Met een zwarte bediende kon je goede sier maken bij de Friese elite

Een ‘Moors jongetje’ als persoonlijk bediende en als statussymbool: dat was Isack Kilefeldt in de zeventiende eeuw voor de Friese adel van Groot Terhorne bij Bitgum. Een exotische mascotte om mee te pronken.

Margaretha van Raephorst, echtgenote van Cornelis Tromp, met zwarte page. Uitsnede uit het schilderij van Jan Mijtens (1668). De familie op Groot Terhorne had ook zo’n page als statussymbool.

Margaretha van Raephorst, echtgenote van Cornelis Tromp, met zwarte page. Uitsnede uit het schilderij van Jan Mijtens (1668). De familie op Groot Terhorne had ook zo’n page als statussymbool. Afbeelding: Rijksmuseum

Halverwege de laan van Bitgum naar Bitgummole, ook wel ‘It bosk’ genoemd, lag vroeger de state Groot Terhorne. Ver voordat de state in 1879 werd gesloopt, woonde Georg Frederik thoe Schwartzenberg (1607-1679) er samen met zijn echtgenote Agatha Tjaerda van Starckenborg (1620- 1670) en hun kinderen.

Zij kregen in 1662 Isack Kilefeldt in huis, een ‘Moors jongetje’ dat hen was aanbevolen door de raadsman van de familie in Duitsland. In Geen honinck soet sonder bitter gal (2017) vertellen Sieger Rodenhuis en Geertje Kingma onder andere die geschiedenis aan de hand van Agatha’s brieven.

Het was in die tijd niet ongebruikelijk dat Afrikaanse kinderen mee naar Europa werden genomen en als geschenk aan de elite werden aangeboden en in hun netwerk circuleerden. Zeker in het midden van de zeventiende eeuw waren zwarte bedienden gewild. Juist toen werden er veel schilderijen gemaakt van witte dames met kleine zwarte jongens aan hun zijde, tegen wie hun huid extra blank afstak.

Exotische jongen

Na Isacks aankomst op Groot Terhorne was Agatha van plan om hem eerst in huis te houden totdat ‘het wildt [er] wat af was’. Toch nam ze hem een paar dagen later, gekleed als ‘page’, ofwel als persoonlijk bediende, mee naar een bruiloft op de state Klein Hermana bij Minnertsga. Het gezelschap amuseerde zich met de exotische jongen: de een wilde hem afpakken (‘ontstelen’) en de ander wilde hem op een kast te kijk zetten (‘te proncken stellen’). Isack was niet eenkennig en had Agatha van Starkenborgh laten weten dat hij liever bij haar wilde blijven dan terug te keren naar zijn vader, wiens identiteit onbekend is gebleven.

Agatha van Starckenborg stuurde hem naar de schoolmeester voor Nederlandse les en ze had ook al afgesproken dat hij op dansles zou gaan. Verder wist ze nog niet goed wat ze met de ‘kleine en tere’ jongen aan moest.

Spoedig werd duidelijk dat hij niet makkelijk kon leren en zich bovendien vergreep aan de drank: ‘als wij gasten hebben, soo wijckt hij niet van die schencktafel, voor dat hij ’t lijf vol heeft’ om zich naderhand ‘met leugens te verschonen’. Na die beschrijving volgt het dringende verzoek aan haar raadsman om Isack een lijst met gedragsregels te sturen.

Kennelijk leerde Isack Kilefeldt zich te gedragen naar de normen en waarden die voor hem op Groot Terhorne golden, want bij het overlijden van Thoe Schwartzenberg in 1679 verbleef hij nog steeds op Groot Terhorne. Een jaar eerder was hij getrouwd met Christina (‘Stientje’) Burgeringh en vijf jaar later verruilden Stientje en ‘Philip Kilevelt’ Bitgum voor Den Haag.

In 1705 vinden we ze terug in Fryslân in de registers van de hervormde gemeente van Leeuwarden. Op 12 mei 1737 werd bij de Jacobijnerkerk in Leeuwarden ‘een kleine Moor, Ascak genaemt’ begraven. Men kan zich afvragen of deze Ascak soms Isack Kilefeldt is geweest. In 1737 zou hij rond de tachtig jaar oud zijn geweest.

Exotisch speeltje

Deze geschiedenis, die zo nauw verbonden is met Groot Terhorne en de Friese adel, laat zien hoe vanzelfsprekend kinderen vanuit het Afrikaanse continent naar Europa werden meegenomen en daar als geschenk bij de elite terechtkwamen. Daar vormden zij een – niet altijd even gezeglijke – aanwinst als exotisch speeltje.

In vergelijk met andere kinderen die vanuit de Afrikaanse Westkust tot slaaf gemaakt werden en in Zuid- of Noord-Amerika tewerkgesteld werden, hadden deze kinderen nog een relatief bevoorrechte positie. Omdat slavernij op het Europese continent verboden was, hadden zij op den duur de mogelijkheid een eigen levensloop uit te stippelen. Isack was een van hen, evenals de knechten Jean Rabo, Presto, Cupido en Cideron die ooit het stadspaleis van Marijke Meu bevolkten. Wat niet wegneemt dat deze praktijk ertoe heeft bijgedragen dat stereotype beelden over Afrikanen als ‘domme’, vrolijke’ of ‘lenige’ kinderen, ondergeschikt aan de witte elite, nog altijd opduiken in het alledaagse leven.


In een serie artikelen besteedt het Friesch Dagblad wekelijks aandacht aan kolonialisme en slavernij in het Friese verleden en wat daar vandaag nog van terug te zien is. Het gaat om licht bewerkte teksten die oorspronkelijk zijn geschreven voor het vrijdag gepresenteerde boek Sporen van het slavernijverleden in Fryslân van Barbara Henkes, maar daarin uiteindelijk om praktische redenen niet zijn opgenomen.