Hoe een authentiek huisje wegzakt

Hun voorhuis is een prachtig authentiek veenarbeidershuisje inclusief bedstedes. Ike (74) en Ben (77) Naafs uit Munnekeburen willen het graag voor het nageslacht behouden. Maar de dalende veenbodem en het wisselende slootwaterpeil dreigen roet in het eten te gooien. Zijn de maatregelen die ze hebben genomen voldoende?

Door de dalende veenbodem en het wisselende slootwaterpeil dreigt het mis te gaan met het voorhuis van Ike en Ben Naafs.

Door de dalende veenbodem en het wisselende slootwaterpeil dreigt het mis te gaan met het voorhuis van Ike en Ben Naafs. Foto: Simon Bleeker

Toen Ben en Ike in 1973 het huisje aan de Gracht in Munnekeburen als vakantiewoning kochten had niemand het over dalende bodems en scheurende huizen. Dat speelde ook niet toen ze voor permanente bewoning een groter huis achter hun huisje lieten bouwen.

,,Wat ons wel opviel was dat het op een gegeven moment stil werd”, vertelt Ben Naafs. ,,In het begin was het een herrie van kieviten en vooral grutto’s. In de loop van de jaren tachtig was dat opeens verdwenen, merkten we na een verblijf van een paar jaar in het buitenland.”

De ellende met verzakkingen begon volgens Ike Naafs pas na de grote ruilverkaveling die in 2011 werd afgerond. ,,De sloot voor ons huis kwam opeens een aantal keren droog te staan. Het waterniveau schommelde ontzettend. Dat was in al die tijd dat we eigenaar van het huisje zijn nooit eerder gebeurd.”

Eerder bij een informatieavond rond het ruilverkavelingsproject vroeg Ben of het wel goed kwam met het waterpeil. ,,‘Maakt u zich geen zorgen, uw huis grenst aan een hoogwatersloot’, kreeg ik te horen. Maar die heeft sindsdien inmiddels een paar keer leeg gestaan.” Zo’n hoogwatersloot is onderdeel van het hoogwatercircuit van het Wetterskip bij huizenkernen in het veenweidegebied om verzakking van funderingen te voorkomen.

De eerste scheuren

De eerste scheuren verschenen tien jaar geleden aan de zijkant van hun huis. ,,Maar ja, dat is verzakking van ouderdom, dachten we eerst”, vertelt Ike. De scheur werd gerepareerd en de zijkant van het huisje werd voorzien van een stalen raster afgesmeerd met cement. Eerder waren als fundering gaten in de bodem gedraaid die met gewapend beton waren volgestort.

De problemen waren echter niet over. De kelder zakte scheef en begon los te raken van de muur. Met ijzeren beugels is de kelderbak verankerd. ,,Nu zakt álles even snel”, concludeert Ike nuchter.

Om de vloer van het huisje te ondersteunen is van voor tot achter een stalen balk onder de vloer bevestigd. Maar door het ontbreken van nat veen onder de kelder is deze verder gaan zakken. De kier tussen de muur en grond aan de kelderkant van het huisje werd ook steeds breder. Een paar weken geleden is daar een cementen muurtje onder gezet.

De eerste scheuren verschenen tien jaar geleden aan de zijkant van hun huis. ‘Maar ja, dat is verzakking van ouderdom, dachten we eerst’

Dat ouderdom de oorzaak is van alle problemen gelooft het echtpaar al lang niet meer. Zij denken dat de nieuwe inlaat van de Jonkers- of Helomafeart op de hoogwatersloot die voor hun perceel loopt er debet aan is. Ben: ,,Voorheen zat er een buis met een stuk gaas dat takken en bladeren tegenhield. Met de nieuwe buis verdween het gaas en wij denken dat de buis regelmatig verstopt zit.”

Ze zijn niet de enigen met verzakkingsproblemen in de buurt. Ike: ,,Omdat wij steeds de problemen hebben laten aanpakken zijn de kosten nog niet enorm opgelopen. Maar niet iedereen heeft het geld om elke keer weer een reparatie uit te laten voeren. En dan zit je in een huis waar je minstens een ton in moet stoppen om het bewoonbaar te houden.”

Hun tweede, nieuwe huis uit 1996 dat is verbonden met het arbeidershuisje kent geen problemen. ,,Daar zitten palen onder tot op de tweede zandlaag op vier meter diep”, vertelt Ben. Zo diep zitten de gestorte palen van het oude huisje niet, en dat baart hem zorgen. ,,Die zitten tot op de eerste zandlaag. Tussen die lagen zit veen en dat klinkt door de ontwatering verder in waardoor het huis blijft zakken.”

Geen actie van het Wetterskip

Hun problemen zijn bij het Wetter-skip bekend. Sinds 2014 heeft de familie Naafs bijna honderd keer telefonisch contact gehad. Ike is het op een gegeven moment gaan bijhouden. ,,De rayonmanager is van goede wil. We krijgen zelfs mailtjes waarin hij ons vooraf waarschuwt dat het slootpeil gaat zakken in verband met werkzaamheden. Maar het lijkt of hij van hogerhand niet de stappen kan nemen die nodig zijn.”

Nu zes jaar bellen geen effect heeft is het tijd voor actie, vindt het echtpaar. Met een groep van twaalf bewoners hebben ze zich gemeld bij de overheidsstichting Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF).

