Hunebedden iets van Drenthe? In Duitsland zijn ze er ook: makelaar Willem Donker uit Heerenveen bracht 1314 Duitse hunebedden in kaart

Het begon met een doelloze autorit door Drenthe op een zondagochtend. Inmiddels heeft makelaar Willem Donker uit Heerenveen alle 1314 Duitse hunebedden opgezocht en in kaart gebracht, iets wat nog nooit eerder zo systematisch en volledig is gedaan. ,,In wezen is mijn verhaal een uit de hand gelopen hobby, nooit bedoeld om te publiceren.”

Willem Donker bezocht in tien jaar tijd alle 1314 bekende Duitse hunebedden.

Willem Donker bezocht in tien jaar tijd alle 1314 bekende Duitse hunebedden. Foto: FD

Ja, natuurlijk kent hij ook de steenkist van Rijs, de enige bekende grafheuvel uit de jonge steentijd op Fries grondgebied. In 1849 werd de steenkist bij toeval ontdekt door bosarbeiders op het landgoed van de familie Van Swinderen. De originele keistenen werden vermalen tot wegverharding en zijn er dus niet meer, maar de plek in het Rijsterbos is gemarkeerd met platte stenen.

,,Ik ben daar meerdere keren geweest”, zegt hunebedjager Willem Donker (59). ,,Kortgeleden nog met mijn vrouw, en daarna hebben we heerlijk gegeten bij restaurant Jans.”

Het is een van de weinige keren dat hij met zijn vrouw een hunebed, of het restant daarvan, heeft bezocht, want Donker gaat er vrijwel altijd alleen op uit. Van de honderden Duitse hunebedden die hij in de afgelopen jaren heeft opgezocht, ligt zo’n 80 procent diep verscholen in de bossen. ,,Ik kan en wil niemand mee hebben. Ik moet soms toeren uithalen die mijn vrouw maar beter niet kan zien.”

Eén keer stond hij oog in oog met een wolf. ,,Ik was niet bang, maar mijn eerste reactie was wegkijken. De wolf droop uiteindelijk af. Maar mijn vrouw zei op een gegeven moment, niet helemaal onterecht: ‘Als je op pad bent, stuur me dan elk uur even een appje waar je bent.’ Tenminste, als ik bereik heb, want dat heb je meestal niet in de bossen. Als je je enkel breekt, of door een wild dier wordt aangevallen, dan vinden ze je nooit. Ik heb 1314 hunebedden in Duitsland gevonden, maar ik ben maar vijf of zes keer iemand anders tegengekomen.”

Een levenslange interesse

Hij is inmiddels 26 jaar makelaar van naam en faam in Heerenveen, maar zijn interesse voor archeologie en prehistorie is heel wat ouder dan die voor onroerend goed. Een gastles van de bekende, maar later omstreden amateur-archeoloog Tjerk Vermaning op de lagere school in Donkerbroek was voor hem in 1970 – toen acht jaar oud – het vonkje. Op zijn zestiende zag hij de prehistorische stenencirkel Stonehenge op een vakantie in Engeland met twee neven.

De belangstelling voor megalieten was gewekt, maar hij heeft nooit het idee gehad om archeologie te studeren. Het werd landmeetkunde. Zijn eerste baan was bij de landmeetkundige dienst van Rijkswaterstaat in Assen. ,,Ik zorgde er altijd voor dat ik met de meetploeg in de buurt van een hunebed ging lunchen.” De voortschrijdende automatisering deed de banen in de landmeetkunde opdrogen, en zo rolde Donker de makelaardij in.

Hunebedden liet hij al die jaren links liggen, tot op een zondagochtend in 2010. ,,Ik ben toen doelloos met de auto naar Drenthe gereden, langs een hunebed, en dacht: ik ga alle hunebedden langs. Als makelaar heb ik altijd een camera in de auto.” In drie dagen had hij alle 54 hunebedden in Nederland op de foto gezet. ,,Maar ik wist helemaal niets over de theorieën rond hunebedden. Dus schafte ik literatuur aan en zocht contact met archeologen. Een van hen zei: weet je dat er over de grens in Duitsland ook een paar hunebedden liggen?”

