Muziekactiviteit in de klas in Ferwert.

Muziekonderwijs is meer dan noten lezen: ,,Het zingen mag best een beetje vals zijn”

Muziekactiviteit in de klas in Ferwert. Foto: Marcel van Kammen

Docenten ervaren soms een drempel om muziekles te geven. Nergens voor nodig, betoogt musicoloog Evert Bisschop Boele. ,,Het zingen mag best een beetje vals zijn. Als er maar aandacht voor muziek is.”

,,Moet je nu eens horen juf, ik reken me al uren suf. Van plus en min tot delen door, ik heb er geen puf meer voor. Kunnen we geen liedje zingen?” Met dit liedje van Carmen Klunder en Thomas van der Neut werd woensdag het symposium Méér met mijn muziek geopend.

Beide studenten, de één van het conservatorium, de ander van de pabo, schreven het liedje speciaal voor het symposium waar tientallen scholen uit de drie noordelijke provincies zich bogen over de vraag hoe er meer aan muziek in de klas kan worden gedaan. Het zou vorig jaar al worden gehouden, maar vanwege de coronacrisis werd het uitgesteld en vervangen door een digitale versie.

Het liedje symboliseert eigenlijk de ideale situatie van het muziekonderwijs voor musicoloog Evert Bisschop Boele. Hij benadrukt dat muziekonderwijs niet alleen een taak is voor een vakleerkracht van het conservatorium, maar ook van de juf of meester.

Afschuiven op de vakdocent

,,Je hoort de laatste tijd vaker het geluid dat de kunst- en muzieklessen maar overgelaten moeten worden aan de vakdocent, zodat de groepsleerkracht zich in kan zetten op vakken als taal en rekenen om leerachterstanden die vanwege de coronacrisis zijn ontstaan weg te werken. Muziek is niet een vak dat je moet afschuiven op een vakleerkracht, om bijvoorbeeld de doelen voor een ander vak als spelling te halen. Muziek moet niet uit het alledaagse van de klas verdwijnen.

De lector kunsteducatie van het Prins Claus Conservatorium in Groningen en bijzonder hoogleraar cultuurparticipatie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam merkt dat veel juffen en meesters tegen de muziekles opkijken. ,,Ze maken er soms een heel ding van, waardoor het eerder aan de vakleerkracht wordt overgelaten, maar wanneer je met ze in gesprek gaat, blijkt dat er toch wel veel aan muziek wordt gedaan zonder dat ze het in de gaten hebben. Bijvoorbeeld een praatje over een muziekprogramma, of even zingen tijdens de kerstviering. Dat mag ook best vals zijn, als er maar aandacht voor muziek is.”

Volgens Bisschop Boele begint het met bewustwording. ,,Als je je er bewust van bent hoe laagdrempelig het is om met muziek aan de slag te gaan, kun je er vervolgens op voortbouwen. Je kunt kijken naar wat de leerlingen aanspreekt en hen daarin stimuleren. In feite is dat een soort humuslaag waar je op voort kunt bouwen. De vakleerkracht en de muziekschool en de lokale harmonie of fanfare kunnen dan verdieping aanbieden aan de leerling. Maar zonder die humuslaag kun je ook niet bouwen.”

Afspraak voor meer muziek in de klas

Het symposium werd onder andere georganiseerd door de stichting Méér muziek in de klas lokaal Fryslân. Dit is een samenwerking van onder meer de provincie, gemeenten, adviesinstelling Keunstwurk en culturele instellingen. Die richt zich op het bevorderen van muziekles op basisscholen en heeft tot doel om ervoor te zorgen dat alle Friese basisscholen vanaf volgend jaar structureel muziekles krijgen. Hiervoor is een convenant opgemaakt dat inmiddels door tientallen schoolbesturen, gemeenten en culturele instellingen is ondertekend.

Thijs Oud, die als adviseur van Keunstwurk en directeur van muziekschool Kunst en COO bij het project betrokken is, herkent het beeld dat Bisschop Boele schetst. ,,Wy krije ek faak it antwurd: wy dogge hjir neat oan muzyk. Mar ast trochfregest wurdt der dochs wol wat dien. Dat moatst earst yn kaart bringe, en dan kinst fierder bouwe mei bygelyks ris in dreger ferske.”

In contact komen met muziek

Wat Bisschop Boele betreft is het vooral belangrijk dat leerlingen in contact komen met muziek op school. ,,Ik ben opgegroeid met muziek. Dat kreeg ik van huis uit mee met vioolles en later volgde de gitaar. Maar er zijn ook veel leerlingen die niet uit zo’n context komen en het zou zonde zijn als zij nooit in contact komen met muziek en niet aangereikt krijgen wat er op muzikaal gebied gebeurt en wat hen aanspreekt, zodat ze zich daarin verder kunnen ontwikkelen.”