Dit artikel is vandaag gratis

De Nederlandse Dwergautoclub komt bijeen in Harlingen en er is een grote kans dat je er een tegenkomt dit weekend: '1,94 lang en tóch pas ik er in'

Loek Fakkeldij uit Weesp in zijn Messerschmitt. Foto: Lodewijk Born

De Nederlandse Dwergautoclub is sinds donderdag in Harlingen voor het jaarlijkse treffen. Je kunt dit weekend zomaar een Messerschmitt of Goggomobil op de Friese wegen tegenkomen.

Rond de 130 dwergauto’s en 250 liefhebbers daarvan hebben zich verzameld op camping De Zeehoeve in Harlingen. Ze komen uit liefst acht Europese landen. Uit Nederland, maar ook uit bijvoorbeeld Zweden, Polen en Engeland. ,,Een derde van de deelnemers is hier zelf in hun autootje naartoe komen rijden’’, vertelt voorzitter Johan Schoenmaker. De rest stond op een aanhanger.

De Nederlandse club heeft 250 leden. Het is het jubileumjaar van de DWAC, die dit jaar het veertigjarig bestaan viert.

Scootmobiel

De meeste van de dwergauto’s werden in de jaren vijftig van de vorige eeuw gebouwd. Er was kort na de Tweede Wereldoorlog grote schaarste aan materialen, maar mensen wilden zich toch graag overdekt – ‘met een dak boven hun hoofd’ - kunnen verplaatsen. De auto’s waren met weinig onderdelen, op een eenvoudige manier én voor weinig geld te maken. Het was eigenlijk een vervoermiddel dat tussen de motor/scooter en de auto in zat, legt Schoenmaker uit. ,,Ze heetten toen ook niet dwergauto, maar scootmobiel of bubble car. De meeste dwergauto’s hebben een tweetaktmotor.’’

Onder meer de vliegtuigindustrie stortte zich erop, maar ook andere fabrikanten. Er kwamen wel 1500 modellen van ruim vijfhonderd fabrikanten, maar van sommige werden maar tientallen of enkele honderden gemaakt. Alleen de Messerschmitt, Goggomobil en BWM Isetta haalden hoge productiecijfers (boven de 100.000).

Toen de productie stopte en ze uit de gratie raakten, omdat mensen liever een grotere auto wilden, kon je ze bijna voor niks krijgen. Die tijd is echter voorbij.

Dertien op de wereld

Greg Pawlowski uit Lille is een van de buitenlandse deelnemers aan het treffen. Hij heeft een Inter 175, bouwjaar 1953. Daar werden er maar driehonderd van gemaakt. ,,Het was een commerciële flop.” Hij laat het stuur zien dat lijkt op het stuurwiel van een vliegtuig. De topsnelheid is 70 kilometer per uur. ,,Er rijden er wereldwijd nog maar dertien van rond.” Dus deze exemplaren moet je koesteren.

Dat is volgens Diana Klepper en Dennis Eijking uit Hoogkarspel ook de missie van de DWAC. ,,Behoud van de voertuigen én ze rijdende houden. We zijn geen autoshow.” Want als alle dwergauto’s in een museum staan, zal dat het begin zijn van het verdwijnen ervan, voorspellen ze. ,,Een kapotte auto wordt dan niet meer gerepareerd.”

Voor hun camper staat een Messerschmitt uit 1962, die ,,al 47 jaar in de familie is”. Dennis’ vader, nu 87 jaar, vond het voertuig bij een boer. ,,Die wilde ‘m afdanken en gebruiken als fundering voor een dam.’’ Gelukkig kwam het niet zover. Ernaast staat een felrode Goggomobil 300 Coupé uit 1964. Ze maakten er onder meer een toertocht mee door Schotland. ,,Geweldig.”

Drie rondjes door Amsterdam

Pas je als je groot bent eigenlijk wel in zo’n auto? Ja, is het antwoord. Soms nét. Loek Fakkeldij, 1,94 meter lang, laat het zien als hij in zijn Messerschmitt KR200 plaatsneemt. Hij woont met zijn echtgenoot Adrian Briggs in Weesp. ,,Als je in een dip zit, dan moet je gewoon drie rondjes met deze auto door Amsterdam rijden. Dan kom je met een big smile thuis.’’ Duizenden keren is ‘ie al op de foto gezet.

,,Ik was er zelf ook direct verliefd op’’, vertelt Fakkeldij, die voorheen werkzaam was als wegenwacht bij de ANWB. ,,We zijn ook in deze auto getrouwd.” De liefhebbers van dwergauto’s kunnen elkaar vaak helpen als er iets kapot is, want motorisch gezien is alles te repareren.

Omgebouwd tot camper

Soms worden het ook hele projecten, zoals bij de Lloyd LT500 die onder een luifel geparkeerd staat. Geproduceerd in 1955 door Borgward in Bremen. Hij is eigendom van Uwe en Sabine Schnell uit Duisburg. Donderdagochtend reden ze om 04.00 uur uit het Ruhrgebied richting Harlingen. ,,Zonder vrachtwagens en ander druk verkeer op de Autobahn. We haalden 70 tot 75 kilometer per uur.”

Ze hebben er vannacht in geslapen, want hij is door Uwe omgebouwd tot camper. Twee jaar deed hij erover. En als je onder de motorkap kijkt is het blok als nieuw.

De eerste keer dat ze er in sliepen was op Oudejaarsavond 2019. ,,We hebben vier kuub aan ruimte.’’ Dit jaar konden ze, na twee coronajaren, voor het eerst hun droomreis maken: twee weken naar Denemarken en Zweden. Het echtpaar heeft een hele website over hun avonturen.

Thuis staat ook nog een Lloyd LP 400 S, waar ze zelfs de Brennerpas mee overgingen. ,,Als je maar goed schakelt.’’ Ze hebben ook nog een gewone auto: een Volkswagen Eos.

Onthaasten

,,Dwergauto’s zijn de ideale manier om te onthaasten”, zegt een van de deelnemers aan het ochtendontbijt, dat in de tent op het terrein wordt gehouden. ,,Zodra ik erin stap, vergeet ik alles.’’ Het is een hobby voor alle rangen en standen. ,,Of je nu metselaar bent of notaris, hier is iedereen gelijk. We delen allemaal de liefde voor deze bijzondere auto’s.”

Zaterdag gaan ze op weg voor een tocht van meer dan honderd kilometer door Fryslân.

Meer info: www.dwac.eu

Nieuws

menu