Beregening bij Ysbrechtum, eind mei 2018. De kans op dergelijke extreem droge jaren zal toenemen.

Hoe ook Fryslân, een provincie die water ademt, steeds meer last van de droogte zal gaan krijgen

Beregening bij Ysbrechtum, eind mei 2018. De kans op dergelijke extreem droge jaren zal toenemen. Foto: Simon Bleeker

In het extreem droge jaar 2018 dachten we nog dat het een toevallig incident was. Maar het daaropvolgende jaar was het weer droog en het jaar daarna weer. Hoe kan een typisch waterland als Nederland verdrogen? René Didde zocht het uit.

Droogte is feitelijk een tekort aan water. Nederland heeft de laatste jaren geleden onder droogte, terwijl er op het eerste gezicht niet echt een tekort aan water is in ons meren- en rivierenrijke land aan de zee.

Journalist René Didde, die sinds 1989 schrijft over bodemdaling, dijkverbetering, zilte landbouw en droogte, ging op onderzoek uit om de vraag te beantwoorden hoe het kan dat Nederland verdroogt. Zijn bevindingen legde hij vast in het boek Nederland droogteland. Dat Nederland gemiddeld jaarrond juist natter is geworden (er valt 850 millimeter tegen 750 millimeter rond 1920) doet niet ter zake. En ook niet dat 550 millimeter in het voorjaar en de zomer verdampt via de gewassen. Dat overschot van 300 millimeter is een schijnoverschot, omdat we dat ’s winters te verstouwen krijgen, als de gewassen het niet nodig hebben. Dus pompen we dat allemaal af om droge voeten te houden.

Vier fasen

Verdroging verloopt in vier fasen, vertelt droogte-expert Niko Wanders van de Universiteit Utrecht in het boek, en is een moordenaar die stapje voor stapje naderbij sluipt. Het begint bij de meteorologische droogte, het neerslagtekort. Er valt in een periode te weinig regen om de verdamping bij te benen. Hier hebben vooral planten en bomen last van bij hun groei.

Als dit langer duurt, ontstaat agrarische droogte: de bodem verdroogt, soms tot zeventig centimeter diep. Dit is op zandgronden goed waarneembaar: de natuur begint te kwijnen. Met name boeren ondervinden last. Daarna volgt de grondwater- of hydrologische droogte. Het grondwaterpeil zakt, met gevolgen voor de landbouw, de natuur, de drinkwatervoorziening en de logistiek (binnenvaartschepen moeten minder zwaar beladen varen). De droogte heeft nu een structurele vorm aangenomen: een paar fikse zomeronweersbuien bieden geen verlichting meer omdat de dichtgeslagen grond geen water meer opneemt.

Zo kon het dat de lage grondwaterstanden van het jaar 2018 niet hersteld waren toen het droogteseizoen van 2019 (op 1 april) begon. De Rijn, waarvan we voor 90 procent afhankelijk zijn voor de zoetwatertoevoer, droogt intussen op, want de neerslag in de Alpen neemt almaar af. Dit heeft verzilting van grondwater en bodem tot gevolg, omdat de ‘tegendruk’ van de Rijn afneemt. Bodemdaling, bijvoorbeeld in het veenweidegebied, en diepontwatering dragen daar ook aan bij.

Als dit lang aanhoudt, komt de genadeklap van de vierde droogtefase: de sociaaleconomische droogte. De ontwrichting van de economie en de maatschappij (door drinkwaterschaarste bijvoorbeeld) heeft dan onherstelbare gevolgen. Elders op de wereld zijn al hoog oplopende conflicten rond watervoorziening. Het World Economic Forum zag in 2017 45 oorlogshaarden waar water een rol speelde.

Klimaatverandering

Jaren van droogte zijn nog altijd toevallige uitschieters: 1911, 1921, 1947, 1959, 1976, 2003, 2018. Dit lijkt los te staan van klimaatverandering. Toch groeit de kans op een droogtejaar wel degelijk. Als de aarde door de uitstoot van broeikasgassen verder opwarmt, zullen de perioden met meteorologische droogte toenemen, treedt vaker agrarische droogte op en neemt de kans op grondwaterdroogte toe. De neerslag wordt ook grilliger: korte, heftige, plaatselijke buien. Een gestage miezer die de bodem op een groot oppervlak verzadigt komt minder vaak voor.


In 2020 waren er 134.800 waterputten in Nederland, waarvan 35 procent voor de landbouw, terwijl er voor 1976 drieduizend werden geteld

Kwetsbare natuurgebieden maken dit zichtbaar. Die ondervinden blijvende schade en veranderingen. Dat wordt vaak nog versterkt door de buren van de natuurgebieden, boeren die – al dan niet legaal – grondwater onttrekken voor de beregening van hun land. In 2020 waren er 134.800 waterputten in Nederland, waarvan 35 procent voor de landbouw, terwijl er voor 1976 drieduizend werden geteld. Als al die pompen tegelijk aan gaan, zakt het grondwaterpeil serieus.

Opbrengstverlies

Zo constateert Didde dat Fryslân, dat overal water ademt, als agrarische provincie steeds meer met de gevolgen van droogte kampt. Wetter-skip Fryslân wil meer water vasthouden, met name op de zandgronden in het zuidoosten. In het zuiden en zuidoosten van Fryslân ondervindt de landbouw 40 procent of meer opbrengstverlies door droogte of juist wateroverlast, aldus Alterra. Hetzelfde geldt voor het Groene Hart en delen van West-Friesland in Zuid- en Noord-Holland. Louise Fresco van de Wageningen Universiteit en voormalig landbouwminister Cees Veerman pleiten voor een Agrarische Hoofdstructuur. Een speciale commissie zou zich moeten buigen over een herindeling van Nederland wat betreft de functies van ruimte.

De consument is ook een belangrijke factor in de verdroging. Didde schrijft over de ‘droge voetafdruk’. Officieel ligt het watergebruik op 119 liter per Nederlander per dag. Maar daar is alleen ons kraanwater meegeteld. 90 procent van het water dat ons consumentengedrag kost, komt voor rekening van het buitenland.

Zo kost één T-shirt (vanwege de waterslurpende katoenteelt) 2700 liter water en een ons rundvlees 1550 liter. Eén kopje koffie vergt 140 liter water. Zo is de watervoetafdruk van de Nederlander fors groter dan die 119 liter: onze leefstijl kost 3300 liter water per dag. Die werkt voornamelijk droogte elders ter wereld in de hand. Zo lijkt het een moeilijk oplosbaar probleem, en dat maakt Nederland droogteland een verontrustend boek.


Nederland droogteland. René Didde. Uitgeverij Lias, 19,99 euro