Voor veel 'zeer zorgwekkende stoffen' die bedrijven uitstoten bestaan nog geen uitstootnormen. Het blijft tot 2023 onzeker wat de schade is voor milieu en gezondheid

Het duurt nog twee jaar voor duidelijk is in hoeverre de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen bij bedrijven in Fryslân risico’s op milieu- en gezondheidsschade oplevert. De provincie legt activiteiten waar zulke stoffen mogelijk vrijkomen echter niet uit voorzorg stil, omdat de bedrijven gewoon voldoen aan de huidige vergunningen.

Het pand van FUMO in Grou.

Het pand van FUMO in Grou. Foto: Jaap Schaaf

Er wordt sinds 2018 gewerkt aan een landelijke aanpak om de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen bij bedrijven tot een minimum te beperken. Het gaat om chemische stoffen die bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn of de vruchtbaarheid verminderen.

Landelijk zijn voor een groot deel van de 1600 zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) echter nog geen normen vastgesteld voor de maximaal toegestane uitstoot naar lucht en water. In de bestaande vergunningen zijn daarvoor dus ook geen normen opgenomen en bedrijven kunnen er nog niet op worden afgerekend.

Met de kennis van nu

Milieudienst FUMO kwam onlangs met een inventarisatie van onder meer 36 Friese afvalbedrijven waarbij mogelijk zeer zorgwekkende stoffen vrijkomen. Aan de hand van een landelijk rapport is beoordeeld welke ZZS verwacht mogen worden in de afvalstromen waarvoor het bedrijf een vergunning heeft.

Daarbij is ‘met de kennis van nu niet naar voren gekomen dat normen worden overschreden’, laat de provincie in een schriftelijke reactie weten, maar in feite zijn er dus maar voor weinig ZZS al normen vastgesteld.

Van 28 van de 36 afvalbedrijven wil gedeputeerde Douwe Hoogland meer informatie krijgen. Nu duidelijk is met welke ZZS er wordt gewerkt, kan worden gemeten of en in welke maten die stoffen vervolgens in lucht en water terechtkomen.

De provincie laat verder weten dat er bij bedrijven met uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen ook zal worden gelet op de zogeheten MTR-waarde, het maximaal toelaatbaar risiconiveau voor de gezondheid.

Onzekerheid

Dat alles gaat tot en met 2023 duren. Volgens de provincie kan dat niet sneller, omdat er nog landelijke regels moeten worden gemaakt over de normeringen. Pas dan kunnen die uitstootnormen in nieuwe vergunningen worden opgenomen en kunnen meetresultaten daaraan worden getoetst. Bedrijven kunnen daar dan aan worden gehouden.

Het betekent wel dat er tot die tijd onzekerheid blijft over de effecten van ZZS-uitstoot voor het milieu en de gezondheid. Op de vraag of dat niet te lang duurt, verwijst de provincie naar het tijdpad dat nu eenmaal landelijk is afgesproken.

Er is een coördinator aangesteld om met een landelijke aanpak te komen. Iedere vijf jaar zal worden gecheckt hoe het ervoor staat met het streven om de uitstoot van ZZS gaandeweg verder te beperken tot een minimum.