Schapenhouders zullen zich moeten wapenen tegen de wolf

Fryslân moet snel een wolvencommissie instellen, die nadenkt over de wijze waarop wordt ingespeeld op de komst van de wolf. Die oproep deed de Drentse schapenhouder Gijsbert Six gistermiddag bij een werkbezoek van FNP-Statenleden.

Schapenhouder Gerrie Jobing uit Ekehaar (midden, blauwe jas) toont de FNP-politici het nachtvak, met een afrastering van 1,20 meter hoog met (in zijn geval) zes stroomdraden. Rechts Gijsbert Six.

Schapenhouder Gerrie Jobing uit Ekehaar (midden, blauwe jas) toont de FNP-politici het nachtvak, met een afrastering van 1,20 meter hoog met (in zijn geval) zes stroomdraden. Rechts Gijsbert Six. Foto: Jaspar Moulijn

Het wordt moeilijk voor grote schapenhouders om zich te wapenen tegen de wolf. De enige haalbare mogelijkheid om kuddes te beschermen – het afrasteren van stukken land – is dermate arbeidsintensief dat het eigenlijk alleen reëel is voor kleinere boeren. Zo heeft schapenhouder Jehan Bouma uit Aldeboarn om die reden inmiddels besloten zijn veestapel drastisch in te krimpen.

Het afgelopen jaar is in Fryslân meerdere keren een wolf gesignaleerd. In onder meer Appelscha en Donkerbroek had een wolf schapen doodgebeten. Een meerderheid in Provinciale Staten bepaalde in juni dat Fryslân zijn best moet doen om wolven uit de provincie te weren.

Afrasteren van land

Maar dat laatste gaat lastig worden: het dier is wettelijk streng beschermd en bijvoorbeeld afschieten is niet mogelijk. De FNP – die tegen de motie van CDA, VVD, FvD en PVV was – liet zich daarom gisteren in Drenthe informeren over mogelijkheden die er wél zijn om in te spelen op de komst van de wolf.

Voor kleinere schapenhouders lijkt het nog mogelijk om hun kudde te beschermen, al kan dat wel arbeidsintensief zijn. Verreweg de beste manier, zei hobbymatig schapenhouder Gijsbert Six uit Benneveld, is het afrasteren van land met vijf stroomdraden tot een hoogte van 1,20 meter. Het heeft wat werk en geld gekost, maar zijn kudde van 24 Drentse heideschapen is hiermee goed beschermd op zijn stuk land.

Nachtvak

Grotere boeren weiden hun schapen steeds weer ergens anders. Volgens Six, die lid is van provinciale wolvencommissies in Drenthe en Gelderland, is voor hen de beste mogelijkheid het creëren van een ‘nachtvak’ met de genoemde afrastering. De schapen kunnen daar dan ’s nachts goed beschermd worden gehouden, waarna ze ’s ochtends weer naar de rest van het land zouden kunnen.

Gerrie Jobing uit Ekehaar heeft dit jaar zo’n nachtvak gecreëerd op één van de vijftien hectare waar hij momenteel 120 schapen weidt. Dat is arbeidsintensief: hij moet dagelijks ’s avonds de schapen in het nachtvak krijgen, en ’s ochtends weer terugkomen om ze los te laten.

Met hulp van zijn schoonvader en andere familie kan dat wel, zegt Jobing. Maar het kost al met al zeker een uur per dag. Voor hem kan het nog uit – hij heeft er nog een baan bij en de schapen weiden op één groot stuk land – maar voor grotere boeren die schapen op allerlei plekken hebben, zou dat vele uren extra werk per dag betekenen. ,,Dat is niet te doen.”

Het alternatief is dat de boer personeel inhuurt. Volgens Six is in Duitsland berekend dat het beschermen van schapen 20 tot 30 procent extra kost. ,,Dat zul je moeten doorberekenen in de verkoopprijs, maar dat zal op de wereldmarkt niet lukken.” Hij denkt dat de meeste Friese boeren zich niet te veel zorgen hoeven maken: een groot deel van Fryslân is volgens hem niet geschikt als leefgebied voor de wolf.

Schapenhouder Bouma uit Aldeboarn is daar niet gerust op. Hij heeft zijn kudde inmiddels teruggebracht van 1000 naar 350 fokschapen, en krimpt volgend jaar tot honderd. Als er geen dreiging was geweest van een wolf, zou hij dit niet hebben besloten. ,,Ik tink dat der oer in pear jier 50 oant 150 wolven yn Nederlân binne. Dat sil dan wol de ein fan de skieppehâlderij betsjutte.”

