Mensen laten zich minder testen als GGD-testlocatie ver weg is. Inwoners van Fryslân rijden het verst voor een coronatest

Wie verder van een testlocatie van een GGD woont, laat zich gemiddeld genomen minder testen op het coronavirus. Inwoners van Fryslân wonen gemiddeld het verst van een testlocatie en inwoners van Utrecht het dichtstbij. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van cijfers van augustus 2020 tot en met januari 2021.

GGD-testlocatie in Nes op Ameland.

GGD-testlocatie in Nes op Ameland. Foto: Jan Spoelstra

Mensen die binnen drie kilometer rijden van een testlocatie woonden, lieten zich het meest testen. Per maand liet 6,5 procent van deze groep dat één of meerdere keren doen, tegen 5,1 procent van de mensen die op tien kilometer afstand of verder van een testlocatie woonden. Dit effect was nog sterker bij mensen zonder auto of een ander motorvoertuig. Het CBS heeft voor dit onderzoek niet gekeken naar testlocaties van andere instanties dan een GGD.

Friezen moesten in januari gemiddeld 10,8 kilometer rijden naar een testlocatie van een GGD, inwoners van de provincie Utrecht slechts 4,3 kilometer. Tussen augustus 2020 en januari 2021 zijn er flink wat GGD-testlocaties bijgekomen. Daardoor konden veel mensen zich dichterbij huis laten testen. Dit was het duidelijkst te merken in Limburg. De gemiddelde afstand over de weg nam af van 8,7 kilometer naar 6,2 kilometer.

Fryslân telt nu nog vijf GGD-testlocaties. Die zitten in Leeuwarden, IJlst, Drachten, Heerenveen en Kollum.

Vaker testen

De onderzoekers zien ook dat mensen van achttien tot en met veertig jaar, werknemers en ontvangers van een WW-uitkering zich vaker laten testen. Gepensioneerden en bijstandsontvangers laten zich juist weer minder bij een GGD controleren of ze corona hebben.