Masterskip: Zes weken lang de oceaan als klaslokaal

De Wylde Swan uit Makkum vaart de komende maanden weer als drijvende school over de Atlantische Oceaan en in het Caribisch gebied. Het is een unieke en vernieuwende vorm van onderwijs op maat, maar dat maakt het tegelijk soms lastig om scholen te overtuigen dat het allemaal door de beugel kan. Het past immers niet binnen de vertrouwde grenzen van het klaslokaal.

Zes weken langs de oceaan als klaslokaal

Zes weken langs de oceaan als klaslokaal

Het schooljaar is in volle gang, maar toch zijn er op dit moment dertig Nederlandse havisten en vwo’ers aan boord van het Makkumer zeilschip de Wylde Swan, op koers naar het Caribische eiland Martinique. Dat klinkt als vakantie, maar de dertig trainees zijn wel degelijk met school bezig. Misschien nog wel meer dan anders, want daarvoor is Masterskip opgezet; als intensieve vorm van varend leren aan boord van de grootste topzeilschoener ter wereld. Het is zes weken lang samen je lessen volgen, huiswerk maken, en in een onbekende groep leeftijdsgenoten samen leren leven. En dat onder begeleiding van vier eerstegraads docenten, aan boord van een schip met een professionele twaalfkoppige bemanning.

,,In die weken leer je naast je lesstof dus heel veel over samenwerken - want elk zeil krijg je alleen maar met elkaar omhoog - maar je kunt er ook ervaren hoe fijn het is om op zee te zijn”, zegt coördinator Nynke Verduyn. Ze staat in een lokaal van Christelijk Gymnasium Beyers Naudé in Leeuwarden om voorlichting te geven aan derde- en vierdeklassers. ,,We horen altijd terug van onze trainees dat als ze op zee zijn, ze heimwee naar huis hebben, maar dat als ze van boord gaan, ze heimwee naar het schip krijgen.”

Wylde Swan

Volgend jaar is de Wylde Swan tien jaar in de vaart, en Beyers Naudé is al in een heel vroeg stadium ingestapt. ,,We hebben in totaal al veertien leerlingen gehad die mee zijn gegaan”, zegt docent Ernst Buurma. ,,En dit jaar zijn er opnieuw vijf leerlingen die gaan.”

Buurma is enthousiast over Masterskip, ook al betekent het voor leerling en school wel extra werk. ,,Het is een mooie aanvulling op het onderwijs dat we hier aanbieden. We zijn natuurlijk een vrij theoretische school, en je merkt dat leerlingen aan boord die kennis heel praktisch leren gebruiken. Het dek werkt als schoolbord, en ze worden stevig uitgedaagd om samen problemen op te lossen.”

Verduyn haakt in. ,,Ik kreeg gisteren een bericht van de kapitein. Ze zijn nu midden op de oceaan, onderweg naar Martinique, dus dat is een mooie gelegenheid om over astronomische zeevaartkunde te praten. Want hoe weet je waar je bent en waar je heen moet als de gps uitvalt? Dan merken ze dat ze hun wiskunde, natuurkunde en geografie nodig hebben om niet te verdwalen.” Maar de meerwaarde gaat verder dan de schoolvakken. ,,Het is prachtig als leerlingen waar meer in zit dan er op school uitkomt, zich ontpoppen als professionele zeilers, of niet uit de machinekamer zijn weg te slaan. Dan staat er ineens een ander persoon. Ze komen soms echt met een nieuw toekomstperspectief van boord.”

Volwassen

Buurma herkent dat. ,,Het werkt verrijkend op persoonlijk vlak. Alleen al doordat ze amper toegang tot internet hebben. Dan merken ze hoeveel tijd ze ineens overhouden. Maar ook het je staande houden in een nieuwe groep mensen, jezelf opnieuw uitvinden. Dat doet veel. In die zes weken kunnen ze een stuk volwassener worden.”

