Verzetsmannen Folkert Bergsma en Lolle Rondaan van knokploeg Sexbierum schreven een afscheidsbrief. Maar wat staat er in de doorgehaalde passages?

Wat staat er onder de met paars potlood doorgehaalde passages in de afscheidsbrieven van verzetsmannen Folkert Bergsma en Lolle Rondaan? Kan techniek de letters aan het licht brengen? Het Fries Verzetsmuseum en historisch centrum Tresoar hopen erop.

Onderzoek naar de afscheidsbrieven van Lolle Rondaan en Folkert Bergsma.

Onderzoek naar de afscheidsbrieven van Lolle Rondaan en Folkert Bergsma.

Op 14 februari 1944 schreven de Delftse student Folkert Bergsma en Lolle Rondaan uit Bitgum hun afscheidsbrieven in hun gevangeniscel in Assen. De twee mannen, 20 en 25 jaar, maakten deel uit van knokploeg Sexbierum, en werden na verraad opgepakt en ter dood veroordeeld vanwege hun verzetsactiviteiten. Hun laatste woorden op schrift gingen eerst langs de censuur. Een paars potlood maakte enkele passages onleesbaar voor de nabestaanden.

Wat zou er kunnen staan? Wat mocht de familie niet weten? Het zijn vragen waar historisch en letterkundig centrum Tresoar – dat de brieven in collectie heeft - en conservator Marre Faber-Sloots van het Fries Verzetsmuseum graag antwoord op willen hebben.

Mobiel laboratorium

Een eerste onderzoek, op 20 augustus in Museum Martena in Franeker, leverde nog geen leesbare tekst op. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) had daar die dag een mobiel laboratorium ingericht voor het project Lab op Pad, waarbij musea ter plekke voorwerpen uit eigen collectie kunnen laten onderzoeken met verschillende apparaten en technieken. Ook andere musea konden langskomen met stukken.

Met een multispectrale camera, die onder andere ultraviolet- en infraroodlicht gebruikt om patronen te ontwaren die je met het blote oog niet zien kunt, werden de afscheidsbrieven bekeken. Deze techniek wordt ook wel gebruikt om verbleekte inkt of retouches zichtbaar te maken.

Grondig

Bij bepaalde soorten licht waren vage contouren van letters te zien. ,,Maar jammer genoeg konden we toch niet goed genoeg zien wat er stond. Het paarse potlood van toen is een heel effectief middel geweest, de stukken zijn grondig uitgevlakt”, zegt Faber-Sloots.

Bergsma en Rondaan maakten deel uit van een verzetsploeg die onder andere onderduikers hielp en overvallen pleegde op distributiekantoren. Op 23 september 1943 haalde de groep met succes het bevolkingsregister uit het gemeentehuis in Sint Annaparochie, om te voorkomen dat jonge mannen verplicht te werk zouden werden gesteld in Duitse werkkampen. Na verraad werd de groep in november 1943 gearresteerd. Vier mannen werden in februari 1944 geëxecuteerd, onder wie Bergsma en Rondaan.

De afscheidsbrief van Bergsma aan zijn ouders, drie zussen en broer eindigde in 2018 als tweede in een landelijke archiefverkiezing tot Stuk van het Jaar. Uit zijn woorden blijkt zijn keus voor het verzet. ‘Mijn aards bestaan kunnen jullie niet rekken of redden, maar ik ben als Verbondskind geboren en hoop zo, neen zal zo, de eeuwigheid ingaan. Weest dan vertroost door de gedachte, dat als U deze brief krijgt, een van uw vijftal de plaats van bestemming heeft bereikt. U heeft me dus geen ingenieur zien worden, maar dat is toch niet het voornaamste?’

Omstandigheden in de cel

De conservator, die eerder bij Tresoar werkte, houdt zich al langer bezig met de brieven en het verhaal van de verzetsploeg. Er zitten meer afscheidsbrieven in de collectie, maar deze twee zijn de enige waarbij zichtbaar is dat ze onder autorisatie in de gevangenis geschreven zijn, vertelt ze. ,,Wat mocht er niet bekend worden? Mijn vermoeden is dat er misschien iets staat over de omstandigheden in de cel, of over celgenoten, en dat het beleid was dat dat niet in die brieven mocht.”

Het plan is nu om de stukken voor verder onderzoek naar het Erfgoedlaboratorium van de RCE in Amsterdam te brengen. Daar zijn betere camera’s beschikbaar en wordt opnieuw met uv en infrarood naar de stukken gekeken. ,,We weten nog niet of het gaat lukken, maar we hebben toch een beetje hoop dat het leesbaar kan worden.”