Met postzegels van de Baltische Staten blijf je verzamelen, weet Keimpe Leenstra uit Sneek | Zomerserie

Gestempeld of ongestempeld, Keimpe Leenstra verzamelt alle postzegels uit Estland, Letland en Litouwen. Hij is al dertig jaar lid van filatelistengroep Het Baltische Gebied, waar hij zijn kennis over zegels deelt.

Keimpe Leenstra met zijn postzegels.

Keimpe Leenstra met zijn postzegels. Foto: Simon Bleeker Fotografie Simon Bleeker Fotografie

Het lijkt een vrij afgebakend verzamelterrein: postzegels van Estland, Letland en Litouwen tijdens het interbellum, 1918 tot 1940. Dat spaar ik zo bij elkaar, dacht Keimpe Leenstra (76) uit Sneek. Daarom begon hij zo’n dertig jaar geleden met verzamelen. Maar het gebied houdt hem nu nog bezig. En het zijn niet alleen postzegels uit het interbellum waarin hij geïnteresseerd is, ook nieuwe uitgaven en zegels uit Oostenrijk worden verzameld.

De interesse deelt hij met de andere leden van Het Baltische Gebied. De filatelistengroep, die sinds 1982 bestaat, organiseert onder andere bijeenkomsten om de kennis over post en postzegels in de Baltische Staten te vergroten en te verspreiden. Twee keer per jaar wordt een verenigingsblad uitgebracht, waarin leden allerlei onderwerpen behandelen: van poststempels en drukfouten tot postcensuur in de Sovjettijd en het postvervoer per trein in Letland in de tsarentijd.

De filatelisten - er zijn nu ongeveer dertig leden - ontmoeten elkaar twee keer per jaar in Geldermalsen, voor onder andere een lezing en een lunch. Vaak ook neemt Leenstra dan postzegels mee, om aan te bieden aan anderen. ,,Het is echt een uitje. En we ontmoeten elkaar ook wel op beurzen.”

Vervalsingen

De Sneker werd zo’n dertig jaar geleden lid van Het Baltische Gebied. De meeste leden richten zich op postzegels van Estland, Letland of Litouwen uit de periode tussen de twee wereldoorlogen. Daarbinnen is veel te verzamelen, weet Leenstra. ,,Sommige mensen verzamelen alleen gestempelde postzegels, andere alleen ongestempeld.”

Leenstra heeft ze allebei. Exemplaren met bijzondere afwijkingen of misdrukken, van een portret dat gespiegeld is, tot een foutje met de tanding (perforatiegaatjes langs de randen om de zegel makkelijk los te kunnen scheuren) verzamelt hij ook.

En dan brachten vervalsers nog hun eigen versies in omloop. Daar heeft Leenstra ook een album voor. Hoeveel banden hij inmiddels gevuld heeft? Lachend: ,,Dat weet ik niet, ik wil het ook niet weten.”

De Sneker verzamelt postzegels sinds 1977. Dat begon met de collectie van een oomzegger, die juist met de verzamelhobby wilde stoppen. Of oom Keimpe er ook belang bij had? Leenstra richtte zich eerst op Nederland, Duitsland en Oostenrijk (waar zijn moeder geboren werd), later kwamen daar de Baltische Staten bij.

Papierschaarste

De drie landen, eeuwen onder Russisch gezag en tijdens de Eerste Wereldoorlog kort onder Duits bewind, werden in 1918 onafhankelijk. De nieuwe staten gingen ook eigen postzegels uitgeven, maar kampten met papierschaarste. In Letland werd dat tekort opgelost door landkaarten van de Duitse bezetting te gebruiken, vertelt Leenstra. ,,Ze drukten zegels op de achterkant van die stafkaarten.” Voor verzamelaars is het een uitdaging om zoveel mogelijk van die zegels op te sporen.

Internet maakte het verzamelen makkelijker. Elke dag kijkt hij op veilingsite eBay of er brieven met interessante zegels voor hem bij zitten. ,,Ik scharrel overal wat vandaan.” Het eerste verenigingsblad van de filatelistengroep uit 1982 bevat een lijst met aanwezige literatuur die leden thuis in de boekenkast hadden staan. Ook die kennis werd met internet toegankelijker.

Postzegelvakantie

Leenstra heeft de indruk dat de animo voor postzegels verzamelen steeds minder wordt. Hijzelf blijft wel verzamelen. Op vakantie in Oostenrijk kijkt hij doorgaans uit naar interessante postzegels, want ook dan houdt de hobby hem bezig. ,,Het is een postzegelvakantie”, lacht echtgenote Trijnie.

En zegels zijn niet het enige dat hij verzamelt, er is ook nog de collectie ansichtkaarten uit Sneek. ,,De meeste verzamelaars kunnen niet vertellen waarom ze begonnen zijn met sparen.’’

Verenigingen zijn er in alle soorten en maten. Het Friesch Dagblad bezoekt er deze zomer een aantal