Ringrijden in Fryslân: is er nog toekomst?

In Nieuwehorne werd afgelopen zaterdag de laatste Friese ringrijderij van dit jaar gehouden. Nog eenmaal kwamen koetsiers, paarden en ringsteeksters in actie. De laatste jaren klinken er sombere geluiden over de toekomst van het ringrijden. De belangstelling ervoor loopt terug, deels door vergrijzing onder de deelnemers. Maar er gloort hoop.

Ringrijden/ringsteken op het Flaeijelfeest. Km 70

Ringrijden/ringsteken op het Flaeijelfeest. Km 70 Foto: Jilmer Postma

Leen Villerius (69) was er uiteraard bij, vorig weekend in Nieuwehorne. De inwoner van Ravenswoud slaat geen ringrijderij in de provincie over. Hij is dan ook voorzitter van De Friese Aanspanning, een van de twee verenigingen die nauw betrokken zijn bij de ringrijderijen in Fryslân.

Villerius praat met passie over het ringrijden. Voor hem is het een behendigheidsspel met een rijk verleden. ,,Ik zie het als immaterieel erfgoed.” Dat het ringrijden wordt beschouwd als een vorm van paardensport komt door de fysieke inspanning die het paard levert, legt Villerius uit.

Naast De Friese Aanspanning houdt Het Friese Tuigpaard zich bezig met het ringrijden in Fryslân. Leden van Het Friese Tuigpaard doen uitsluitend mee aan traditionele ringsteekwedstrijden, met alleen originele krompanelen sjezen, Friese paarden en deelnemers in Fries kostuum. De Friese Aanspanning laat alle paardenrassen en wagentypes toe.

Flaeijelfeest

De ringrijderij in Nieuwehorne maakt onderdeel uit van het jaarlijkse Flaeijelfeest. De organisatoren nodigen de deelnemers zelf uit. Er wordt in Nieuwehorne gereden met authentiek gerij, dat wil zeggen met traditionele wagens zoals de sjees. Zo heeft elke wedstrijd zijn eigen regels en traditie.

Nieuwehorne markeert het einde van het ringsteekseizoen. Dat seizoen begint in het voorjaar en loopt de hele zomer door. De afgelopen jaren gebeurde het steeds vaker dat een wedstrijd niet kon doorgaan omdat het deelnemersveld te klein was. ,,Voor een leuke ringstekerij heb je minimaal tien deelnemers nodig. Zodra je daaronder komt, kan een wedstrijd eigenlijk niet doorgaan. Vijftien deelnemers is ideaal”, zegt Villerius.

De Stormruiter

Dit jaar werden vier wedstrijden van De Friese Aanspanning afgelast. Dat waren de ringrijderijen in Diever, Cornwerd, Nij Beets en Marsum. De reden was telkens hetzelfde: te weinig deelnemers. De wedstrijden in Hallum, Ferwoude, Langweer, Oldeberkoop, Appelscha, Nieuwehorne en Blokzijl gingen wel door.

Dat er af en toe te weinig deelnemers waren, had deels te maken met De Stormruiter, het theaterstuk dat de afgelopen weken in Leeuwarden was te zien. Aan De Stormruiter doen Friese paarden mee, die ook voor een rijtuig lopen bij ringrijderijen. ,,Dat beet elkaar een beetje.” Maar ook zonder De Stormruiter was het een lastig karwei geweest om alle wedstrijden doorgang te laten vinden, zegt Villerius.

Het paard, de koetsier en de ringsteekster moeten perfect op elkaar zijn ingespeeld. Als alles klopt geeft dat een kick

Een jaar of tien geleden was het nog ondenkbaar dat ringrijderijen moesten worden afgelast. ,,Toen was er altijd wel een mooi deelnemersveld. Maar dat is geleidelijk veranderd.”

