Dit artikel is vandaag gratis

Jeugdcriminaliteit lijkt van straat naar cyberspace te verschuiven

Jongeren voeren een taakstraf uit. Foto: ANP

De geregistreerde jeugdmisdaad neemt al jaren af, ook in Fryslân. Maar betrokkeninstanties zien een verschuiving van de straat naar de digitale wereld. En spelen daarop in.

Corrie van Dellen, relatiemanager van Halt Noord-Nederland, ziet het aan haar eigen kinderen. In de zomer zijn zij nog veel buiten te vinden. ,,Maar zodra het ander weer wordt zitten ze het liefste op zolder achter de computer, om te gamen.”

Dat gedrag is in lijn met de landelijke trend. Jongeren spenderen steeds meer tijd achter de computeren hangen minder op straat rond. Maar die digitale aanwezigheid leidt ook tot risico’s, weet Van Dellen. ,,Op YouTube kunnen jongeren bijvoorbeeld eenvoudig instructievideo’s vinden over hoe ze een website kunnen hacken. En dat daagt hen ook uit. Het past bij experimenteergedrag van pubers.”

Yoda

Hoewel Halt nog steeds vooral jeugdige vermogensdelinquenten (diefstal)binnenkrijgt ziet Van Dellen sinds vorig jaar de eerste jonge cybercriminelen. De aanpak daarvan staat nog in de kinderschoenen, al wordt eraan gewerkt. Halt haalt weliswaar zelfgeen digitale expertise in huis, maar werkt meer samen met het bedrijfsleven. Vorig jaar startte Halt Noord Nederland bijvoorbeeld de pilot Yoda voor de aanpak van digitale jeugdmisdaad, in samenwerking met het Openbaar Ministerie (OM) en het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Twee jonge hackers (veertien en vijftien jaar) moesten naast leeropdrachten bij Halt een werkstraf uitvoeren bij Groningse IT-bedrijven. ,,De ene had een webshop gehackt, de andere had het netwerk van een school platgelegd. Bij de IT bedrijven leerden ze ook hoe zij hun talent positief konden inzetten. Want die cybergastjes zijn ook gewoon heel talentvol.” Halt wil de pilot de komende periode landelijk uitrollen. ,,We gaan ook op zoek naar Friese bedrijven.”

Daling

Over het algemeen lijkt de jeugdcriminaliteit te dalen, zo blijkt uit een publicatie die het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) gisteren verspreidde. De politie registreert sinds 2007 minder verdachten van jeugdmisdaad en ook in zelfrapportages, waarin jongeren zelf aangeven of zij weleens een misdrijf of overtreding pleegden, is een daling te zien. ‘Hierbij merken we op dat de registraties een deel van de werkelijke jeugdcriminaliteit meten’, nuanceren de onderzoekers.

‘De geregistreerde jeugdcriminaliteit neemt hoogstwaarschijnlijk sterker af dan de werkelijke criminaliteit. ’De daling blijkt uit ook uit het aantal Halt-meldingen in Fryslân. Vorig jaar waren in Fryslân 410 verwijzingen naar Halt. Minder dan in 2015 (455) en in 2016 (418). ,,Vooral de afgelopen twee jaar zien we een daling.”, meldt van Dellen. ,,Landelijk was die daling bij het OM al langer te zien, en nu zakken wij ook.”

Van Dellen blijft wel voorzichtig. ,,Het is lastig om de daling te verklaren. We hebben weinig zicht op de verschuiving naar de cybercrime. Verder lijkt de aangiftebereidheid te dalen en klaagt de politie over een gebrek aan capaciteit. Dat zijn factoren die kunnen meespelen bij de daling.”

Beter verborgen

Het is daarom mogelijk dat de jeugdmisdaad qua omvang niet verandert, maar beter verborgen is, beaamt Van Dellen. Dat blijkt ook uit de publicatie van WODC. Het aandeel jeugdigen dat veroordeeld is voor een cyberdelict is minder dan 1 procent van alle jeugdige strafrechtelijke daders. De onderzoekers noemen dit een ‘forse onderschatting’ van de werkelijkheid.

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) zegde gisteren in een brief aan de Tweede Kamer toe dat hij met organisaties als politie, het OM, Halt en de Raad voor de Kinderbescherming de aanpak van cyber- en gedigitaliseerde jeugdcriminaliteit nader vorm gaat geven.

Nieuws

menu