Licht op de donkere kant van het overleven

Trauma’s van de Tweede Wereldoorlog en de Sjoa kom je niet alleen tegen bij hen die de kampen overleefden. Joden die in de onderduik de oorlog overleefden, hebben daar vaak evengoed een trauma aan overhouden. In Israël is daar lange tijd geen ruimte en aandacht voor geweest. De stichtingen Elah (van oorsprong Nederlands) en Amcha bieden therapie aan oorlogsoverlevenden voor traumaverwerking.

Muziektherapeut Yuval Broner met een groep in een van de activiteitengroepen van stichting Elah.

Muziektherapeut Yuval Broner met een groep in een van de activiteitengroepen van stichting Elah.

Lees hier alles over het project Joodse Kinderen.

Debora was haar hele leven boos geweest op haar vader. Die had haar in de oorlog overgedragen aan het verzet, die haar in veiligheid bracht in de onderduik in Zeeland. Maar toen het verzet haar kwam halen, was haar vader er niet om afscheid te nemen. Haar vader overleefde de oorlog niet en ze heeft hem dus nooit meer gezien. Debora heeft hem decennia lang niet kunnen vergeven dat hij geen afscheid nam.

Zo zijn er vele voorbeelden van oorlogstrauma’s bij overlevers van de Tweede Wereldoorlog, weet Yaela Cohen (50), professioneel directeur van Elah, Centrum voor Verwerking bij Rouw en Verlies in Israël. Cohen helpt als psychotherapeut en groepstherapeut cliënten bij traumaverwerking. ,,Debora zat bij ons in een schrijfgroep. Ze kreeg de opdracht om een brief aan haar vader te schrijven. De tweede opdracht was om als het ware namens haar vader een antwoordbrief te schrijven. Ze schreef: ‘Het was te pijnlijk voor me om mijn dochtertje af te staan, ik wilde eigenlijk geen afscheid nemen.’ Dat was voor haar het moment dat ze hem kon vergeven, toen hij al 75 jaar niet meer leefde.”

Cohen belt vanuit haar huis in Tel Aviv. Ze zit veertien dagen in thuisisolatie omdat ze uit het buitenland terug naar Israël is gekomen. Ook in Israël gelden maatregelen als isolatie en contactverboden in verband met corona. ,,De situatie doet onwillekeurig denken aan hoe het vijfenzeventig, tachtig jaar geleden is geweest. Maar mensen die die tijd hebben meegemaakt zeggen: we hebben het nu heel vervelend en zwaar, maar het is niet te vergelijken met de situatie toen. We zitten in ons eigen huis, we kunnen contact hebben met kinderen en kleinkinderen via sociale media, de boodschappen worden thuis bezorgd. En ze hebben gelijk: we moeten niet te veel zeuren. De tweede en derde generatie begrijpt nu opeens een stuk beter hoe het voor hun ouders en grootouders was toentertijd.”

Stichting Elah (de Hebreeuwse naam voor pistacheboom) bestaat volgend jaar veertig jaar. Ze werd opgericht voor en door Nederlanders. In 1987 werd de afsplitsing Amcha opgericht, die hetzelfde werk doet, maar dan onder alle oorlogsgetraumatiseerden, niet alleen de Nederlandse. Twintig jaar geleden wijzigde Elah de statuten en staat die stichting ook open voor alle herkomsten.

Geen aandacht voor kinderen

Elisheva van der Hal (75) is als psychotherapeut verbonden aan Sichting Amcha. Vanaf de oprichting van Elah in 1981 bouwde ze mede de hulp aan oorlogsgetraumatiseerden op. ,,Pas toen begon men aandacht te krijgen voor de psychische gevolgen van de oorlog”, vertelt ze vanuit haar huis in Srigim, zo’n 45 kilometer ten westen van Jeruzalem. ,,De vinger op de oorlog leggen was nieuw. We wisten niet goed waaraan we begonnen, want alles stond in de kinderschoenen. Sociaal werkers en psychische hulpverleners wisten niet zo goed hoe ze te werk moesten gaan.”

