De Opstapper mag niet duurder worden en moet even vaak blijven rijden, vinden de Staten. Maar wie gaat dat betalen?

Het kost zes ton, maar de meerderheid van de Staten wil het wel: de Opstapper moet niet duurder worden dan nu het geval is en moet even vaak blijven rijden. De Statenleden hebben gedeputeerde Avine Fokkens gevraagd zich daarvoor hard te maken bij Arriva.

Een bus van Arriva bus op het Torenplein in Surhuisterveen.

Een bus van Arriva bus op het Torenplein in Surhuisterveen. Foto: Jilmer Postma

De Staten bogen zich woensdag over voorstel voor een noodconcessie van het busvervoer voor 2023 en 2024. Die is nodig omdat er vanwege corona geen belangstelling was voor de aanbesteding van een reguliere nieuwe concessie, die eind volgend jaar zou ingaan.

In het voorstel staat onder meer dat de Opstapper – het kleine busje dat mensen op afroep vervoert van een Opstapperhalte naar een halte van een doorgaande reguliere buslijn – minder vaak gaat rijden. Het tarief stijgt van 2,50 naar 3,50 euro per rit. De Opstapper is voor Arriva een relatief dure vorm van vervoer, waar maar weinig gebruik van wordt gemaakt. Deelfietsen of deelauto’s zouden een alternatief moeten worden.

,,Bereikbaarheid is essentieel voor de leefbaarheid van het platteland en daar hoort busvervoer bij”, vond ChristenUnie-woordvoerder Matthijs de Vries, indiener van de motie.

Zes ton

Gedeputeerde Fokkens liet uitrekenen dat het op peil houden van de huidige prijs en beschikbaarheid van de Opstapper zou leiden tot 600.000 euro aan extra kosten. ,,Ik ga me ervoor inzetten bij Arriva”, zegde ze toe. Als Arriva niet kan worden overgehaald om die kosten te maken, komt ze bij de Staten terug om te vragen of die het extra geld ervoor over hebben.

De ChristenUnie gaf al aan bereid te zijn de portemonnee te trekken, maar het is nog de vraag of daar een meerderheid voor te vinden zal zijn.

Erg gelukkig met het noodconcessievoorstel waren veel fracties niet. ,,We staan met de rug tegen de muur. Andere OV-bedrijven schrijven niet in, dus we kunnen alleen maar de kant op die Arriva wil”, klaagde Anton Meijerman (CDA). ,,Het onvolprezen marktmechanisme blijkt in het OV nu dus niet te werken.”

Schril contrast

Hij vond de miljoenenwinsten van moederbedrijf Deutsche Bahn in schril contrast staan met de bezuinigingen op plattelands-OV. ,,Belastinggeld vloeit naar het buitenland weg, terwijl we het zicht kwijtraken op de maatschappelijke taak van het OV: mensen vervoeren. Maar deze noodconcessie lijkt op: je stapt in waar je niet woont, en je stapt uit waar je niet moet zijn.”

De Staten bepaalden verder dat wanneer de reizigersaantallen boven verwachting uitpakken, de winst daarvan niet moet terugvloeien in de provinciale kas, maar ingezet moet worden voor meer dienstregelingsuren van de bus. Fokkens voelde daar ook wel voor.