Ruim 16 procent meer wo-studenten uit de regio Súdwest-Fryslân ging in 2020 op kamers, in andere delen van de provincie is juist een daling te zien

Het aantal studenten dat voor een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs vanuit de regio Súdwest-Fryslân naar een universiteitsstad verhuisde, is in 2020 met 16,3 procent toegenomen. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In het noorden (-6,5 procent) en zuidoosten (-4,3) van de provincie werd de groep uitwonenden juist kleiner.

Een student aan het werk in de dependance van de universiteit van Leiden.

Een student aan het werk in de dependance van de universiteit van Leiden. Foto: ANP

Die provinciale tegenstelling valt op basis van de huidige gegevens niet te verklaren, zegt Tanja Traag, hoofdsocioloog bij het CBS. ,,Wel weten we dat er vorig jaar gewoon meer jongeren hun vwo-diploma hebben gehaald.” Daardoor is de studentenpopulatie gegroeid. ,,En de potentiële groep uitwonenden dus ook.”

In totaal gingen er in 2020 25.900 studenten in een universiteitsstad op zichzelf wonen. De voorgaande drie jaar schommelde dat aantal nog rond de 22.000. Opvallend is vooral de sterke aantrekkingskracht van grote steden als Amsterdam en Utrecht, waar in vergelijking met 2019 respectievelijk 38 en 31 procent meer studenten woonruimte vonden. Enschede was de enige stad die minder studenten een thuis bood dan het jaar ervoor, in Groningen bleef de studentenbevolking nagenoeg gelijk.

Eerste stijging sinds 2016

Het is voor het eerst sinds 2016 dat het percentage uit het ouderlijk huis verhuizende wo-studenten (18,6 procent) landelijk stijgt. Een opvallende constatering, vindt Traag. ,,Want het typische studentenleven is er door de digitale lessen en het tekort aan feestjes tijdens de coronacrisis niet mooier op geworden. Aan de andere kant vinden jongeren het misschien ook wel heel onaantrekkelijk om hun eerste stap in de grotemensenwereld vanuit hun jongens- of meisjeskamer in het ouderlijk huis te zetten. Waarschijnlijk is beide waar.”

Een mogelijke verklaring voor de relatieve stijging van het aantal uitwonende studenten ligt volgens Traag verscholen in het feit dat er vooral in Amsterdam en Utrecht meer kamerruimte beschikbaar kwam die eerder voor buitenlandse studenten en kennismigranten was bestemd. Zij bleven vanwege de coronacrisis massaal weg, met leegstand tot gevolg.

Nu het aantal buitenlanders dat met een studentenvisum naar Nederland komt langzaam maar zeker weer stijgt, wordt het spannend wat er met de extra aanwas van binnenlandse studenten gebeurt, weet Traag. ,,Je hebt best kans dat de stijging van vorig jaar daardoor dit jaar weer afvlakt. Als dat gebeurt, zal er een nieuw tekort aan woonruimte ontstaan.”

Het CBS verwacht eind dit jaar in kaart te hebben of de huidige trend zich doorzet.