Het KWC verbreedt als officiële Masterskipschool letterlijk en figuurlijk de horizon van leerlingen door ze de mogelijkheid te geven mee te gaan op reis met Masterskip. Di. 12 maart vindt de eerste Masterskip voorlichtingsavond plaats. Meer info/aanmelden https://t.co/gdtugP79jn pic.twitter.com/DZX8IfsbRd

— KWC Culemborg (@KWCCulemborg) February 11, 2019

Eerlijk gezegd begint de reis al veel eerder dan het moment van afvaart. Leerlingen zijn al snel een jaar bezig met alle voorbereidingen op die zes weken, en ook van de school vraagt het een gedegen aanloop. Buurma: ,,Ze worden geacht zelf na te denken over hun programma aan boord. In principe krijgen ze de stof mee die ze anders ook op school zouden krijgen. Daarnaast geven we zes toetsen mee, en dat betekent dus ook dat docenten er op tijd mee moeten komen.”

Twee klippen

Maar de grootste klippen die de leerlingen te omzeilen hebben, zijn de kosten van deelname, en de aannames die scholen hebben over de opstelling van de onderwijsinspectie en de overheid.

Die kosten zijn stevig: wie zes weken meevaart, moet al gauw zes- à zevenduizend euro betalen. ,,Om dat bedrag bij elkaar te krijgen, is een leerling meestal het hele jaar bezig. Sommigen weten al heel lang dat ze mee willen en sparen al hun inkomsten uit hun weekendbaan op. Anderen organiseren acties, benefietconcerten, zoeken sponsoren in hun netwerk...” Verduyn lacht erbij. ,,Het is heel bijzonder om te zien hoe creatief ze soms zijn. En hoe trots als het ze op eigen kracht lukt om zoiets voor elkaar te krijgen.” Buurma herinnert zich onder meer een actie van leerlingen die bij Wilhelmina Pepermunt in Dokkum rolletjes tegen kostprijs kregen en die vervolgens gingen verkopen. Verduyn: ,,We geven ze aan het begin ook workshops hoe ze zoiets kunnen aanpakken.”

Mijn zus haalde de schoolleiding over, ging mee, en haalde daarna alleen maar hogere cijfers. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze dankzij Masterskip is geslaagd

De hoogte van het bedrag maakt Masterskip kwetsbaar voor gemakkelijke kritiek. Het beeld van een eliteproject voor kinderen uit de rijkste gezinnen ligt op de loer. ,,Ik heb wel meegemaakt dat een school een leerling niet toe wil staan om mee te gaan omdat we ‘commercieel’ zouden zijn. Uiteindelijk is onze vorm die van een bedrijf, en dat werkt wel eens tegen ons. De keuze om geen stichting te zijn, heeft alles te maken met zeggenschap en daadkracht. Financieel zijn we in feite wel een stichting, want ik kan zeggen dat alles wat we overhouden, meteen weer naar het schip en naar de ontwikkeling van onze programma’s gaat. Het gezegde is: ‘koop een boot en werk je dood’, nou dat gaat hier voor de volledige 62 meter lengte wel op.”

Iris de Bree, oud-trainee en inmiddels bezig aan haar examenjaar op Beyers Naudé, is er inmiddels bij komen zitten en knikt mee. ,,Wij vroegen op de boot ook waarom het zoveel moest kosten. Toen hebben ze laten zien wat er net vervangen was en wat er nog vervangen moest worden. Het is constant onderhoud.” Verduyn wijst ook op de vlucht, in veel gevallen een retourvlucht die inbegrepen is. ,,En als we alleen dit deden, zou het met alle bijdragen nog niet uit kunnen. Daarom is het schip in de zomermaanden ook in de vaart voor andere reizen.”

,,Mijn medeleerlingen schrokken toen ik zei hoeveel het kostte. Maar ik zou het zo weer doen”, zegt Iris. ,,Want ook dat hele jaar dat je aan het werk bent om het bedrag bij elkaar te krijgen, is al een les op zich.”

Wettelijke kaders

,,Wat ons wel eens parten speelt, is dat wij geen school zijn”, gaat Verduyn in op de klip van de bureaucratie die Masterskip geregeld tegenkomt. ,,Sommige scholen denken dat een vorm van onderwijs zoals Masterskip buiten de wettelijke kaders valt. Gelukkig is dat natuurlijk niet zo.” Het beleid van de overheid gaat met de tijd mee. Verduyn haalt een de Kamerbrief van staatssecretaris Sander Dekker aan uit 2016. Daarin schrijft hij dat er meer ruimte is om onderwijs flexibel in te richten, zodat leerlingen de kans krijgen om het maximale uit zichzelf te halen. Minister Arie Slob voegde daar in juli van dit jaar nog aan toe dat onderwijs niet in de klas of op school hoeft plaats te vinden, en dat deze ontwikkeling door hem gestimuleerd wordt.