Volgens Villerius heeft de tanende belangstelling te maken met het feit dat een fanatieke ringsteekgeneratie zo langzamerhand te oud is geworden voor het behendigheidsspel. ,,Dan praat ik over boeren die vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren. Die vonden het leuk om met paarden om te gaan. Die mensen heb je natuurlijk ook nu nog wel, maar bij die ouderen kwam er voor mijn gevoel iets bij. Ze beseften beter wat het paard voor onze landbouw en economie heeft betekend, ze maakten de tijd van de paardentractie nog mee. Nu die oudere boeren ermee stoppen, verdwijnt dit besef naar de achtergrond en wordt het lastig om opvolgers voor hen te vinden.”

Oubollig

Die zoektocht wordt ook bemoeilijkt door het wat oubollige imago van het ringsteken, vermoedt Villerius. ,,Jongeren hebben meer met de iPad dan met het antieke gerij en het Friese kostuum van het ringrijden. Er is een heel andere beleving.”

Of dat imago terecht is, is overigens de vraag. Voor Villerius is het ringsteken geen oubollig vermaak, maar een spel waarbij alles draait om het vinden van de juiste balans. ,,Je hebt drie factoren: het paard, de koetsier en de ringsteekster. Die moeten perfect op elkaar zijn ingespeeld. De menner moet het paard in het juiste tempo laten draven en de steekster moet een goede oog-hand-coördinatie hebben. Als alles klopt geeft dat een kick.”

De Friese Aanspanning zorgt niet alleen voor deelnemers aan de wedstrijden. De vereniging levert desgewenst ook een speaker, starters en juryleden. Die juryleden houden het wedstrijdverloop in de gaten en bepalen welke deelnemer naar huis gaat met de prijs voor het ‘schoonste geheel’, een competitie waarbij gelet wordt op de gaafheid van de wagen, de correcte aanspanning en passende kleding.

Touwen en dranghekken

Voor het leveren van juryleden, starters en een speaker vraagt De Friese Aanspanning een klein bedrag, variërend van 25 tot 35 euro.

Sinds twee jaar brengt de vereniging touw mee om de rijbaan mee af te zetten. De aanschaf van het touw was een tegemoetkoming aan de Veiligheidsregio. Die kwam in 2016 met verscherpte veiligheidsadviezen, naar aanleiding van een incident bij de Visserijdagen in Harlingen een jaar eerder. Een paard sloeg op hol bij de ringrijderij. Een bijrijder raakte bekneld onder een sjees en moest gewond naar het ziekenhuis worden gebracht.

De Veiligheidsregio adviseerde onder meer de afbakening van het parcours. Een wedstrijdbaan zou over de hele lengte aan weerszijden met een touw moeten worden afgezet, met daarachter een bufferzone van anderhalve meter en dan dranghekken, waarachter het publiek kan staan. Die richtlijnen bleken in de praktijk te strikt, zegt Villerius. ,,In de vaak smalle straten heb je geen ruimte voor touw, een bufferzone en hekken. Dat hebben we gelukkig ook de Veiligheidsregio aan het verstand kunnen brengen. We zetten de baan helemaal af met touw en plaatsen hekken bij de ringsteekpalen. Dat is voldoende en houdt de ringrijderijen betaalbaar.”

Friese Tuigpaard

De veiligheidsadviezen speelden uiteraard ook bij Het Friese Tuigpaard, de andere vereniging die aan ringrijderijen deelneemt. Ook bij Het Friese Tuigpaard wordt het wedstrijdveld afgezet met een touw of lint en met dranghekken bij de palen. Dat moet in dit geval wel geregeld worden door het plaatselijke, organiserende comité. Het Friese Tuigpaard zorgt er op haar beurt voor dat elke aanspanning een in het wit geklede hulpkracht heeft, die een oogje in het zeil houdt. ,,Dat is ús bijdrage”, zegt Janneke Hoekstra, bestuurslid van Het Friese Tuigpaard en verantwoordelijk voor het wedstrijdsecretariaat van het ringsteken.

