Dit artikel is vandaag gratis

Monument voor 'de vijf van Bolsward' die 500 kinderen naar Fryslân haalden tijdens de hongerwinter

Anton van der Weide bij het monument voor zijn vader en vier andere Bolswarders die samen ruim vijfhonderd kinderen naar Fryslân haalden tijdens de hongerwinter. Foto: Simon Bleeker

Met een nieuw monument in Bolsward krijgen vijf mannen, die met hun schepen tijdens de hongerwinter van ’44-’45 ruim vijfhonderd kinderen naar Fryslân voeren, erkenning. ,,Ze waagden hun leven.”

In een kleine setting stonden nabestaanden van de vijf Bolswarder mannen afgelopen zaterdag bij het nieuwe monument aan de Stoombootkade te kijken naar de stadsgracht en, verder naar het zuiden, in de richting van het Krúswetter. Van daaruit vertrok in 1944 en 1945 hun vader, grootvader, oom of neef met een lading vol aardappelen richting Huizen en Naarden om hongerige monden te voeden. Het was hongerwinter en de situatie was ernstig in Holland.

Maar aan de overkant van het IJsselmeer wachtte Catrinus Eekhof, Klaas de Vreeze, Auke van der Weide, Jacobus de Koning en Jan Hobma niet alleen honger. ,,De situatie was zo ernstig dat het verzoek kwam om hongerige kinderen mee te nemen richting Fryslân”, vertelt Anton van der Weide. Hij kwam er pas dertien jaar geleden achter, in een boek van Nolle Eekhof, dat zijn vader één van de mannen was die kinderen naar Fryslân bracht. ,,Mijn vader overleed toen ik nog jong was en er werd thuis verder niet over gesproken.”

Doodsbang

Maar het verhaal liet Van der Weide niet los. Want het risico dat de mannen liepen, met schipper en eigenaar Catrinus Eekhof voorop, was enorm. ,,Ze waagden hun leven. De mannen moesten ’s nachts varen omdat ze overdag te veel opvielen. Maar dat betekende dat ze voeren zonder licht en kachel met zo’n dertig doodsbange en hongerige kinderen aan boord. Daar waren ook Joodse kinderen bij. Als de Duitsers daar achter zouden komen, wist iedereen wel hoe dat af zou lopen.”

Daarnaast was de honger zo groot dat ze te maken kregen met roofovervallen en vijandelijkheid. Het verhaal dat Vrouwe Tjitsche en De Vijf Gebroeders, zoals de schepen van Eekhof heetten, in Huizen en Naarden aanlegden verspreidde zich snel. En steeds stond er weer een nieuwe ploeg kinderen, vermagerd en dun gekleed, te wachten op vervoer naar de overkant.

Gezinnen

Van vijfhonderd kinderen is bekend dat ze met de twee Bolswarder schepen naar Fryslân kwamen, maar Van der Weide vermoedt dat het er nog veel meer zijn geweest. Eenmaal aangekomen werden de kinderen opgenomen in gezinnen in de regio, waar ze maanden, vaak ook na de bevrijding van Nederland, bleven. Dit werd vanuit de kerken georganiseerd. Voor zover Van der Weide weet, was er veel bereidheid om kinderen op te vangen.

Van der Weide is blij met de informatie die de zoon van Eekhof optekende in zijn boek ‘Geschiedenis beurtvaartdienstbedrijf Koch & Eekhof, 1822-1971’. Hij nam daarnaast contact op met de historische vereniging van Weesp, waar veel van het voedsel dat ze meenamen terechtkwam. Weespenaren schonken Bolsward daarom al in 1946 een glas-in-loodraam. Dat hangt nog steeds in het gemeentehuis van Bolsward.

Van de Weespernaren hoorde hij hoe bekend de Bolswarder tochten waren en dat de kinderen niet alleen uit Huizen en Naarden kwamen, maar ook uit Amsterdam en Zuid-Holland in de hoop een plek op de boot te kunnen bemachtigen.

Huldiging

Ook hoorde hij over de huldiging van twee Weespenaren, vlak na de oorlog, die hadden geholpen met de logistiek. ,,De vijf Bolswarder bemanningsleden kregen twee consumptiebonnen per persoon, terwijl de twee Weespenaren een koninklijke onderscheiding ontvingen van de gemeente.” Dat beeld steek hem. Want waren het niet juist deze vijf mannen die hun leven in de waagschaal gooiden door nacht na nacht kinderen naar de overkant te vervoeren?

Van der Weide liet er geen gras over groeien. Hij bedacht een monument, nam contact op met de gemeente en met de drie Bolswarder stichtingen Stichting Sint Anthony Gasthuis, Hendrick Nannes en Catrijn Epes-stichting en Stichting Het Weeshuis die het monument financierden.

Corona maakte een officiële presentatie van het monument op korte termijn niet mogelijk. ,,Daarom hebben we het zelf, kleinschalig gedaan. En dat was emotioneel voor iedereen. Het monument voelt als een erkenning voor wat deze mannen voor al die kinderen en hun families betekend hebben.”