speelt mee dat Duitsers weglopen met het Nederlandse koningshuis”, vertelt Marije. ,,Al hebben ze vaak een veel statiger beeld dan hoe het Nederlandse koningshuis in werkelijkheid is. Dat behoeft dus wel enige uitleg, en daar hebben we dan ook veel aandacht aan besteed in de tentoonstelling.”

Via een goed contact uit het verleden kwam Marije uit bij het Manufaktur der Traüme in Annaberg-Buchholz in de Duitse deelstaat Saksen. Ze waren enthousiast over een tentoonstelling over de poppen van Juliana. Daarna haalde Marije ook het Hessisches Puppen- und Spielzeugmuseum in Hanau-Wilhelmsbad binnen.

In Nederland toonde Borg Verhildersum in Leens interesse in de tentoonstelling. Met drie musea waarvan twee in het buitenland kwam het project in aanmerking voor subsidie van het Mondriaan Fonds. Daardoor kwam er ook financieel meer ruimte om er iets bijzonders van te maken.

Bij de Koninklijke Verzamelingen zocht Marcel Hectors zo’n zestig van de 650 poppen uit die wat hem betreft het breedste beeld gaven van het leven dat koningin Juliana leidde. ,,De poppen kregen we voor niks mee”, zegt hij. ,,Daar stond Juliana zelf op, toen ze de stichting die Emma begon, formaliseerde. Haar motto was: ‘Ons bezit mag niet politiek worden. Mensen mogen gebruik maken van deze collectie, maar het mag geen geld kosten.’”

Er waren natuurlijk wel eisen met betrekking tot transport, klimaat en veiligheid. Verder stak hij veel tijd in het uitleggen van het verhaal van de Oranjes. ,,Vanuit Nederlandse én Duits perspectief”. Hij liet journalist Bauke Boersma van het Friesch Dagblad en de Duitse journalist Fabian Busch vertellen over het Koningshuis dat informeel, maar niet té gewoon is. Dit verhaal heeft, aangevuld met foto’s en verhalen van de poppen, geleid tot een Engels- en Duitstalig boek over de tentoonstelling.

Poppenliefhebber?

Toen Juliana geboren was, kwamen er nog veel meer poppen bij. Eerst vooral uit Nederland, maar in haar latere leven kwamen de poppen vanuit de hele wereld. Terwijl Juliana volgens Marcel en Marije niet echt een poppenliefhebber genoemd kon worden. ,,Ze ging niet tussen de poppen zitten om ernaar te kijken”, zegt Marcel Hectors. ,,Ze verzamelde ze ook niet zoals prinses Beatrix bijvoorbeeld wel kunst verzamelt”, vult Marije aan.

De poppen zelf zeiden Juliana niet zoveel. ,,Zij zeiden vooral iets óver haar”, legt Hectors uit. ,,Over hoe mensen naar haar keken en de behoefte voelden om haar iets van henzelf te geven. Een miniatuurmens. Vaak met traditionele kleding uit de streek waar ze wonen. Dát is de symboliek van de poppen. En omdat Juliana zo innemend was en oprecht geïnteresseerd was in de verhalen van een ander, gaven mensen juist haar zoveel poppen.”

Zo vertellen mensen hun verhaal via de poppen en vertellen de poppen het verhaal van Juliana. Een prinses voor wie Marcel en Marije Hectors tijdens het samenstellen van de tentoonstelling steeds meer bewondering kregen. Bijvoorbeeld voor het bezoek dat ze in 1943 bracht aan Aruba, Bonaire en Curaçao toen ze tijdens de Tweede Wereldoorlog met haar gezin in Canada zat. ,,Loe de Jong schreef al dat Juliana in die tijd bepaald niet op haar kinderen zat te passen. Ze lobbyde voor de goede zaak, ze ontmoette mensen en ze doneerde bloed bij de bloedbank, net als veel andere burgers.”

Historische waarde

Op de ABC-eilanden kreeg de koningin natuurlijk weer poppen. En in Suriname waar ze in 1943 ook een bezoek aan bracht. ,,Het zijn niet de mooiste poppen misschien”, lacht Marije, ,,maar wel poppen met een historische waarde. En ook aan de andere kant van de wereld gaven mensen iets van zichzelf aan haar.”

Voor Marcel en Marije Hectors stond vast dat de tentoonstelling echt over koningin Juliana moest gaan, die zo vaak in de schaduw van haar echtgenoot prins Bernhard van Lippe-Biesterfeldt leefde. ,,Juliana had een eigen idee over religie, vrede, passivisme en rijkdom. Dat verhaal wilde ik laten zien”, vertelt Hectors. ,,Want Juliana wilde, blijkt uit een interview, eigenlijk maatschappelijk werkster worden. Aan de hand van de verhalen van de poppen weet ik nu dat ze die rol in haar contact met mensen ook altijd gespeeld heeft.”

De tentoonstelling ‘Een eeuw in poppen’ / ‘Eind jahrhundert in Puppen’ is tot eind oktober te zien in Sachsen. In november gaat de tentoonstelling naar h et Hessisches Puppen- und Spielzeugmuseum in Hanau-Wilhelmsbad. Deze wordt geopend door Koningshuiskenner en oud-burgemeester Bearn Bilker. Vanaf mei 2022 is de tentoonstelling te zien in Museum Landgoed Verhildersum. Bij de expositie is een mediatour in beeld en geluid en op papier.

Bij de tentoonstelling is een boek verschenen: Juliana – A life in Dolls . Het is vanaf het voorjaar 2022 te bestellen bij Veluws Museum Hagedoorns Plaatse (€ 17,95, exclusief verzendkosten) en is dan ook in de museumwinkel te koop.