Zelf zat Hoekstra (39) jarenlang als bijrijdster bij haar vader in de sjees. Ze vormden een goed duo op de baan. ,,Us heit wist precies hoe hy it hynder der sa by del stjoere moast.” Door afnemende gezondheid kan haar vader nu niet meer meedoen.

Wy moasten dit kear fanwege De Stormruiter wol in stik as seis reserves oanwize. Dat binne der tefolle.

De wedstrijdkalender van Het Friese Tuigpaard is wat kleiner dan die van De Friese Aanspanning. Er zijn vijf of zes wedstrijden per jaar, waaronder de ringrijderijen op de Jouster Boerenbruiloft en het Heamielfeest in Bolsward. Dit jaar verliep wat moeizaam, maar dat had alles te maken met De Stormruiter, vertelt Hoekstra. Zo kon de wedstrijd in Harlingen niet doorgaan vanwege het theaterstuk in Leeuwarden. De speeldata van De Stormruiter overlapten bovendien met het Fries kampioenschap ringrijden, dat dit jaar in Dokkum had moeten plaatsvinden.

Aan dat Fries kampioenschap doen elk jaar de zeven beste koetsiers van Het Friese Tuigpaard en De Friese Aanspanning mee. Dat zijn de rijders die bij de eigen wedstrijden de hoogste scores hebben behaald. Als een van hen niet kan deelnemen aan het Fries kampioenschap wordt een reserve ingeschreven. ,,As it dan om ien of twa giet, is dat net slim. Mar wy moasten dit kear fanwege De Stormruiter wol in stik as seis reserves oanwize. Dat binne der tefolle. Dêrom koe it kampioenskip dit jier net trochgean”, zegt Hoekstra.

Over volgend jaar maakt de wedstrijdsecretaris zich geen zorgen. Het Friese Tuigpaard zit in de lift. Daar leek het een jaar of vijf geleden niet op. Het aantal leden daalde destijds en het enthousiasme voor het ringrijden met de Friese sjees nam af. ,,Wy sieten yn in dipje. Mar no giet it wer in stik better.”

Drie nieuwe leden

Dit jaar heeft de vereniging er drie nieuwe koetsiers bijgekregen, vertelt Hoekstra. Daar zit ook een man bij die tijdens de ringrijderij in Heerenveen op haar afstapte en vroeg wat er voor nodig was om mee te kunnen doen. ,,Doe hat er in sjees kocht en klean. Mar hy hie gjin ringstekster. Dy ha wy foar him fûn.”

Het Friese Tuigpaard heeft door de nieuwe aanwas zo’n vijftien aanspanningen die aan wedstrijden kunnen meedoen. De gemiddelde leeftijd van de koetsiers varieert van in de dertig tot boven de zeventig. Ongeveer de helft van de menners is boer.

Dat aantal van vijftien biedt perspectief, zegt Hoekstra. Ze is het met Villerius eens dat een wedstrijd minimaal tien deelnemers moet hebben. ,,Acht kin miskien noch krekt. Mar minder seker net. It doarp of de stêd betellet net foar in lege baan.”

Hoekstra ziet de toekomst van het ringrijden hoopvol tegemoet. ,,Wy ha no in moaie entûsjaste groep leden. Ast dat entûsjasme oerbringst op oaren komt it wol goed.”

Ondanks het aantal afgelaste wedstrijden van de laatste jaren ziet ook Villerius het ringrijden niet snel uit Fryslân verdwijnen. ,,Of het ringrijden er over tien jaar nog is? Natuurlijk. Het Fries kampioenschap blijft sowieso wel bestaan.”

Boeren die net na de oorlog zijn geboren beseffen nog wat het paard heeft betekend voor onze landbouw, ze maakten de tijd van de paardentractie nog mee

Lees ook: Altijd iets nieuws op de Harlinger Visserijdagen

Nieuws

menu