Rechter kraakt snelvaarproef provincie

De provincie Fryslân is onzorgvuldig te werk gegaan bij het besluit om voor 2019 en 2020 toe te staan dat in de zomer sneller gevaren mag worden op delen van de Burgumer Mar. Dat oordeelt de rechtbank Noord-Nederland in een procedure die was aangespannen door Natuur- en Landschapsvereniging De Wâlden, de Marren.

Kort nadat de proef in 2019 op last van de rechter werd stilgelegd, haalde de provincie de speciale boeien uit het water.

Kort nadat de proef in 2019 op last van de rechter werd stilgelegd, haalde de provincie de speciale boeien uit het water. Foto: Marcel van Kammen

,,We hadden eerder al de schorsing gehad van de snelvaarproef tijdens het kort geding, maar deze uitspraak hadden we niet direct verwacht”, zegt voorzitter Mirjam Frieswijk van die vereniging. ,,We zijn blij dat we hierin gelijk hebben gekregen. Maar we houden nog een slag om de arm want de provincie kan nog naar de Raad van State stappen.”

Het is nog maar de vraag of dat laatste gaat gebeuren, zegt gedeputeerde Avine Fokkens (VVD). ,,Als je in beroep gaat moet je wel een juridisch belang hebben en dat hebben we in principe niet meer omdat de proef maar voor twee jaar was. Als we toch in beroep zouden gaan, dan is dat alleen maar om een betere juridische context te krijgen.”

Meer reuring

De proef kwam tot stand op verzoek van ondernemers. Sinds 2003 is het verboden om met snelle boten over de Burgumer Mar te varen. De ondernemers wilden zorgen voor meer reuring in het gebied. De provincie besloot toen een ontheffing te geven voor de proef, waarbij in 2019 van 15 juni tot en met 15 september sneller dan twintig kilometer per uur mocht worden gevaren in het zuidwestelijk deel van het meer. Hier kwam op 23 juli een einde aan, na de uitspraak in het kort geding die door de landschapsvereniging was aangespannen.

De provincie wilde met de proef uitzoeken wat voor effecten het snelvaren op de natuur heeft, maar de landschapsvereniging vreesde dat de proef sowieso nadelige gevolgen zou hebben voor het gebied. Er werd onder andere gewezen op de risico’s voor kwetsbare dieren als de roerdomp en de otter. De voorzieningenrechter oordeelde in 2019 dat de provincie de nadelige gevolgen voor de natuur onvoldoende in kaart had gebracht, waarna de proef voorlopig werd opgeschort.

Cameratoezicht

Aanvankelijk zou de proef dit jaar worden uitgevoerd in het zuidoostelijke deel van het meer, maar dat plan werd vorig jaar geschrapt. Eind vorig jaar kwam de provincie nog met het plan om deze zomer onder cameratoezicht een beperkt aantal snelvaaruren toe te staan op het zuidwestelijk deel. Afgelopen juni werd ook besloten om dit plan te schrappen, omdat de rechtszaak nog liep en nog veel onduidelijk was.

De rechter oordeelt nu dat de provincie de redenen voor een ontheffing onvoldoende heeft gemotiveerd. Fokkens: ,,We kunnen er nog voor kiezen om de kritiek die van de rechter komt te verwerken in een nieuw plan, maar het is aan de Staten om hier een besluit over te nemen.”

Nieuws

menu