En dus ging Donker al snel bij Emmen de grens over. ,,Die hunebedden vond ik gemakkelijk, ik moest af en toe vragen waar een Großsteingrab lag.” Bij één hunebed stond op een bordje de afkorting SPR 861, die hem op het spoor bracht van de Duitse archeoloog Ernst Sprockhoff. Die heeft bijna een eeuw geleden alle toenmalig bekende hunebedden in Duitsland beschreven. Deze Sprockhoff werd mijn gids.”

Donker kocht alle drie delen van diens Atlas der Megalithgräber Deutschlands bij antiquariaten. ,,Sprockhoff heeft 985 hunebedden in kaart gebracht, waarvan hij er zelf zo’n 750 heeft bezocht.”

Teen van de reus

Wie in Nederland hunebedden zegt, denkt aan Drenthe. Maar het vijftigtal hunebedden in deze provincie vormt slechts de teen van de reus die het gebied van de Trechterbekercultuur is, de eerste landbouwers in onze regio. Deze prehistorische cultuur heeft in een vrij korte periode, tussen 3400 en 3200 voor Christus, hunebedden gebouwd in een gebied van Noord-Nederland tot diep in Polen dat tijdens de laatste IJstijd met een dikke laag landijs was bedekt.

De grote keistenen die door het ijs vanuit Scandinavië hiernaartoe waren meegevoerd en na de IJstijd bleven liggen, werden het bouwmateriaal voor de grafmonumenten van het Trechterbekervolk. Ook ten zuiden van de ijsgrens komen hunebedden voor, maar die zijn meer verwant aan de dolmens in België en Frankrijk.

,,Je ziet overal dezelfde constructie van twee draagstenen in de grond en een deksteen eroverheen”, vertelt Donker. De grafkelder van een hunebed werd gebruikt om de overblijfselen van meerdere personen in te begraven. ,,Er is uitgerekend dat ongeveer tien procent van de toenmalige bevolking is bijgezet in een hunebed. Dat zal de elite zijn geweest.”

Levendige handel

Oorspronkelijk moeten er in dit deel van Europa vele duizenden hunebedden hebben gestaan. ,,Veel hunebedden in Duitsland zijn zo rond 1880 gesloopt. Tot dan toe waren er alleen zandpaden, die moesten worden verhard met stenen. En wat was er makkelijker dan grote bij elkaar liggende stenen te verzamelen en te verpulveren? Er was een levendige handel van steenslagers. In Nederland kwam dat bijna niet voor, maar in Duitsland was het verschrikkelijk. Daar zijn bij benadering zo’n 2500 van de 4000 hunebedden verdwenen. En wat ervan over is, dat zijn vaak nog maar restanten van twee of drie stenen.”

Al heeft Nedersaksen met de Straße der Megalithkultur een toeristische fietsroute langs 33 hunebedden aangelegd, het Duitse bewustzijn rond dit culturele erfgoed is verder niet bepaald groot, stelt Donker. ,,In Nederland is er veel aan restauratie en educatie gedaan, maar Duitsers bekommeren zich nauwelijks om de hunebedden. Eentje meer of minder maakt hen niet uit. Een Duitse boer weet wel dat er stenen op zijn land liggen, maar meestal niet dat het een eeuwenoud hunebed is geweest. Ze hebben totaal geen idee wat ze hebben, maar ik heb ze allemaal gevonden.”

Van de 1314 Duitse hunebedden schat Donker dat er zo’n vijftig of zestig herkenbaar zijn als hunebed. Soms netjes gerestaureerd en voorzien van informatiepanelen. ,,Vooral in de deelstaat Sachsen-Anhalt zijn ze daar heel actief mee.” Van honderden andere hunebedden is er geen enkele structuur meer over. ,,Soms kan ik dan nog wel een aanzet van een heuveltje zien waarop die hunebedden altijd gebouwd werden.”

