Vrijwilligers van Skûtsjemuseum in Earnewâld restaureren 100 jaar oude skûtsje de Risico

Eigenhandig voltooien de vrijwilligers van het Skûtsjemuseum in Earnewâld deze dagen de restauratie van de honderd jaar oude Risico. Op 2 oktober wordt het skûtsje te water gelaten. ,,Deze komt als pronkstuk in de vaart voor het museum te liggen.”

De vrijwilligers van het Skûtsjemuseum in Earnewâld restaureren eigenhandig het 100 jaar oude skûtsje de Risico, met geheel links technische kenner Sietse Bruinsma en rechts museumoprichter Age Veldboom.

De vrijwilligers van het Skûtsjemuseum in Earnewâld restaureren eigenhandig het 100 jaar oude skûtsje de Risico, met geheel links technische kenner Sietse Bruinsma en rechts museumoprichter Age Veldboom.

Van zwaarden en masten tot aan ,,materialen met verhalen”, zoals oude zeilen of een rouwvlag: het Skûtsjemuseum in Earnewâld heeft alle onderdelen van skûtsjes wel in huis. ,,De Aebelina, onze replica is er ook. Maar een compleet, echt skûtsje hadden we nog niet, vertelt museumoprichter, schipper en skûtsjekenner Age Veldboom.

Tot het afgelopen voorjaar. Toen schonk schipper Sikke Heerschop de Risico aan het museum. ,,Een historisch skûtsje uit 1922, dus volgend jaar honderd jaar oud.” Het 20 meter lange en 4 meter brede schip werd oorspronkelijk gebouwd als vrachtschip. ,,Aanvankelijk vervoerde de Risico suikerbieten.”

Daarna was het een woonschip, weer later werd het een wedstrijd-skûtsje. Eerst voer schipper Rienk Zwaga (1932-1992) ermee bij de SKS. ,,En tot twee jaar geleden Kees Hermsen bij de IFKS.”

Pronkstuk

In tegenstelling tot de houten Aebelina waar nog mee gevaren wordt, besloot het museum de ijzeren Risico in historische staat te herstellen. ,,Deze komt als pronkstuk in de smalle vaart voor het museum te liggen.”

Scheepsbouwer en oud IFKS-kampioen Jelle Talsma nam als sponsor op de scheepswerf in Franeker het ijzerwerk onder handen. Zo’n acht weken geleden namen de museumvrijwilligers het restauratiewerk over. ,,Onder aansturing van onze technische kenner Sietse Bruinsma zijn we met zo’n tien man begonnen. Inmiddels helpen steeds meer vrijwilligers mee”, vertelt Veldboom, zelf voorzitter van de Risico-werkgroep.

Erfgoed en gezelligheid

,,Zo waren we dinsdag met z’n tweeëntwintigen.” De jongste museumvrijwilliger is 30. ,,Onze oudste is oud-schipper Wiemer Hoekstra uit Drachten, 91 jaar oud. Zittend op een stoel voorziet hij de lieren met een penseel van witte spaken en een rood hart.”

Het proces is even belangrijk als het resultaat, zegt Veldboom. ,,De vrijwilligers zijn bijna allemaal gepensioneerde mensen. We zetten ons niet alleen samen in voor het behoud van cultureel erfgoed, maar we drinken ook koffie, vragen elkaar hoe het gaat en hebben het gezellig.”

Servies en zwart-wit foto’s

Neemt niet weg dat de vrijwilligers met grote precisie te werk gingen. ,,Het belangrijkste wat was het terugzetten van de mast en de roef op hun oorspronkelijke plek. Daardoor heeft het schip zijn grote laadruim van vroeger weer terug.”

Sommige originele elementen waren nog aanwezig. ,,Zoals de klinknagels en de geklonken roef. Kees Hermsen heeft er altijd voor gewaakt dat die behouden bleven.” Ook deden ze historisch onderzoek. ,,Dat bracht ons bijvoorbeeld bij de kleinkinderen van de voormalige schippers. Zij hadden nog servies dat vroeger in het skûtsje stond en zwart-wit foto’s van de beginjaren. Daarop konden we onder meer zien waar voorheen de schoorsteen en het watertonnetje met drinkwater voor de schipper stonden.”

Ze kregen ook hulp van kleurenspecialist Theunis van der Meer. ,,Er liggen nu zo’n honderd skûtsjes in Fryslân, allemaal met lange masten en glad in de moderne verf. Vroeger gebruikten ze geen blanke lak, maar teer en lijnolie, bijvoorbeeld op de luikjes. Teer mag nu niet meer maar we hebben een goede vervanger gevonden.”

Ulbe Zwaga

Mevrouw Zwaga doopte het schip eerder Ulbe Zwaga, naar haar overleden man en de vader van schipper Rienk. Nu heeft de Risico zijn oorspronkelijke naam terug. ,,Zo liep het schip in 1922 van de scheepshelling van werf Wolthuis in Sappemeer. Daarmee is het een van de weinige skûtsjes die in Groningen zijn gebouwd, maar wel in opdracht van een Friese schipper: Fedde van der Feen uit Oudebildtzijl.”

Op 1 oktober gaan nog éénmaal de zeilen van de eeuwoude Risico omhoog. ,,Dan maken we een laatste vaartocht met de oud-schippers en mensen die meewerkten aan de restauratie.” Een dag later, takelt een grote kraan het skûtsje tijdens een feestelijke middag voor genodigden te water in de museumvaart. ,,De vrijwilligers trekken het schip dan in stijl, ‘hingjend yn ’e line mei in beage om ’e skouders’ naar zijn laatste pronkplaats.”

Het schip mag dan rusten, maar voor de ploeg is de klus nog niet geklaard. ,,Ook het interieur, met bedstedes en kabinetkastjes willen we nog in oude staat herstellen. Komende winter gaan we dus gewoon weer door.”

Vernieuwd Skûtsjemuseum

Aansluitend op de tewaterlating van de Risico heropent op 2 oktober ook het Skûtsjemuseum in Earnewâld. De vrijwilligers restaureerden namelijk niet alleen het skûtsje, afgelopen jaar vernieuwden en verbouwden ze ook het museum grotendeels zelf.

,,In 2018 wonnen we de Friese Anjer en 2500 euro voor onze muzikale theatervoorstelling Myn Skip . Van het prijzengeld wilden we een filmzaal in het museum bouwen”, vertelt Age Veldboom. ,,Een langgekoesterde wens want we hebben heel veel mooie films die mensen een goed beeld kunnen geven van hoe het leven op de skûtsjes vroeger was; heel anders dan het skûtsjesilen van nu.

Gaandeweg werd besloten de coronaperiode te gebruiken om gelijk het hele museum onder handen te nemen. Dat kreeg er onder meer een flinke aanbouw bij en een bibliotheek. ,,We hebben de verbouwing deels zelf betaald, maar dit alles konden we vooral doen door de tomeloze inzet van vrijwilligers en doordat bedrijven, instellingen, sponsors en fondsen belangeloos materialen, tijd en geld beschikbaar stelden.”

Het skûtsje de Risico en het vernieuwde Skûtsjemuseum in Earnewâld zijn vanaf 3 oktober voor publiek te zien, www.skutsjemuseum.nl