De school is al weg, maar in Herbaijum is dorpscafé Oant Moarn vijf dagen per week open

In een aantal Friese dorpen staat het dorpscafé, als een laatste der Mohikanen, nog overeind. Zo ook in Herbaijum, waar de school al heel lang weg is, maar waar Boukje Paulusma van café Oant Moarn haar gasten vijf dagen per week ontvangt.

Het Oant Moarn-cafe in Herbayum.

Het Oant Moarn-cafe in Herbayum. Foto: Catrinus van der Veen

Ruim veertig jaar geleden stonden de vrachtwagens nog rijen dik geparkeerd langs de Rijksweg in Herbaijum. De A31 , de snelweg van Harlingen naar Leeuwarden, was er nog niet. Vrachtverkeer van en naar de Afsluitdijk doorkruiste Herbaijum. Het plaatselijke café Ús hûs, dat direct aan de Rijksweg lag, was een ideaal punt om te stoppen voor een gehaktbal, schnitzel of - als het iets té gezellig werd - een bed.

De opening van de snelweg in 1983 betekende het einde van Herbaijum als truckersplek. Het café deed nog jaren dienst als herberg, maar kreeg een ander publiek.

Piet Paulusma, de vader van Boukje, was bevriend met de toenmalige eigenaar. ,,Mijn vader zei altijd dat hij het café na zijn pensioen wel wilde overnemen. Maar toen zijn vriend plotseling op jonge leeftijd overleed, werd ons gevraagd om het café direct over te nemen”, vertelt Boukje.

Brandveiligheid

Boukje was toen 25 jaar en ineens had ze haar eigen café. ,,Kort daarvoor was die nieuwjaarsbrand geweest in café het Hemeltje in Volendam en de regels voor brandveiligheid werden ineens stevig opgeschroefd.” Dat was ook hard nodig. ,,Er lag vloerbedekking op de vloer en niks was van brandwerend materiaal gemaakt.”

Na een verbouwing van twee jaar, waarbij het terras en de pui aan de voorkant in originele staat werden teruggebracht, kon het café open. Twaalf jaar later zwaait Paulusma nog steeds de scepter in het café. Sterker nog: ze draait de bar, doet de inkoop, maakt schoon, laat de frituurmand af en toe zakken of haalt de appeltaart op die een dame in het dorp op bestelling voor haar bakt. Eigenlijk doet ze alles.

Afwassen

,,Het is hard werken, maar ik doe mijn werk met veel plezier”, vertelt Paulusma. Ze heeft wel eens personeel gehad, maar de laatste jaren kan dat niet meer uit. De nood is vaak ook niet zo hoog. Stel dat het onverwacht druk is, dan is er altijd iemand in het dorp op wie ze een beroep kan doen. Of de vaste gasten – Boukje schat dat zo’n vijftig bewoners met enige regelmaat langskomen - steken de handen uit de mouwen. ,,Dan begint er één spontaan af te wassen of haalt zelf de glazen even op.” Dat gemoedelijke is precies de sfeer die ze in Oant Moarn neer wil zetten.

Maar aan die huiselijkheid zit ook wel een keerzijde, weet ze. Bewust is ze niet bij het café gaan wonen. ,,Ik heb het nodig om de dag of de avond van me af te schudden met een drankje op de bank.”

Jongeren

Ze voelt zich zeer door het dorp gedragen. ,,Als het een keer rustig is, zeggen ze ‘jammer meid, dat het zo rustig is. Volgende keer beter’. De laatste tijd is het vanwege corona vaak té rustig in het café. Maar Herbaijum met haar inwoners verandert ook, merkt ze. ,,Jongeren van hier die willen blijven, trekken vaak naar de stad omdat ze hier geen woning kunnen krijgen. Mensen van buiten komen er wel tussen. Dat doet veel met de sociale cohesie in het dorp.”

Daar hoeft niks mis mee te zijn, maar Paulusma ziet het effect letterlijk in haar klandizie terug. ,,De betrokkenheid bij het dorp is kleiner. Bij de kaatsvereniging melden zich geen jonge leden meer aan.” De jonge Herbaijumers, die de geschiedenis van het café kennen, die zijn mede haar toekomst. Maar daar koopt ze niks voor als die generatie in het dorp geen betaalbaar huis kan vinden.

Dat de vaste feesten en partijen nu vanwege corona ook even op pauze staan, kon ze er eigenlijk niet bij hebben. ,,Vaste gasten zijn fijn, maar de vaste lasten zijn hoog. Af en toe een feest is dan wel noodzakelijk om het te kunnen redden.”

Warme deken

Ze kan de omliggende dorpen waar geen dorpscafé meer is zo opnoemen. ,,Achlum heeft altijd een café gehad, Wijnaldum ook. En in Kimswerd zit alleen nog een klein hotel.” Dat het café in Herbaijum nog wel staat, maakt haar trots. ,,Want ons café is één van de weinige constante factoren in het dorp.“

In deze zomerserie trekt het Friesch Dagblad de provincie door op zoek naar de verhalen achter de gevel van het dorpscafé.