Marc Nederlof, projectleider hoogwatervoorzieningen bij het Wetter-skip denkt niet dat de funderingsproblemen bij de Naafs aan de nieuwe waterinlaat van de Jonkers- of Helomafeart is te wijten. ,,Het hoogwatercircuit van twee kilometer in die streek is storingsgevoelig. Het heeft veel duikers en de nieuwe inlaat raakt inderdaad wel eens verstopt. Maar storingen worden over het algemeen snel opgelost. Ik denk dat het probleem eerder samenhangt met het grondwaterpeil in de omgeving na de ruilverkaveling. Het peilverschil tussen de hoogwatercircuits en de landbouwgrond wordt op een gegeven moment zo groot dat het water naar het laagste punt trekt waardoor funderingsproblemen kunnen ontstaan. Maar er kunnen meerdere oorzaken zijn voor funderingsproblemen.”

Volgens Nederlof is de Groote Veenpolder ook een heel bijzonder gebied. Het is met zijn 2500 hectare weliswaar relatief klein, maar de omstandigheden zijn er heel gevarieerd. ,,Op sommige plekken ligt keileem dicht aan de oppervlakte met hoge grondwaterpeilen, andere delen staan onder invloed van de veel lager gelegen Noordoostpolder. Het gebied kent daardoor grote hoogteverschillen en een heel verfijnd watersysteem. De hoogwatersloten lopen als bloedvaten door het gebied en hun water moet uit de omringende boezem komen. Voor een goede doorstroming in een sloot met duikers is veel hoogteverschil nodig. Daar is in dat gebied niet altijd sprake van, wat de hoogwatervoorzieningen storingsgevoelig maakt.”

Een nieuw evenwicht vinden

Die lastige omstandigheden maken de Groote Veenpolder een uitstekende proefpolder voor het veenweideprogramma. De lessen die uit dit gebied kunnen worden getrokken kunnen gelden voor het hele veenweidegebied. Lessen die verder reiken dan de funderingsproblemen. ,,Er moet een evenwicht worden gevonden om het gebied ook in de toekomst geschikt te houden voor landbouw, natuur en wonen.”

Volgens Dick de Jong van KCAF zijn er sinds 2018 tientallen (vaak anonieme) meldingen binnengekomen over problemen met huisverzakkingen. Bij zo’n 3500 tot 7000 woningen in het veenweidegebied is sprake van een kwetsbare fundering. Voor een proefproject van het Wetterskip, de provincie en de gemeente Weststellingwerf, wordt onder andere gekeken hoe de funderingsproblemen het best kunnen worden aangepakt. ,,Bij een onderzoek van twaalf panden bleek de fundering bij negen huizen er slechter aan toe dan was verwacht. En bij sommige huizen is snel ingrijpen noodzakelijk.”

Vooral de afgelopen drie droge zomers deden de panden geen goed. ,,Huizen die tien jaar geleden nog goed waren hebben nu een tik gehad. Staan palen tijdens een zomer een paar weken droog dan kan een houten paal wel 120 jaar mee. Staan ze, zoals afgelopen zomers, te lang droog dan worden ze door schimmels aangetast en kunnen ze binnen een paar jaar weggerot zijn.” Tot 1950 werden er houten palen gebruikt om huizen te funderen en tussen 1950 en 1970 zowel houten als betonnen palen. Na 1970 raakten houten palen uit.

Behalve het minder effectief worden van de hoogwatercircuits door een lager waterpeil voor landbouwgebieden blijken palen ook te lijden onder een bacterie: de palenpest. Die bacterie zit van oorsprong in het hout en tast de paal ook onder water aan.

En het zijn niet alleen de huizen met houten palen die funderingsproblemen hebben. Door de ongelijkmatige maaivelddaling kunnen ook gebouwen die op staal (dat wil zeggen zonder palen) zijn gefundeerd ongelijkmatig verzakken en scheuren.

De uitkomsten van de eerste onderzoeken leidden volgens Zijlstra tot veel vragen en zorgen bij de woningeigenaren. ,,Mensen willen weten hoe ze de fundering kunnen laten herstellen, wat dat gaat kosten en hoe ze dat gaan betalen.” De bewoners worden door het KCAF begeleid en de ervaringen worden meegenomen bij het nog op te richten Funderingsloket Fryslân, zoals het waarschijnlijk gaat heten.

Volgens Zijlstra is er in sommige gevallen een tegemoetkoming mogelijk in de kosten. ,,Zo’n aanvraag wordt voor elke woning afzonderlijk beoordeeld. Het Wetterskip heeft daar regelingen voor, zoals de Nadeelcompensatieverordening en de Schadevergoedingsregeling gebouwschade door peilbeheer.”

Alleen als de fundering door een peilverlaging ten behoeve van de landbouw eerder moet worden vervangen, is er kans op zo’n vergoeding. En die zal de herstelkosten niet dekken, waarschuwt Zijlstra. ,,De vergoeding is gebaseerd op de extra kosten die de eigenaar moet maken omdat hij eerder toe is aan herstel van de fundering. In een veenweidegebied waar ook wordt gewoond en gewerkt is altijd sprake van bodemdaling en peilaanpassing. Door dit natuurlijke proces moet een fundering sowieso op een zeker moment worden hersteld of vervangen. Iedere woningeigenaar is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van zijn woning en daarmee ook voor kosten aan de fundering.”

Nieuws

menu