Ook na corona blijft de honderdjarige Sophia Veerhuis-de Weert uit Akkrum monter en vrolijk: 'Daar heb ik wel een knauw van gehad'

In het wooncentrum Leppehiem kon het niemand ontgaan zijn: Sophia Veerhuis-de Weert wordt vandaag honderd. Slingers, foto’s en zelfs een triomfboog bij haar deur, waar de burgemeester gisterochtend al onder door mocht lopen om haar alvast te feliciteren. Zelf is ze een beetje beduusd onder al die aandacht: ,,Zo bijzonder is het toch niet?”

Sophia Veerhuis-de Weert bij de versierde entree van haar appartement in Leppehiem in Akkrum.

Sophia Veerhuis-de Weert bij de versierde entree van haar appartement in Leppehiem in Akkrum. Foto: niels de vries

De eeuwelinge werd geboren in Amsterdam, waar haar vader al voorspelde dat ze een hoge leeftijd zou behalen vanwege het tijdstip dat ze geboren werd. ,,Tien voor zes, dat schijnt in de astrologie te wijzen op ouderdom.” Ze maakte deel uit van een gezin met drie kinderen dat het niet breed had. ,,Mijn vader had toen ik jong was geen werk, hij was steuntrekker. Elke dag ging hij naar de haven om te kijken of er werk voor hem was.”

Fred Astaire

Omdat er geen geld was, kon ze ook niet naar de HBS. ,,Ik zat geregeld in het strafbankje, maar ik kon wel heel goed leren. Mijn onderwijzer is nog naar mijn ouders gegaan om ze aan te sporen mij naar de HBS te sturen, zodat ik juf kon worden, maar dat zat er niet in.” In plaats daarvan ging ze naar de huishoudschool en werkte ze daarna bij mensen in de huishouding. ,,Ik heb de opperrabijn van Nederland nog geholpen. Aan het einde van de dag gaf hij me altijd een chocolaatje.”

Haar man Wim Veerhuis ontmoette ze op een toneel- en dansavond. ,,Hij kon heel goed tapdansen, het was net Fred Astaire.” De twee trouwden in 1940, het jaar dat Nederland in oorlog terecht kwam. ,,Ik weet het nog goed, dan hoorde ik het luchtafweergeschut. Dat was net alsof er steeds op de deur werd gebonsd.” Aanvankelijk merkte ze niet zoveel van de oorlog, maar dat veranderde gedurende de tijd. ,,Op een gegeven moment was het eten op. We zijn toen nog met de bakfiets naar Fryslân geweest.”

Verrassing

Ze kreeg met Wim vier kinderen. Drie zonen en als grote verrassing ook nog een dochter. Toen de geboorte begon gaven zowel de dokter en de vroedvrouw aanvankelijk niet thuis, waardoor een buurvrouw hielp om het kindje ter wereld te brengen. ,,’Gefeliciteerd, je hebt weer een zoon’, zei zij, maar toen de vroedvrouw later kwam, bleek het toch wat anders en was het een meisje. Het was geweldig en een groot cadeau om toch nog een dochter te krijgen!”

In 1984 werd het woningblok gesloopt en verhuisde ze naar Almere. ,,Niks aan hoor, veel te nieuw. Heel anders dan Amsterdam.” Op 54-jarige leeftijd begon ze als korsettenmaker, iets wat ze heel leuk vond om te doen. Wim was magazijnmeester en werkte ook na zijn pensioen nog door als portier. Ze hebben samen nog veel gereisd en mooie vakanties beleefd totdat hij in 1995 stierf aan een hersenbloeding. Nadien ging ze haar dochter achterna, en woonde ze in Noord-Brabant en uiteindelijk in Fryslân. Het bevalt haar goed hier, maar veel bewoners spreken Fries. ,,Dan zeg ik ‘s ochtends goedemorgen in de lift, maar dan verstaan ze me niet altijd. Gelukkig woont hier nu ook een leuke vrouw uit Purmerend.”

Alhoewel ze nog herstellende is van corona, „daar heb ik wel een knauw van gehad”, is ze nog altijd monter en vrolijk. Puzzelen doet ze graag. ,,Dat is belangrijk, daar leer je ook op deze leeftijd nog zoveel van bij.”