Oud-directeur van schouwburg de Lawei in Drachten, Roel Oostra, is honderd jaar geworden: 'Ik moest alles leren in de praktijk'

,,Ik heb nooit gedroomd dat ik zo oud zou worden, het is een wonder”, zegt de nog altijd montere Roel Oostra uit Drachten, die afgelopen zondag honderd jaar werd. Dinsdag kwam burgemeester Jan Rijpstra van Smallingerland de ereburger van de gemeente feliciteren.

Roel Oostra ontvangt burgemeester Jan Rijpstra op zijn verjaardag.

Roel Oostra ontvangt burgemeester Jan Rijpstra op zijn verjaardag. Foto: Jilmer Postma

De oud-directeur van De Lawei in Drachten woont nog altijd op steenworp afstand van de schouwburg, waar hij bijna 25 jaar lang de scepter zwaaide. ,,Toen stelde het nog niet veel voor, het was destijds een soort groot dorpshuis”, vertelt hij. De Lawei opende in 1960 en Oostra werd in 1962 gevraagd om directeur te worden. Onder zijn leiding groeide het kleine theater in Drachten uit tot een grote culturele instelling in de regio.

Van de Friese klei

Geboren in een boerenfamilie in Oosthem, verhuisde Oostra op tweejarige leeftijd naar Wolvega, waar hij naar de basisschool ging. In verband met het latere werk van zijn vader bij een verzekeringsbedrijf in Heerenveen, kwam het gezin uiteindelijk in Drachten terecht. Een hele andere wereld, volgens Oostra. ,,Onze familie kwam van de Friese klei, aan de ene kant van de spoorlijn Heerenveen-Leeuwarden en Drachten lag aan de andere kant. Daar lagen natuurlijk de Wâlden, waar messenstekers en arbeiders woonden, dat was alles wat ik ervan wist.” Om meer te weten gekomen is hij samen met een vriend op de fiets ‘de grens’ overgestoken en toen bleek het best mee te vallen. Op zijn achttiende verjaardag, in 1939, vestigde het gezin zich in Drachten. ,,Ik was er al snel thuis.”

Toch zou het ook het begin zijn van een roerige tijd. De mobilisatie was net op gang gekomen en Nederland kwam in oorlog. Oostra werkte destijds bij Kingma’s bank als bankbediende, maar moest snel onderduiken. ,,De Duitsers waren er snel bij om bankmedewerkers naar Duitsland op te roepen.” In 1942 kwam hij daarom bij een gezin in Surhuizum te wonen. ,,Ik voelde me daar gelukkig heel erg thuis.”

Banketbakker

Inmiddels had hij verkering gekregen met een banketbakkersdochter, Corrie van der Meulen uit Drachten. Na de oorlog kwam hij in de zaak van zijn schoonvader te werken, haalde zijn vakdiploma’s en nam uiteindelijk de banketbakkerij over. Ook was hij actief in het amateurtoneel en cabaret en in die hoedanigheid werd hij gevraagd of hij niet directeur wilde worden van De Lawei. Oostra hield aanvankelijk de bakkerij aan, omdat hij niet helemaal zeker was van deze grote stap. ,,Dan sta je daar ineens met een sleutel en een paar personeelsleden. Ik moest alles leren in de praktijk.”

Oostra maakte vier verbouwingen mee, haalde veel aanstormend talent naar het Noorden en maakte zelf ook theaterproducties in het toneel en cabaret. ,,Ik ben er in mijn hart toch wel trots op dat het zo goed is gegaan met De Lawei.”

Passe-partout

Tot 1986 was hij directeur en moest hij op 65-jarige leeftijd met pensioen. ,,Ik had nog wel veel langer door willen gaan. Het was een prachtige periode.” Toch zijn de tijden in al die jaren wel veranderd. ,,Toen was er veel meer vrijheid, je kon een zaal verhuren wanneer het je uitkwam. Nu is er een heel systeem met regels en ligt alles veel meer vast. Wat dat betreft is het wel goed dat ik toen gestopt ben.”

Nog geregeld doet hij een loopje naar de schouwburg. ,,Ik heb een passe-partout en vind eigenlijk alles mooi: toneel, cabaret, dans. Behalve misschien modern ballet, dat vind ik net gymnastiekoefeningen. Met alle respect voor de dansers natuurlijk!”

Afgelopen weekeinde vierde Oostra zijn honderdste verjaardag met zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Tevreden kijkt hij terug op zijn leven. ,,Ik heb een berg mooie herinneringen verzameld.”