Jongens op de pabo: creatief zijn is meer dan alleen knippen en plakken

Inspanningen om meer jongens te interesseren voor een baan in het basisonderwijs werken maar mondjesmaat, bleek vorige week uit een rapport. De pabo van NHL Stenden is een positieve uitzondering. Landelijk wordt meegekeken hoe ze het daar doen.

Volkert Mollema (teamleider pabo) en Rory Vallinga (student pabo).

Volkert Mollema (teamleider pabo) en Rory Vallinga (student pabo). Foto: Marchje Andringa

De visitatiecommissie was er vol lof over: het concept van design based education dat hogeschool NHL Stenden (onder andere) op de pabo hanteert. ,,Ze zeiden dat we daar wel wat trotser op mochten zijn”, zegt Volkert Mollema, teamleider propedeuse en deeltijd-pabo. Bij DBE staan de uiteindelijke leeruitkomsten en vereisten vast, maar de student mag zelf veel meer bepalen hoe hij of zij die uitkomsten wil bereiken. Studenten hebben zo veel meer regie over de invulling van hun eigen opleiding.

Juist deze werkwijze is veel jongens op het lijf geschreven, is in de praktijk gebleken. Zo ook Rory Vallinga (20), tweedejaars pabo-student in Leeuwarden. ,,DBE is echt een meerwaarde. Je bent veel vrijer in je doen en laten en hebt niet met een vast programma te maken.”

Het is een van de belemmerende factoren voor jongens om voor een opleiding en baan in het basisonderwijs te kiezen: een vastgelegd curriculum, waarbij de nadruk vaak ligt op de ontwikkeling van het kind in plaats van op kennisoverdracht. En dan is er ook nog veel aandacht voor reflectie, communicatie, presentatie en empathie, terwijl jongens behoefte hebben aan vakinhoudelijke kennis en didactische vaardigheden. Dat bleek vorige week uit het rapport Meer meesters? , dat in opdracht van het ministerie van Onderwijs is opgesteld.

In dat rapport komt NHL Stenden – waarvan de locatie Emmen onder de loep is genomen – nog het positiefst uit de bus. Het aandeel jongens op de pabo steeg de laatste vijf jaar van 24 procent naar 35 procent. Mollema: ,,Het beeld op de locatie Leeuwarden is vrijwel hetzelfde.”

Vijf jongens

Rory zit met vijf jongens in een klas van vijftien. Er zijn meer aspecten die aantrekkelijk zijn voor jongens. Zo heeft de pabo in Leeuwarden een Innovation-lab waar ict en technologie centraal staan. ,,Dat is echt iets waar ik mijn plezier uit haal”, zegt Rory. ,,Ik heb wel wat verstand van digitale snufjes, maar kinderen denken vaak dat leerkrachten daar niks van snappen. Op mijn stageschool in Dokkum hebben we bijvoorbeeld Chromebooks. Kinderen denken mij te slim af te zijn, maar dan blijk ik ze gewoon bij te kunnen benen. Dat vind ik leuk. En de kinderen ook.”

Wat de pabo van NHL Stenden ook doet is voorlichting speciaal op jongens richten, jongens inzetten bij wervingscampagnes en gericht mbo-studenten werven. Rory heeft een mbo-opleiding aan het CIOS gedaan. ,,Ik heb drie jaar gymles op de basisschool gegeven. Toen kwam ik erachter dat ik meer wilde dan dat. Ik liep eens een dagje mee in groep 8 en het leek me wel wat. De pabo was een logische stap voor me.”

Midden- en bovenbouw

De meeste jongens zijn geïnteresseerd in de midden- en bovenbouw. Veel pabo-studenten knappen in het tweede jaar alsnog af op de onderbouwstage. Rory: ,,Het mooie van mijn stage in groep 3 vorig jaar vond ik dat die kinderen alles vanaf het begin leren. Maar ik vind ze toch net iets te jong. Ik wil ook met de kinderen naar buiten, samen dingen ontdekken. Ik hoor weinig jongens die ambitie hebben voor de kleuters.”

Mollema: ,,Maar die zijn er wel degelijk. Ik ga straks op stagebezoek bij een jongen in de onderbouw die er heel veel plezier in heeft. In het rapport wordt geadviseerd om de kleuterstage te verkorten. Daar ben ik het niet mee eens. De onderbouw is letterlijk de basis. Als je niet weet hoe je met kleuters werkt, weet je het in de bovenbouw ook niet. Daar leer je de basisvaardigheden van een leerkracht. Bij NHL Stenden zeggen we: het is wel belangrijk dat je dat een halfjaartje doet, maar je hoeft er niet per se te beginnen.”

De pabo kampt onder jongens op de middelbare school met het negatieve imago van fröbelstudie. Rory: ,,Mijn vrienden zeggen: jij bent zeker de hele dag met kinderen aan het spelen. Wij zijn natuurlijk niet alleen maar aan het knippen en plakken. Ik ga vaak iets doen met bewegen, daar kun je creatief in zijn.”

Vriendengroep

Het is voor jongens belangrijk dat ze op hun stages mannen tegenkomen en mannelijke studiegenoten hebben. Mollema: ,,We hebben hier een vriendengroep van zes jongens uit Joure gehad. Die hebben allemaal de pabo gehaald. Een van hen is bij de politie gaan werken, maar de andere vijf allemaal in het onderwijs. Dat is een goed voorbeeld van een peer group : ze hadden het niet gehaald als ze hier in hun eentje hadden gezeten.”

In Leeuwarden heeft NHL Stenden een pabo-ontmoetingsruimte ingericht, waar pabo-studenten komen om te studeren, te lunchen, te chillen of lessen voor te bereiden. Een belangrijke ruimte voor de saamhorigheid onder de studenten, vindt Rory. Haken jongens nog wel eens gedurende de opleiding af op de onderbouwstage of het vrouwgerichte curriculum, Rory heeft de motivatie om door te gaan.

Wel ziet hij verbeterpunten. ,,Ik loop nu stage op een Jenaplanschool, met alleen maar vrouwelijke collega’s trouwens, en ik mis op de pabo de verdieping op de verschillende onderwijsfilosofieën en -systemen. Op deze school leer ik nieuwe werkvormen en nieuwe manieren van lesgeven, buiten de standaard om. Daar zou ik op de pabo wel meer van willen zien.”

Mollema: ,,Dit is echt hoe jongens erin staan: in de praktijk ergens achter komen en daar vervolgens mee aan de slag gaan.”