Om brandrisico's te verkleinen moet er beter worden gekeken welke panden worden volgelegd met zonnepanelen

Er moet een protocol komen voor de aanpak van de nasleep van grote branden met zonnepanelen. Ook moet er worden gekeken op welk type gebouwen of bedrijven de daken beter geen panelen moeten worden aangebracht, en onder welke voorwaarden dat wel zou kunnen. Dat stelt Nils Rosmuller van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), die een verkennende studie heeft gedaan naar de verspreiding van restanten van zonnepanelen in de omgeving na een grote brand.

Van het houtbedrijf van Van der Wal bleef na de verwoestende brand bijna niets over.

Van het houtbedrijf van Van der Wal bleef na de verwoestende brand bijna niets over. Foto: JACOB VAN ESSEN

,,Net als er voor asbestbranden een protocol is om de afhandeling goed te organiseren, zou dat er ook voor zonnepanelen moeten komen. Asbest en zonnepanelen zijn wat betreft de risico’s voor de volksgezondheid niet met elkaar te vergelijken. Maar de gevolgen van een grote brand met zonnepanelen kunnen ook zeer groot zijn. Dat hebben jullie ook gemerkt bij de brand bij houthandel Van der Wal in Noardburgum.”

Meldingen

Bij die verwoestende brand in mei, waar naast de bedrijfshallen 1600 zonnepanelen op het dak verloren gingen, werden glas- en roetdeeltjes tot wel tien kilometer verderop gevonden. In totaal kwamen er bij de gemeenten Tytsjerksteradiel, Achtkarspelen, Dantumadiel en Noardeast-Fryslân 121 meldingen van aangetroffen glasscherven binnen.

Voor boeren waar de resten in de weilanden terecht kwamen betekende het een grote schadepost, omdat het gras niet meer als veevoer kon worden gebruikt.

De brand in Noardburgum was volgens Rosmuller niet de eerste brand waar de restanten kilometers verderop werden gevonden. Ook bij branden in het Rutten in Flevoland (28 juli 2020) en het Noord-Hollandse ’t Veld (30 juli 2020) was er sprake van een grote verspreiding van glasdeeltjes en schade bij boeren in de omgeving.

Staldaken

,,We moeten beter nadenken waar we de zonnepanelen neerleggen en onder welke voorwaarden. Op loodsen van bedrijven met een grote brandlast, zoals een houtbedrijf, maak je het jezelf wel lastig. Je loopt veel meer risico op brand, en dus ook dat de glasdeeltjes zich ver verspreiden.”

Dat veel staldaken bij veehouderijen vol liggen is volgens hem ook een risico. ,,Ik zeg niet dat je ze daar niet op moet leggen. Maar er is geregeld sprake van stalbranden. Dat is al rampzalig genoeg vanwege het vee dat dan verloren gaat. Als daarbij ook nog resten zonnepanelen over de landerijen liggen is de schade nog veel groter en worden ook nog veel anderen in de wijde omgeving gedupeerd.”

Duidelijkheid

Als het aan het IFV ligt komt er snel duidelijkheid over wie de regie heeft bij dit soort branden en moeten er afspraken komen over verantwoordelijkheden, aansprakelijkheid en vergoedingen voor schade die soms kilometers verderop geleden wordt.

Volgens Rosmuller lopen we in Nederland wat betreft veiligheidsaspecten van de energietransitie achter de feiten aan. ,,Je hebt nu met heel andere partijen te maken als bijvoorbeeld in de olie- en gasindustrie, zoals de Gasunie en Shell. Dat soort bedrijven heeft te maken met inspecties en allerlei regels. Maar rond de energietransitie staat dit soort zaken nog in de kinderschoenen of zijn die geheel afwezig.”

112 branden

Het onderzoek heeft tussen 2018 en juni 2021 in totaal 112 branden weten te achterhalen. In elf gevallen was er sprake van een grote verspreiding van resten van panelen.

Vier keer zijn er in Fryslân branden gemeld waarbij zonnepanelen waren betrokken. Naast de grote brand in Noardburgum ging het om kleinere branden in Kollumerzwaag, de sporthal in Buitenpost en in Damwâld.