Er werd vaak geen rekening gehouden met wat kinderen in de oorlog hadden meegemaakt. ,,In de Joodse gemeenschap was iedereen getraumatiseerd en voor de kinderen was vaak geen aandacht. Je moest je maar aanpassen. Veel gevoelens zijn geremd en weggestopt; die zijn later naar boven gekomen.”

Veel Joodse onderduikers danken hun leven mede aan de inzet van verzetsman Sjoerd Wiersma uit Joure. Hij speelde een belangrijke rol in het onderbrengen van Joodse kinderen uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. https://t.co/mWrB881Iw2

— Friesch Dagblad (@frieschdagblad) February 22, 2020

Cohen vult aan: ,,De trauma’s zitten vaak in het lichaam. Ze hebben geen woorden en plaatjes bijde herinneringen, maar die zitten er wel in. Iemand kan ontzettend schrikken van een dichtslaande deur, of paniekaanvallen krijgen als hun spelende kleinkinderen ineens even uit beeld zijn.”

Van der Hal promoveerde op baanbrekend onderzoek naar baby- en peutertrauma’s. De zwangerschap was al stressvol voor de moeder, legt ze uit. De kinderen werden geboren in een chaos van angst en stress. Ze werden overgebracht van adres naar adres voor de onderduik. Sommige baby’s werden in een zak of een koffer weggesmokkeld. Het hechtingsproces raakte verstoord. ,,Je ziet op latere leeftijd hechtingsproblematiek, of juist overmatige afhankelijkheid. De allerkleinsten hebben ook geleden onder de oorlog, ook al hebben ze geen herinnering.”

Lange tijd deed de mythe opgeld dat als je geen herinnering hebt, er ook geen gevolgen zijn. Maar zo zit het niet in elkaar, ontdekte Van der Hal, zelf tegen het eind van de oorlog geboren terwijl haar ouders in Amersfoort in de onderduik zaten. ,,Ik ben dus een baby-survivor , een kind-overlevende, maar niet als wees uit de oorlog gekomen en dus eigenlijk meer een tweedegeneratieoverlevende. Ik heb niet zozeer eigen traumatische ervaringen, maar ik heb de trauma’s van mijn ouders meegedragen. Dat is typisch voor de tweede generatie.”

Van der Hal ontdekte overeenkomsten in problematiek bij kind-overlevenden. ,,Ik raakte geïntrigeerd in de allerkleinste overlevenden doordat ik in mijn werk als psychotherapeut mensen tegenkwam met psychische problemen die ze zelf niet verbonden aan de oorlog. Wat rust geeft is dat ze weten waar hun stressgevoelens vandaan komen. Of dat nu komt doordat ze niet mochten huilen, door wat er gebeurde in de onderduik, of dat ze opgesloten zaten in een kast of kelder tijdens gevaar voor huiszoekingen misschien. Ook wat er na de oorlog gebeurde kan een rol gespeeld hebben. Bijvoorbeeld als de ouders terugkwamen uit de kampen en de kinderen gehecht waren geraakt aan hun onderduikouders.”

Van der Hal deed onderzoek aan de hand van onder meer mondslijmonderzoek om te zien of de huishouding van het stresshormoon cortisol afwijkingen liet zien. ,,Wij hebben aanwijzingen gevonden dat met name mannen een verstoorde stresshuishouding zouden kunnen vertonen als ze op zeer jonge leeftijd getraumatiseerd zijn geweest.”

Vaker medische klachten

In de slipstream van Van der Hals onderzoeken hebben veel andere wetenschappelijke onderzoeken licht op de zaak geworpen. Epigenetisch onderzoek heeft uitgewezen wat er met ongeboren kinderen na de bevruchting kan gebeuren als de moeder in stresssituaties verkeert. In Nederland is belangrijk onderzoek gedaan naar de samenhang tussen prenatale blootstelling aan de hongerwinter en latere medische klachten. Ook is bijvoorbeeld gebleken dat kanker vaker voorkomt bij kind-overlevenden. Voor de therapeut vragen deze cliënten een specifieke benadering. ,,In therapie moet rekening gehouden worden met het feit dat deze kinderen vaak weinig of begrip van hun ouders of pleegouders ondervonden. Vaderlijk en moederlijk begip is wat hun in therapie geboden moet worden.”