Maatwerk en gepersonaliseerd onderwijs worden dus steeds belangrijker. ,,Daarbij moet wel aan voorwaarden worden voldaan. Aan die voorwaarden voldoet Masterskip ruimschoots”, zegt Verduyn. ,,Toch zijn er scholen die deze uitdaging niet aandurven en vasthouden aan het homogene concept van school-klas-docent als beste vorm van onderwijs.”

De leerlingen van het Beyers Naudé hebben wat dat betreft een gemakkelijker traject dan degenen die op hun school de eersten zijn die deze wens hebben. Buurma legt uit hoe het traject op zijn gymnasium loopt. ,,De leerling meldt zich aan, we leggen contact met de leerling en de ouders, en dan stellen we een soort contract met ze op. Dat stuur ik dan ter kennisgeving naar de leerplichtambtenaar. De een reageert daar anders op dan de andere, maar uiteindelijk zijn onze ervaringen goed.”

Wisselende reacties

Sommige scholen reageren dus positief, anderen zijn juist afhoudend als ze met deze vraag geconfronteerd worden door een leerling. Verduyn: ,,Ik doe altijd mijn best om zo’n school te overtuigen, maar het komt helaas voor dat een leerling niet mee kan, hoe graag die zelf ook wil. Tegenover de 115 die meegaan op de vijf reizen die we van november tot en met mei maken, zijn er ieder jaar wel vier of vijf leerlingen die achterblijven. Dan durft een directeur het toch niet aan om toestemming te geven. Je kunt zeggen, het is maar een klein percentage, maar voor elk van die leerlingen is het wel weer een droom die niet doorgaat. Wat helpt, is volhouden. Want heel vaak is het onwetendheid. Dan zegt zo’n directeur: ‘de leerplichtambtenaar raadt het af’, terwijl je als school wel degelijk de ruimte hebt om een afwijkende keuze te maken. Maar soms is het ook gewoon onwil. Uiteindelijk moet je als school ook bereid zijn om er wat extra werk in te steken.” Buurma: ,,Bij ons is het gelukkig in het DNA van de school opgenomen. De verhalen van leerlingen gaan rond, de ervaringen zijn goed, dat zorgt ervoor dat er nu ieder jaar wel een aantal leerlingen meereizen.”

Geslaagd dankzij Masterskip

Iris de Bree kent beide situaties van dichtbij. ,,Mijn zus zat op een andere school, en daar waren ze niet zo gemotiveerd als hier. Maar zelf was ze helemaal enthousiast. Ze zei: ‘Ik ga dit doen, of de school er nou achter staat of niet.” Ze is tien keer zo hard gaan werken, want dan moet je wel overtuigingskracht hebben. Wat vooral belangrijk is, is dat je cijfers omhoog gaan, of in elk geval gelijk blijven. Want dat is de grootste angst bij scholen, dat de resultaten achteruitgaan bij de leerlingen die meevaren.” In het geval van beide zussen was het tegendeel het geval. ,,Mijn zus haalde de schoolleiding over, ging mee, en haalde daarna alleen maar hogere cijfers. Je zou kunnen zeggen dat ze dankzij Masterskip is geslaagd.”

Ook Buurma is te spreken over het effect op de cijfers. ,,We hebben nog nooit gehad dat iemand terugkwam met een achterstand. Ze hebben meestal een voorsprong opgebouwd in leerstof. Dat is ook goed, want ze hebben weer tijd nodig om te acclimatiseren, en sommige onderdelen die niet mee te geven zijn, moeten ze wel weer inhalen.” Maatwerk met meerwaarde dus.

Ook dit seizoen gaan er vijf leerlingen van het Beyers Naudé mee. Een jaloersmakend perspectief. Verduyn: ,,Dat is precies wat een leerplichtambtenaar me zei. Dat hij zoiets ook wel had willen doen toen hij zo oud was. Maar tegelijk kon hij zijn steun toch niet uitspreken.”

Nieuws

menu