Insecten en vogels meten om kievitkuikens te helpen

Waar kan een kievitkuiken de meeste insecten oppikken? Op zes plekken in Noardeast-Fryslân hebben boeren stroken grasland braakgelegd om te onderzoeken of kuikens hier meer voedsel kunnen vinden dan op groen grasland. Agrarische natuurvereniging Noardlike Fryske Wâlden (NFW) hoopt met de proef te achterhalen of die maatregel leidt tot meer broedsucces voor de soort.

Bureau Altenburg & Wymenga voert het onderzoek uit op locaties rond Oentsjerk, Kollum, Driezum en Lekkum en in de Wynserpolder. Boeren ploegden hier grasstroken om tot ruig, zwart braakland. Tussen de aardekluiten zijn insectenvallen gestoken. In gewoon grasland is hetzelfde gedaan, ter vergelijking. Iedere week worden de vallen gecontroleerd en geleegd.

Om na te gaan of kievitfamilies gebruikmaken van de braakstroken, is een aantal volwassen vogels voorzien van een gps-zender. Onderzoekers gaan na of deze gezenderde vogels daadwerkelijk kuikens hebben. Ook wordt het aantal ‘alarmerende’ vogels op braak- en grasland geteld: een graadmeter voor het aantal jonge weidevogels dat in het land zit en door hun ouders beschermd wordt.

Het is geen maatregel die op grote schaal kan worden toegepast, maar op kleine hoekjes grond wel

Al deze metingen moeten uitwijzen of de kievit geholpen is met het braakleggen van grond, met andere woorden: of kuikens daar makkelijker aan voedsel kunnen komen én of daardoor meer kuikens groot worden dan op grasland.

Voorzitter Albert van der Ploeg van de NFW wijst erop dat kieviten zich graag ophouden op braakliggend maïsland. ,,Zeker vroeg in het jaar, als het nog koud is en nat. Dan zitten ze graag op maïsland. Zwarte grond neemt meer warmte op dan lichte grond. Het is geen maatregel die op grote schaal kan worden toegepast, maar op kleine hoekjes grond wel. Het kan een aanvullende maatregel zijn in het weidevogelbeheer.”

Als de effectiviteit bewezen is, kan de maatregel mogelijk op beperkte schaal worden ingezet om het broedsucces te verbeteren, zegt Van der Ploeg. De provincie Fryslân betaalt mee aan het onderzoek.

De weidevogelstand ging de afgelopen decennia sterk achteruit. Lage grondwaterstanden, intensievere landbouw, predatie en verstedelijking dragen daaraan bij.

Subsidie

Boeren die hun land geschikter maken voor weidevogels, bijvoorbeeld door plasdrasgebieden aan te leggen, kunnen daarvoor subsidie krijgen van de provincie Fryslân. Voor de braakstroken is die provinciale subsidie er nu nog niet. Het onderzoek zou daar verandering in kunnen brengen. De metingen gaan door tot halverwege juni. De resultaten worden dit najaar verwacht.