Meer inclusieve zonneweides. Het bewijs dat het kán is er, dus is het tijd voor opschaling | Commentaar

Het is goed om te zien dat duurzame energie-initiatieven beter in te passen zijn in ons leven. Mensen komen daarvoor op vanuit het oogpunt van rentmeesterschap. En onderzoeken bewijzen dat zonneparken mogelijk zijn waar klimaat, flora, fauna, omgeving én rendement hand in hand gaan. Dat zou beleidsbepalers moeten uitdagen om deze inclusieve parken tot norm te maken.

Peter Halbersma.

Peter Halbersma.

De Hoitepolder bij Langweer is misschien niet de gemiddelde locatie waar tegenwoordig een zonnepark wordt opgezet. Het ligt afgelegen en de veengrond is niet heel goed. Er is zo minder sprake van verlies aan vruchtbare agrarische of natuurgrond, door gebrek aan omwonenden minder last van landschapspijn, en voor het gevoel gaat geen cultuurhistorie verloren.

Toch mogen de plannen daar, van de kerk en een agrarisch makelaar, een voorbeeld genoemd worden van een ‘inclusief zonnepark’. En zo zien we er gelukkig steeds meer.

Groene energie, ruimte voor weidevogels en meer biodiversiteit, en door een hoger waterpeil minder uitstoot van CO2. De onlangs afgezwaaide kerkrentmeester verklaarde de keuze daarvoor vanuit ,,een maatschappelijke verantwoordelijkheid die je als kerk ook hebt”.

Het klimaat, de bloemen en bijen moeten van deze insteek profiteren. De boerderij in het gebied zal ook worden vol gelegd met panelen, en er zijn zelfs plannen voor een waterstofstation.

Lokaal georganiseerd

Waar de zonnepanelenmarkt eerst nog werd gedomineerd door grote (buitenlandse) spelers die met veel subsidie forse parken aanlegden met weinig oog voor de omgeving, lijkt een verschuiving naar meer lokaal georganiseerd, meer natuurinclusief opgezet, met meer oog voor omwonenden, en met revenuen voor de gemeenschap er nu echt te komen.

Dat komt mede door provinciale spelregels en toetsingsmechanismen als de Friese ZonneWIJzer van de Friese Milieu Federatie. Waar steeds geldt: die panelen eerst op (bedrijfs)daken, en daarna op de juiste wijze op bepaalde locaties aanleggen. Dat de combinatie van panelen op land en oog voor flora, fauna en omgeving kan, laat ook onderzoek van Wageningen Universiteit zien.

Tot 2050 zal er nog minstens 30.000 hectare aan zonnepanelen op land bijkomen, verwachten de ecologische onderzoekers van de WUR. En met (bijvoorbeeld) de nodige ruimte tussen rijen panelen krijgt de natuur de ruimte. Aardappeloogst tussen collectoren in Duitsland bleek even groot als de gewone oogst. En er lopen combinatie-experimenten met frambozenteelt en een perenboomgaard.

Rentmeesterschap

We staan voor een belangrijke en snelle energietransitie, nodig om de klimaatcrisis tegen te gaan. De duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen zijn voor ons meer voelbaar, omdat ze in de vorm van molens en panelen in ons gezichtsveld verschijnen. Maar laten we niet vergeten dat die fossiele winning véél meer gevolgen heeft.

Het is goed te zien dat duurzame energie-initiatieven beter in te passen zijn in ons leven. Mensen staan daarvoor lokaal op vanuit het oog van rentmeesterschap, en onderzoeken leveren de bewijslast voor beleidsbepalers om (waar dat nodig is) regels te kunnen opleggen voor inclusieve parken, waar klimaat, flora, fauna, omgeving én rendement hand in hand gaan.

Reageren? Mail naar: hoofdredactie@frieschdagblad.nl