Het gaat niet goed met de palingstand in Nederland en het nationale palingbeleid is ineffectief, maar Fryslân is goed op weg

In een donderdag gepubliceerd rapport concludeert kennisorganisatie RAVON dat het Nederlandse palingbeleid niet effectief is. Wel wordt Wetterskip Fryslân gewaardeerd met een tweede plek op de lijst van beste waterbeheerders op dit gebied.

Glasaal. Glasalen komen vanuit de Sargassozee met de stroom mee naar Europa, waar ze op obstakels stuiten.

Glasaal. Glasalen komen vanuit de Sargassozee met de stroom mee naar Europa, waar ze op obstakels stuiten. Foto: NIELS WENSTEDT

Het gaat niet goed met de palingstand in Nederland. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport van kennisorganisatie RAVON, dat donderdag werd gepubliceerd. De paling is een ernstig bedreigde diersoort. Met ongeveer 60.000 stuwen, gemalen en sluizen is Nederland koploper in Europa als het gaat om hindernissen voor de paling. 40 procent van de Nederlandse wateren is niet bereikbaar voor de vis. Het rapport concludeert daarom dat het nationale palingbeleid, dat zich moet richten op het bereikbaar maken en houden van leefgebied voor de paling, niet effectief is. Maar over het palingbeleid van Wetterskip Fryslân oordeelt RAVON wel positief.

RAVON heeft een lijst opgesteld van beste waterbeheerders op het gebied van palingbeleid en Wetterskip Fryslân heeft de tweede plek gekregen. Jan Roelsma, senior adviseur waterkwaliteit bij Wetterskip Fryslân, zegt zich inderdaad ook niet te herkennen in het bericht dat bijna de helft van de Nederlandse wateren niet goed bereikbaar is. ,,Dan zijn wij de goede helft.’’

Maar Roelsma deelt wel de zorgen van RAVON over de lage palingstand. ,,Vergeleken met de jaren zeventig is de palingstand nu dramatisch laag.’’ Dat is terug te zien in de hoeveelheid glasalen (babypaling) dat zich aandient in Europa: glasalen komen uit eitjes in de Sargassozee in de Atlantische Oceaan en gaan dan mee met de stroming richting Europa. In Europa groeien glasalen op in zoet water. De geslachtsrijpe schieralen (volwassen palingen) vertrekken vervolgens weer naar de Sargassozee om eitjes te leggen.

Dijken

Om deze kringloop in stand te kunnen houden moeten de palingen wel overal langs kunnen zwemmen. Zo stuiten ze in Nederland bijvoorbeeld op veel dijken. In de Afsluitdijk wordt al een vismigratierivier aangelegd, zodat vissen – waaronder de paling – van zout naar zoet water kunnen en en weer terug.

Het waterschap heeft ook al andere maatregelen genomen. Bij het zeegemaal Roptazijl bij Harlingen worden de vissen aangezogen via een buis die over de dijk heengaat: ,,Het is een soort visachtbaan, waarbij vissen door de buis een hoogteverschil van ongeveer vijf meter overbruggen’’, vertelt Roelsma. ,,Zo wordt het een voordeur voor de paling om vanuit de zee de binnenwateren in te komen.’’

Viswachtkamer

Ook het zeegemaal bij Zwarte Haan is visvriendelijk gemaakt. ,,Hier is een viswachtkamer, waar de paling door het zoete water naartoe wordt gelokt. In de sluis stroomt het water naar binnen, waarin de vissen wachten. Dan gaat de eerste sluis dicht en de andere open.’’

En er is nog een uitvinding voor de vissen bedacht: zo worden er stuwen weggehaald en vervangen door vistrappen, zodat het hoogteverschil van het water in kleine stapjes verloopt en de paling er wel langs kan.

Roelsma vertelt dat Wetterskip Fryslân al meer dan de helft van de blokkades in Fryslân heeft opgelost. Maar hij benadrukt dat het bij de bescherming van de palingstand niet alleen om blokkades gaat, maar ook om de beroepsvisserij. ,,Wij eten natuurlijk ook paling, dus met de visserij moeten goede afspraken gemaakt worden. Een van die afspraken is de realisatie van een aalreservaat in de Kleipolder, waar niet gevist mag worden. Daar kunnen we de palingen rustig hun gang laten gaan.’’

Doorgeschoten

Het waterbeheer moet volgens Roelsma daarnaast ook niet vergeten worden. ,,Je kunt niet zomaar een dijk weghalen, want die biedt bescherming tegen de zee. Maar in de jaren zestig is de techniek doorgeschoten.’’

Er is daarom de laatste jaren weer steeds meer aandacht voor de ecologische kant. ,,Als het gaat om het oplossen van knelpunten, zijn we nu bezig met de laatste loodjes. We krijgen het nu steeds drukker met het onderhoudsprogramma, want de vispassages moeten we natuurlijk wel onderhouden om de optimale werking te kunnen blijven garanderen.’’

Met de maatregelen die nu allemaal worden genomen, hoopt Roelsma dat de palingstand weer herstelt. ,,We gaan met elkaar ons uiterste best doen om de palingstand terug te brengen zoals die was.’’