Planeten bestuderen door een kleine amateurkijker: vereniging Gemma Frisius doet het al 75 jaar | Onze club

Dit jaar bestaat Vereniging Gemma Frisius, de Friese afdeling van de Koninklijke Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde, 75 jaar. Erelid Henk Nieuwenhuis (82) vertelt daar graag over. ,,Ik heb de vereniging altijd heel belangrijk gevonden.’’

Henk Nieuwenhuis met zijn tekeningen van de maan en enkele van zijn zelfgemaakte globes op de achtergrond.

Henk Nieuwenhuis met zijn tekeningen van de maan en enkele van zijn zelfgemaakte globes op de achtergrond. Foto: Catrinus van der Veen

Nette houten kasten gevuld met meterslange documentatie, voorzien van antieke onderwerpsbordjes, historische telescopen, kleurrijke globes – het huis van Henk Nieuwenhuis in Franeker heeft veel weg van een museum. Nieuwenhuis bestudeert de maan en de planeten inmiddels 55 jaar en is al sinds 1963 lid van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (K.N.V.W.S.), waar hij vanaf 1984 actief werd voor de Friese afdeling Vereniging Gemma Frisius. ,,Je moet niet zelf een beetje zitten prutsen, maar je ervaringen juist delen binnen verenigingen. Daar leer je van’’, vindt hij.

Binnen de Friese afdeling wisselen amateurs al sinds 1946 hun kennis uit. Zo worden er elke winter zes bijeenkomsten georganiseerd waarbij een lid een lezing geeft, gevolgd door een astronoom of weerkundige. Verder gaan de leden ook jaarlijks op excursie naar een sterrenkundig instituut door het hele land.

Daarnaast heeft de K.N.V.W.S. werkgroepen per onderwerp – bijvoorbeeld de maan en de planeten – waar geïnteresseerden met elkaar praten over deze specialisatie. Maar ook buiten de activiteiten houden de leden onderling nauw contact om gedachten en nieuwtjes uit te wisselen over waarnemingen, ruimteonderzoek en instrumenten. En amateurs met redelijke apparatuur kunnen zelfs samenwerken met wetenschappers.

Opzoeken

Henk Nieuwenhuis komt oorspronkelijk uit het voormalige dorp Jutphaas, dat nu Nieuwegein is. Hij werkte in de bibliotheek van de universiteit in Utrecht en begon zijn lidmaatschap van de vereniging dan ook bij de Utrechtse afdeling. ,,Ik heb geluk gehad dat ik in de bibliotheek werkte, want daar kon ik alles opzoeken’’, vertelt hij.

Met al zijn zelfstudie werd hij voorzitter van het Utrechtse bestuur in 1982 en mocht hij vanaf 1984 zelfs aan de slag als directeur bij het Eise Eisinga Planetarium. ,,Dat was een droom, maar ik heb de vereniging altijd heel belangrijk gevonden.’’ Vanaf 2001, toen hij met pensioen ging, werd hij daarom alleen maar actiever. Zo is Nieuwenhuis begonnen met het maken van replica’s van oude instrumenten: ,,Ik wilde dat altijd al doen.’’

Naar de maan

De fascinatie begon voor Nieuwenhuis al op zestienjarige leeftijd, toen hij in een Prisma-boekje las dat het mogelijk was om naar de maan te gaan. Hij begon alles wat met ruimtevaart en sterrenkunde te maken had, te verzamelen: ,,Toen zei mijn vrouw: ‘dat verzamelen is wel leuk, maar daar kan je niks mee doen. Ga eens kijken met een telescoop’. Sindsdien is de fascinatie alleen maar erger geworden.’’

Vanaf de aankoop van zijn allereerste telescoop begon hij met het tekenen van de maan. ,,De eerste tekening dateert van 13 juli 1964’’, concludeert hij uit zijn enorme archief. En nu, in het jubileumjaar, krijgt elk lid een kopie van zijn tekening van de zogenoemde Gemma Frisius-krater op de maan.

Vanwege zijn lange lidmaatschap en vele verdiensten is de inwoner van Franeker benoemd tot erelid van Gemma Frisius. Ook heeft de K.N.V.W.S. in 1998 ter ere van Nieuwenhuis een planetoïde naar hem laten vernoemen: planetoïde nummer 7541 draagt nu de naam Nieuwenhuis.

Zo’n verdienste is bijvoorbeeld de naamgeving van de vereniging zelf. De vereniging werd in 2009 vernoemd naar Gemma Frisius, een beroemd astronoom uit Dokkum die leefde van 1508 tot 1555. ,,Alle afdelingen in Nederland hadden al de naam van een beroemd astronoom. Dat moesten wij ook kunnen, dacht ik.”

Een van de spectaculairste dingen die hij bij Gemma Frisius heeft meegemaakt, was in 1994. ,,Toen sloegen er stukken van een komeet in op Jupiter. Dat was uniek. Bijna elke amateur heeft wel gekeken. Het was zo heavy. Werkelijk iets heel indrukwekkends.’’

Meteoriet op de camping

Een ander hoogtepunt van zijn amateur-sterrenkundige carrière, was de ontdekking van de Diepenveen-meteoriet in 2012. Nieuwenhuis was toen bij een bijeenkomst op een camping van allerlei hobby’s. ,,Ik ging bij een mevrouw kijken met een stenenverzameling. Daar vielen mijn ogen bijna uit mijn kassen: in een kistje lag een meteoriet! Die mevrouw wist niet wat ze had’’, vertelt hij. Hij kreeg de steen in bruikleen, waarna de meteorieten-werkgroep het onderzoek startte. ,,Het is zeer bijzonder. Het is de vijfde meteoriet die ooit in Nederland gevonden is’’, glundert Nieuwenhuis. ,,En dan ook nog een hele bijzondere koolstofmeteoriet, bleek uit langdurig onderzoek in laboratoria van over de hele wereld.’’

Nieuwenhuis is voorlopig niet van plan om te stoppen met de astronomie. In september mag hij weer beginnen met zijn lezingen bij de vereniging en ook heeft hij nog wat globes op het oog die hij wil namaken. ,,En ik zit nog iedere dag in de boeken.’’

Verenigingen zijn er in alle soorten en maten. Het Friesch Dagblad bezoekt er deze zomer een aantal in de provincie