Keimpe Sikkema, de Fries die de Februaristaking vastlegde

Hij maakte een van de weinige foto's van de Februaristaking die op 25 februari 1941 plaatsvond. Keimpe Sikkema uit De Westereen begon in de oorlogsjaren met een dagboek, waarin hij verslag deed van onder meer het massale protest dat die dag in Amsterdam plaatsvond.

,,Veel kinderen of baby’s hebben van alles meegemaakt wat ze nooit verteld is, en waar ze dus niet van weten”, vertelt Cohen. ,,Ik had een cliënte die bijna niks wist. Toen kwam het archief van oorlogspleegkinderen vrij en hebben we haar archief opgevraagd en samen gelezen. Langzaamaan vielen ontbrekende puzzelstukjes op hun plek en kreeg ze een vollediger levensverhaal.”

Van der Hal: ,,In de psychotherapie gaat het voor een groot deel over het accepteren dat je problemen hebt, en om het aanpassen aan de omstandigheden. Maar de oorlog accepteren - ‘Ach, het is nu eenmaal gebeurd’ - kan eigenlijk niemand. Je moet op een of andere manier alle opgekropte rouw over het verlies en de ervaringen verwerken en kijken of je er een betere plaats voor kunt krijgen. Erkennen dat het gebeurd is, je gevoelens en je geschiedenis erkennen.”

Jouw volk

Stichting Amcha is in 1987 opgericht door twee van oorsprong Utrechtse broers: Manfred Klafter en Zvi Eyal, zoals hij zich vanaf zijn vestiging in Israël noemde. Amcha komt van het Jiddische woord amcho , dat ‘jouw volk’ betekent, verwijzend naar Gods volk. Voor en in de oorlog was het een soort wachtwoord. Kwamen Joden elkaar tegen, dan fluisterde de een ‘amcho?’ en als de ander dan ‘amcho!’ zei, wisten ze dat ze lotgenoten waren. Dat is dan ook de beste interpretatie van de naam Amcha: lotgenoten.

Traumapsycholoog Nathan Durst, die de oorlog in Nederland overleefde, behoorde tot de eerste medewerkers. De in 2012 op 81-jarige leeftijd overleden Holocausttherapeut merkte dat veel Sjoa-overlevenden bij hem in de praktijk kwamen. Als lotgenoot kon hij kennelijk de verhalen beter aanhoren dan andere therapeuten. ,,Hulpverleners moeten sterk in hun schoenen staan, met hun cliënten kunnen lachen en huilen”, zei hij in 2009 in een interview.

,,Met een afstandelijke benadering, zoals veel therapeuten praktiseren, bereik je bij deze zwaar getraumatiseerde slachtoffers niets.”

Gevolg is volgens Durst wel dat hulpverleners de verhalen mee naar huis nemen en ervan dromen. ,,Ze kunnen het leed niet repareren, hoogstens verlichten. Supervisie is nodig om hen op de been te houden.”

Breder werk

Er leven nog ongeveer 140.000 Holocaust-overlevenden in Israël, met een gemiddelde leeftijd van 85 jaar. Een relatief kleine groep heeft een vorm van traumahulp nodig. Elah heeft zes poliklinieken verspreid over Israël. Het werk is breder dan alleen WO II-getraumatiseerden. ,,Veel oorlogsoverlevenden hebben zelf in oorlogen in Israël gevochten, of ze hebben kinderen in oorlogen verloren. Het is hier vaak dubbelop: én de oorlog in Nederland, én de oorlogen hier.”

Het werk van de stichtingen wordt deels gefinancierd door de Israëlische overheid, die de therapie vergoedt. Nederlandse cliënten kunnen een beroep doen op de Wet uitkering vervolgingsslachtoffers (WUV). Zowel Elah als Amcha hebben in Nederland ondersteunende takken. De Vrienden van Amcha hebben bovendien evenknieën in Duitsland en Zwitserland, die fondsen werven.