April de beste maand

Donker begon eerst de hunebedden in het gebied tot aan de Elbe, de zogeheten Westgroep, in kaart te brengen. ,,Daar heb ik vijf jaar over gedaan. Dat lijkt wellicht lang, want vanuit Heerenveen ben je in drie uur in Hamburg met de auto. Eerst ging ik in de zomervakantie op pad, met een tentje en een luchtbed. Maar ik merkte toen dat het bosterrein dan al te veel begroeid is met bladeren, struiken en varens om hunebedden te kunnen vinden. En in bouwland groeit er dan maïs van twee meter hoog.”

,,Al doende kwam ik erachter dat april de beste maand is. Dan is er nog geen blad aan de bomen en zijn zandpaden al goed te bereiken. Dan ga ik voor vijf of zes dagen op pad, boek van tevoren hotels in de buurt en stippel een hele route uit. Met een beetje mazzel vind ik er tien of vijftien op een dag. Dan ben ik een weekje thuis en verwerk ik alle vondsten, verkoop ik wat huizen tussendoor en ga ik weer een week op pad.”

De wintermaanden gebruikte hij om de hunebedlocaties op de priegelige oude kaartjes van Sprockhoff terug te vinden in Google Earth. ,,De topografie van bossen is na negentig jaar flink veranderd. Dat was best lastig, maar ik kreeg er met mijn landmeetkundige achtergrond steeds meer handigheid in. De ervaring leerde me dat ik in een straal van 400 meter een hunebed kon terugvinden.”

Zeven hunebedden trof Donker aan op een militair oefenterrein in de buurt van Kiel. Daarvoor moest hij wel eerst toestemming vragen van het Duitse ministerie van Defensie, vertelt hij lachend. ,,Op een maandagochtend kreeg ik precies een uur de tijd om ze op de foto te zetten. Ik werd met de commandant over het terrein rondgereden in een Landrover. Het moest allemaal heel snel, want daarna begonnen de schietoefeningen.”

Tien op een kluitje

In de afgelopen vijf jaar ging hij steeds langer en vaker van huis om de hunebedden aan de overkant van de Elbe te documenteren. ,,Dat ging steeds vlotter. In Sleeswijk-Holstein en Brandenburg liggen soms complexen van tien op een kluitje. In het Emsland heb je dat niet.” Vorig jaar april had Donker zijn speurtochten willen afronden, maar dat werd vanwege de coronatijd een jaar later.

Bij het allerlaatste Duitse hunebed dat hij afgelopen voorjaar bezocht, op een onbewoond eilandje in de buurt van Ellershagen, maakte hij de enige selfie (met rubberbootje, zie foto) van al zijn expedities. En hij stuurde een appje naar Harrie Wolters, de directeur van het Hunebedcentrum in Borger: ‘Ik ben klaar.’

Wolters had de unieke waarde ontdekt van Donkers collectie, die inmiddels een semiwetenschappelijk karakter had gekregen. Die wou hij maar wat graag veiligstellen voor de toekomst. ,,In wezen is mijn verhaal een uit de hand gelopen hobby, nooit bedoeld om te publiceren. Maar het is wel een gigantische hoeveelheid data waar iemand anders iets mee kan.”

Bij het Hunebedcentrum worden Donkers data in een zoekportaal verwerkt . Momenteel zijn bijna 1250 van de 1314 Duitse hunebedden ingevoerd. De website is naar verwachting in november helemaal klaar.

Maar is Donker dat ook? Hij zinspeelt al op een volgende speurtocht in Polen, want het gebied van de Trechterbekercultuur loopt eigenlijk helemaal tot aan Gdansk. ,,Sprockhoff heeft in zijn inventarisatie ook 21 hunebedden meegenomen die tegenwoordig in Polen liggen, maar ik heb daar met Google Earth in totaal zeventig locaties gevonden. Met een stukje historisch besef zou ik die er ook bij moeten doen. Op zo’n trip wil ik dan wel iemand meenemen, al was het voor de veiligheid. En mijn Pools is, zacht gezegd, niet zo best.”