Onderzoek naar extremisme gaat over Jihadisme? Nee, antioverheidsdenken is het grote probleem in Noord-Nederland, zeggen onderzoekers

Een molotovcocktail door de ruit van een journalist die kritisch over tegenstanders van de coronamaatregelen schreef. Asbestdumpingen op openbare plekken vanwege de komst van windmolens. Een boer op een trekker die de deur van het provinciehuis ramt tijdens de boerenprotesten. Het zijn slechts enkele van de vele extremistische incidenten in de drie noordelijke provincies van de afgelopen jaren.

Het provinciehuis en de Tweebaksmarkt werden na de bommelding een aantal uren afgezet.

Het provinciehuis en de Tweebaksmarkt werden na de bommelding een aantal uren afgezet. Foto: Rosalie Mulder

En dat aantal incidenten neemt in Noord-Nederland alleen maar toe, blijkt uit de woensdag gepubliceerde Fenomeenanalyse Extremisme Noord-Nederland van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Sinds 2018 komt jaarlijks de helft van de incidenten voort uit antioverheidsdenken. Maar de aanpak van radicalisering en extremisme is vooral gefocust op jihadisme, terwijl dat in Noord-Nederland slechts een beperkte rol speelt. Daardoor worden extremisme en radicalisering niet breed herkend en erkend, concluderen onderzoekers Léonie de Jonge, Pieter Nanninga en Fleur Valk in hun onderzoek.

Nieuws

menu