Jan Fokkens

Indië-veteraan Jan Fokkens uit Surhuizum hield altijd moed

Jan Fokkens

Jan Fokkens was vriendelijk, innemend en gemakkelijk in de omgang. Hij had een eigen handelsdrukkerij in Surhuisterveen en was in zijn vrije tijd actief voor kerk en maatschappij. Hij overleed op 14 mei op 95-jarige leeftijd.

Het zal een jaar of tien geleden zijn dat Hinke van der West-Fokkens met haar man Gaele op weg was naar een cursus internetbankieren. Ter plekke kwam ze haar vader tegen. Ook hij had zich voor de cursus ingeschreven. Dat typeerde hem, vertelt Hinke. Haar vader had een brede belangstelling en was avontuurlijk ingesteld, ook op ver gevorderde leeftijd.

Jan Fokkens werd geboren op 22 augustus 1925 op een boerderij in Sumar. Hij groeide op in Metslawier, waar het gezin naartoe was verhuisd nadat er in Sumar twee keer mond-en-klauwzeer was uitgebroken. Na de lagere school ging hij naar de Land- en Tuinbouwschool en volgde diverse landbouwcursussen, met het oog op een toekomstig boerenbestaan.

Het liep anders, mede door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De oorlog raakte Fokkens hard. Hij verloor twee broers, van wie een door ziekte. Zijn oudere broer Dirk werd in mei 1943 door de Duitsers doodgeschoten als represaille voor de melkstaking. Het lichaam van zijn broer is nooit gevonden. ,,Dêr hat myn heit in soad lêst fan hân. Hy fûn it ferskriklik wat der bard wie”, zegt dochter Hinke.

Nederlands-Indië

Als dienstplichtig militair werd Fokkens in oktober 1946 naar Nederlands-Indië gestuurd. Hij moest als foerier zorgen voor de bevoorrading en het afleveren van militair materieel. Hij raakte zelf niet betrokken bij gevechten, maar er sneuvelden wel kameraden, iets wat grote indruk op hem maakte.

In december 1949 keerde Fokkens terug in Nederland. Voor zijn langdurige inzet in Indië werd hij onderscheiden met het Ereteken voor Orde en Vrede. Begin jaren zestig werd hij lid van de Bond van Wapenbroeders, een organisatie van veteranen. Hij was jarenlang bestuurlijk actief voor de afdeling Friesland-Oost. Bij zijn begrafenis vormden op zijn eigen verzoek vijf Wapenbroeders een erewacht.

Na zijn terugkeer uit Indië ging Fokkens werken op de boerderij in Metslawier. Het boerenwerk viel hem zwaar, mede door ziekte. Bij het zoeken naar ander werk kreeg hij geen hulp van de Nederlandse Staat, ‘een slag die hard aankomt na vier jaar actieve dienst’, schreef Fokkens zelf. Uiteindelijk begon hij een eigen administratiekantoor in Harkema-Opeinde, waar zijn vrouw Froukje onderwijzeres werd. Ze verhuisden later naar Surhuizum, waar het kantoor uitgroeide tot een handelsdrukkerij. Fokkens verplaatste de drukkerij later naar Surhuisterveen, maar bleef met zijn gezin in Surhuizum wonen.

Warber mantsje

Volgens dochter Hinke – een van de vier kinderen - maakte haar vader lange dagen in de drukkerij, maar dat weerhield hem er niet van zich in te zetten voor kerk en maatschappij. Hij deed vrijwilligerswerk voor de gereformeerde kerk en later de PKN-gemeente in Surhuizum, was betrokken bij het jeugdwerk in Harkema en was lang bestuurslid van Stichting Woningbouw Achtkarspelen. ,,In warber mantsje”, zegt Hinke.

Onopgemerkt bleven die activiteiten niet. Fokkens werd Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en drager van de Erepenning van de Nationale Woningraad.

Houd moed

Na zijn pensionering maakte Fokkens met zijn vrouw vele reizen. Hij las ook graag, vooral boeken over de oorlog en theologie. Na het overlijden van zijn vrouw in 2003 bleef hij in Surhuizum wonen, tot het niet meer kon. De laatste zeven jaar woonde Fokkens in woonzorgcentrum Haersmahiem in Buitenpost. Zijn gezondheid nam geleidelijk af, maar hij bleef positief. Bezoekers kregen bij het afscheid steevast te horen: houd moed.

Op 5 mei zat Fokkens, verzwakt, in vol ornaat klaar voor de doorkomst van de Friese bevrijdingskaravaan. Baret op het hoofd, medailles opgespeld. Nog eenmaal trokken er legervoertuigen aan de Indië-veteraan voorbij. Negen dagen later overleed hij. De rouwdienst vond plaats in Metslawier, waar Fokkens naast zijn vrouw is begraven.