De trauma’s zitten vaak in het lichaam. Ze hebben geen woorden of plaatjes bij de herinneringen

Elke maand helpt Elah 1600 tot 1700 oorlogsoverlevenden; Amcha zo’n 17.000 cliënten op vijftien locaties door heel Israël. Er is niet alleen psychotherapie, maar ook praatgroepen en lotgenotengroepen voor tekenen, films, debatteren en andere gemeenschappelijke interessegebieden. Er zijn ook vrijwilligers die huisbezoeken afleggen, veelal jongeren. Van der Hal: ,,Veel overlevenden hadden geen of weinig familie en eenzaamheid ligt op de loer.”

Nathan Durst wees therapeuten en hulpverleners ook op die verborgen eenzaamheid. ,,De cliënten hebben vaak kinderen en kleinkinderen, maar voelen zich toch alleen, hun hele leven al”, zei hij in 2009. ,,De therapeut kan dat gevoel van eenzaamheid doorbreken. In therapie hebben de overlevenden heel even het gevoel niet alleen te zijn.”

Contact houden

Daarom is groepstherapie en –dagbesteding met lotgenoten ook zo belangrijk en effectief. Samenkomen in groepen is nu natuurlijk niet mogelijk, en huisbezoeken ook niet. Met alle cliënten is nu contact via de telefoon, Skype, Zoom, WhatsApp, of andere sociale media. Ook zijn er telefooncirkels opgezet. ,,Het is belangrijk om contact te houden met de mensen, zodat ze niet het idee krijgen dat er niet naar hen wordt omgekeken”, zegt Cohen.

Dat gevoel ligt gauw op de loer, legt ze uit. De eerste decennia na de oorlog was er nauwelijk ruimte voor trauma in de Israëlische samenleving. ,,We waren een land in opbouw en iedereen moest de handen uit de mouwen steken. Dat oorlogsverleden moesten we maar zo snel mogelijk vergeten. Ook werden overlevenden wel eens scheef aangekeken: hoe hebben jullie het zo ver kunnen laten komen? Wij Israëli’s zijn sterk en wij zouden het niet laten gebeuren. Zo is er ook een soort schaamte onder de overlevenden gekomen. Velen zitten met existentiële vragen: waarom leef ik nog wel en zijn mijn broertjes en zusjes omgekomen?”

Er was eigenlijk een zwijgcultuur over de persoonlijke verhalen van de Sjoa. ,,Veel mensen hebben er nooit met hun eigen kinderen over gesproken, die vragen er niet naar, en dat leidt bij de ouders weer tot het idee dat de kinderen niet geïnteresseerd zijn. Dan kan het zomaar te laat zijn, als de ouders overlijden. Er kloppen ook steeds meer mensen van de tweede generatie bij ons aan voor hulp.”

De laatste jaren is er vanuit de Israëlische overheid aandacht en financiering voor de verwerking van oorlogstrauma’s, waardoor de zwijgcultuur doorbroken is. ,,Er is ruimte gekomen voor de persoonlijke verhalen”, constateert Cohen. ,,Ouderen kunnen nog heel veel baat hebben bij hulp. Je merkt wel eens als een cliënt vertelt: dit heeft hij al twintig keer verteld. Maar dan vragen we door en gaan we dieper naar de belevenis. Dan wordt er licht geworpen op andere aspecten van het verhaal, de donkere hoekjes.”

Lees hier alles over het project Joodse Kinderen.

De terugkeer van de Joodse Kinderen is een samenwerkingsproject van Stichting De Verhalen, Leeuwarder Courant, Friesch Dagblad, Omrop Fryslân en Tresoar. De provincie Fryslân verleent subsidie. Kernredactie: Gerard van der Veer, Karen Bies, Marja Boonstra, Martijn van Dijk, Wybe Fraanje. Het project omvat behalve reportages in de media de Onderduikdagen, de theatervoorstelling Smokkelbern, een fotoproject en vier documentaires op NPO2 Tips: info@joodsekinderen.nl of 058-2997799

Nieuws

menu