Leeuwarder Tresoar krijgt afscheidsbrieven van verzetsmannen op inzameldag

De jaarlijkse inzameldag van Tresoar, in samenwerking met meerdere musea en de Missing Airmen Memorial Foundation, trok dik zestig bezoekers vrijdag. Het koffertje met brieven van verzetsstrijder Lolle Rondaan uit Bitgum trok daarbij de aandacht.

Barbara Nijman levert bij Tresoar een bruine koffer met brieven af van verzetstrijder Lolle Rondaan aan haar moeder. Marre Sloots van Treasoar bekijkt met haar de papieren.

Barbara Nijman levert bij Tresoar een bruine koffer met brieven af van verzetstrijder Lolle Rondaan aan haar moeder. Marre Sloots van Treasoar bekijkt met haar de papieren. Foto: Marcel van Kammen

Het bezoek druppelt al voor aanvangstijd binnen bij Tresoar in Leeuwarden. De bezoekers, veelal 70-plus, dragen tassen vol met foto’s, voedselbonnen, brieven en dagboeken uit de Tweede Wereldoorlog. ‘Niet weggooien!’ luidt de gezamenlijke actie van Nederlandse oorlogs- en verzetsmusea, herinneringscentra en het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies). Aan die oproep werd gisteren duidelijk gehoor gegeven.

Bijzonder was het bruine koffertje met brieven van verzetsstrijder Lolle Rondaan, geboren in Bitgum. Tot een week terug had de eigenaresse, Barbara Nijdam, er nauwelijks acht op geslagen. De brieven in de koffer zijn allemaal aan haar moeder gericht, de Amsterdamse Riek Stork. Zij was Rondaans grote liefde. Na de oorlog zouden Lolle en Riek trouwen. Maar zover mocht het nooit komen. Op 14 februari 1944 werd Rondaan, samen met de Friese verzetsmannen Gerben Oswald en Gerrit Schuil, gefusilleerd.

Natuurlijk kende ik zijn naam. Maar ik had zelf na mijn moeders overlijden in 2002 niets meer met het verhaal en de koffer met brieven gedaan

Toen Nijdam vorig jaar vanwege Culturele Hoofdstad in het Fries Verzetsmuseum in Leeuwarden was, zag ze ineens de naam van Lolle staan. ,,Natuurlijk kende ik zijn naam. Maar ik had zelf na mijn moeders overlijden in 2002 niets meer met het verhaal en de koffer met brieven gedaan. Daarna ben ik toch weer in die geschiedenis gedoken die het leven van mijn moeder zo getekend heeft”, vertelt Nijdam.

,,Ik belde Pietsje Rondaan uit Gytsjerk, het nichtje van Lolle, pas begin deze week en meldde dat ik de koffer met brieven bij Tre-soar wilde achterlaten. En wat bleek; zij had net een stapel brieven ingezien van mijn moeder aan Lolle. Haar broer, vernoemd naar Lolle, had die brieven gekregen van zijn moeder.”

Een militair mee naar de kerk

Lolle Rondaan ontmoette de Amsterdamse Riek in 1939 toen hij in de hoofdstad in militaire dienst ging. Het was gebruikelijk in die tijd dat families die de kerk bezochten, een militair uitnodigden. Rondaan kwam als jongeman bij de familie Stork terecht. Het klikte meteen. Lolle en Riek werden verliefd. Eenmaal terug in Fryslân ging Rondaan in het verzet.

Hij verleende onder andere hulp aan Joodse onderduikers in de toenmalige gemeente Menaldumadeel. In 1943 was hij betrokken bij het stelen van het bevolkingsregister uit de kluis in het gemeentehuis van Sint Annaparochie. In 1944 werd Rondaan vervolgens met de twee andere verzetsmannen gearresteerd en vastgezet in Assen. Zijn afscheidsbrief aan haar moeder was de eerste brief die Nijdam jaren geleden las.

‘Mijn lieveling. Nooit had ik verwacht dat ik onder deze omstandigheden nog eens een brief aan je zou schrijven. En dan ook nog, als God het verhoedde, mijn laatste brief: een afscheidsbrief.’ ,,Toen ik dat las, kon ik niet verder meer. Het raakte me. Mijn moeder heeft deze brieven haar hele leven in de bruine koffer onder haar bed bewaard. Toen ze op sterven lag, zei ze: als je wilt mag je die brieven gaan lezen”, zegt Nijdam. ,,Maar na die eerste zin, ben ik er al mee opgehouden. Lolle is altijd haar grote liefde geweest. Dat wist zelfs mijn vader.”

Zijn verhaal is altijd blijven voortleven in onze familie. We zijn trots op oom Lolle

Ook na het overlijden van Lolle hield Riek contact met de familie Rondaan in Bitgum. Nichtje Pietsje Rondaan: ,,Ze bezocht ons vaak en wij kwamen haar opzoeken in Amsterdam. Een mooie tijd. Ze kon het goed vinden met mijn ouders. Mijn vader Pieter was de jongere broer van Lolle.” Voor Pietsje is het best emotioneel dat de koffer met brieven van haar oom Lolle weer is boven komen drijven. ,,Zijn verhaal is altijd blijven voortleven in onze familie. We zijn trots op oom Lolle.”

Het Tresoar-archief van de Tweede Wereldoorlog is sinds vrijdag dus weer wat bijzondere stukken rijker. Een groot deel van de zestig mensen die op de inzameldag afkwamen waren tijdens een recente verhuizing of opruimactie toch ineens op materialen gestuit van familieleden. Bij Tresoar zijn ze er blij mee.

Tand met gouden randje van verzetsstrijder Gerrit Schuil

Aan de tafel naast Barbara Nijdam zit Gerrit Schuil, de neef van verzetsman Gerrit Schuil uit Harlingen, naar wie hij vernoemd is. Ook Schuil komt vandaag een stapel brieven van zijn oom inleveren, een stapel die toevallig weer kwam bovendrijven na een verhuizing. Bijzonder is dat er ook een tand van verzetsstrijder Gerrit bij de verzameling zit, met een gouden randje bij de wortel. ,,Die tand heeft mijn vader bij de identificatie meegenomen. Als een aandenken. Gerrit werd uiteindelijk aangetroffen in een massagraf in de duinen.”

Wat heeft jou bewogen om tegen het regime in te gaan in een tijd dat veel anderen zich juist gedeisd hielden?

Als kind kende Gerrit het verhaal van zijn oom wel, maar zijn vader overleed al toen hij vijftien jaar was en daarmee verdween ook een deel van het verhaal. ,,Maar als ik dan naar de foto kijk van mijn oom, dan zie ik daar een jonge man in de bloei van zijn leven. Jeugdige bravoure. Ik vraag me dan af: wat heeft jou bewogen om er tegenin te gaan in een tijd dat veel anderen zich juist gedeisd hielden? Op die vraag vind ik geen antwoord. Hij zal de consequenties ervan ook niet overzien hebben.”

Op het ergste voorbereid

Ook van Gerrit is er een afscheidsbrief. Hij schreef aan zijn familie: ‘We zijn gearresteerd en we zitten vast. Ik ben op het ergste voorbereid en neem afscheid van jullie. Ik hoop dat het jullie straks beter vergaat.’

Verder kwamen er veel brieven binnen van (groot)ouders. Daarbij zat ook een brief van een Fries die te werk werd gesteld in een Duits kamp in bezet Polen en een brief van een Leeuwarder uit de Eerste Wereldoorlog. Deze worden toegevoegd aan het archief van het Historisch Centrum Leeuwarden.