Dit artikel is vandaag gratis

De gemeente Súdwest-Fryslân moet concreter aan de slag met sociale woningbouw

Het Bestjoershûs van de gemeente Súdwest-Fryslân in Sneek. Foto: gemeente Súdwest-Fryslân

De gemeente Súdwest-Fryslân moet duidelijker de leiding pakken om voldoende woningen beschikbaar te houden in de sociale huursector en voor mensen die op thuiszorg zijn aangewezen. Woningcorporaties en huurdersorganisaties missen nu die regierol.

Die aanbeveling staat in een rapport over het woonbeleid van de gemeente in de sectoren sociale huur en woon&zorg, dat de gemeentelijke rekenkamer woensdagavond openbaar maakte.

De rekenkamer bestudeerde onder meer acht beleidsdocumenten op het gebied van wonen en woningbouw, onder meer de Woonstrategie 2020-2030 , die het college vorige week naar de gemeenteraad stuurde, en de Woonvisie 2017-2022 .

Tekort in grote kernen

De gemeente heeft goed voor ogen waar de behoefte aan nieuwe woningen in deze sectoren is, constateert de rekenkamer. Met name in de grote kernen is er een tekort, in de kleinere dorpen speelt dat minder. Maar dat er een goed beeld is van de opgaven die er liggen, is niet voldoende. De rekenkamer mist de vertaalslag naar concrete doelstellingen, zowel voor wat betreft het beschikbaar houden of maken van voldoende sociale huurwoningen, als voor woningen voor mensen met een zorgvraag.

Het college van burgemeester en wethouders herkent zich niet in deze conclusie. ‘Wij missen een onderbouwing hiervan’, schrijft het college in zijn reactie. ‘Er zijn naar onze mening al veel concrete doelstellingen in onze beleidsdocumenten terug te vinden.’

Geen duidelijke visie

Een van de aanbevelingen van de rekenkamer is dat het college bij de doelen van het woonbeleid expliciet vermeldt wanneer ze gerealiseerd moeten zijn, wat de beoogde effecten zijn, en welke instantie wat doet en betaalt. Met name op het gebied van wonen&zorg heeft de gemeente nog geen duidelijke visie, concludeert de rekenkamer.

Ook moet het college duidelijker de leiding nemen in de samenwerking met woningcorporaties, huurdersorganisaties, zorgaanbieders, het zorgkantoor en andere betrokken instanties. Die weten niet goed wat de gemeente van hen en van zichzelf verwacht. ‘De verwachtingen die de samenwerkingspartners van de gemeente hebben blijken niet geheel overeen te komen met het beeld dat er binnen de gemeente bestaat van de rollen, taken en verantwoordelijkheden die zij heeft in het kader van (de uitvoering van) het woonbeleid.’

Ook de conclusie dat die duidelijke regierol ontbreekt vindt het college te kort door de bocht. Het stelt dat de rekenkamer ‘een nadere theoretische verdieping’ had moeten geven over de rol van de gemeente in relatie tot de betrokken partijen. ‘Wij zijn en blijven in gesprek met onze samenwerkingspartners en proberen verwachtingen op elkaar af te stemmen.’

De gemeenteraad debatteert dinsdag over het rekenkamerrapport.

Nieuws

menu