Oplopende emoties

,,Ik stop ermee”, zei de buurman van Gijsbert Six twee jaar geleden. Zes van zijn schapen waren net doodgebeten door een wolf, en de hobbymatig schapenhouder wilde dat niet nog eens meemaken.

Six vertelde gisteren op zijn land in het Drentse dorp Benneveld dat hij de emotie goed begreep. Want dat je schapen worden doodgebeten door een wolf, is natuurlijk wel het laatste waar je als schapenhouder op zit te wachten.

Gelukkig bleek er een oplossing te zijn. Six toont in zijn eigen land wat ook zijn buurman heeft gedaan: rondom zijn land van twee hectare heeft hij palen in de grond geslagen met vijf stroomdraden, tot een hoogte van 1,20 meter. ,,Hier kan de wolf niet onderdoor. Eroverheen springen doet hij alleen als hij het geleerd heeft, bijvoorbeeld als er te lage stroomdraden zijn aangelegd.” Het beviel de buurman, die inmiddels is overleden, prima, vertelt Six.

Six is dossierhouder wolven bij het Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders. Vanuit die functie is hij actief in provinciale commissies in Gelderland en Drenthe, die de politiek adviseren over hoe ze kunnen inspelen op de komst van het dier – dat in 2015 voor het eerst in Nederland is gesignaleerd.

Probleemwolf

Op zijn eigen land heeft hij het advies al in de praktijk gebracht dat hij met de Gelderse commissie in april ook gaf: schapenhouders zouden hun schapen moeten beschermen met dergelijke hekken, waarvoor de provincie dan subsidie zou moeten geven. Mocht het eens gebeuren dat een wolf er wél overheen springt, dan is er waarschijnlijk meer mogelijk om het dier te bestrijden: het dier zou dan kunnen worden aangemerkt als ‘probleemwolf’. De beschermde wolf mag normaliter niet worden bejaagd.

Het plaatsen van hekken is eigenlijk ook de enige reële mogelijkheid om schapen te beschermen. Waakhonden bij kuddes plaatsen zou in theorie kunnen, maar is in de Nederlandse praktijk te gevaarlijk. Six noemt een proef in het Wierdense Veld in Overijssel. ,,De beesten zijn afgericht om schapen te beschermen. Ze zijn agressief naar indringers. Er kwamen toeristen langs, die hun kind even op het hek zetten omdat het zo’n lieve hond leek. Het is maar net goed gegaan.”

Met zijn 24 Drentse heideschapen kan Six zich goed redden op zijn eigen land, en hij denkt dat het voor de meeste hobbymatige schapenhouders ook het geval is.

Voor grotere schapenhouders, die dieren vaak op wisselende stukken land houden die bovendien niet zomaar af te rasteren zijn, noemt hij als beste mogelijkheid het creëren van beschermde ‘nachtvakken’. De dieren kunnen daar ’s avonds naartoe worden gedreven, zodat ze in het donker beschermd zijn, en ’s ochtends weer worden losgelaten.

In praktijk

Later op de middag gaat het gezelschap naar schapenhouder Gerrie Jobing in Ekehaar. Nadat in 2018 twee van zijn schapen door een wolf waren doodgebeten, besloot hij dit jaar het recente advies van afrastering in de praktijk te brengen.

En dat werkt op zich goed: sinds april gaat Jobing of zijn schoonvader iedere avond naar de 120 schapen om ze binnen de afrastering te krijgen. Hij schat dat hij er dagelijks een uur aan kwijt is, vaak ook geholpen door zijn kinderen. ,,Soms fluit je en zijn ze er meteen, maar het gebeurt ook wel dat het langer duurt.” Het kan wel op deze manier, zegt hij, maar niet zonder hulp.

Eigenlijk vindt Jobing dat de wolf wel zou moeten mogen worden afgeschoten. ,,Hij hoort hier toch niet?” Maar hij weet ook dat dat er niet inzit. En dus besloot hij het nachtvak te maken, al is het in zijn situatie ook nog redelijk te doen: de schapen weiden lange tijd op hetzelfde grote stuk grond, en zijn resterende 140 schapen heeft hij nog op stal. Het aanleggen van het nachtvak kostte hem duizend euro, geheel betaald uit eigen zak.

Over enkele weken gaan waarschijnlijk nog meer van zijn schapen het land in, op twee andere plekken. Voor de fok-ooien denkt hij ook een nachtvak te creëren, maar voor de ooilammeren eerst niet. Dat is niet te doen, iedere ochtend en avond naar al die verschillende plekken om de dieren binnen te halen en los te laten.

Soms fluit je en zijn ze er meteen, maar het gebeurt ook wel dat het langer duurt

Inderdaad, zegt Six, het is allemaal arbeidsintensief en ook zeker kostprijsverhogend. Voor boeren met duizenden schapen is het eigenlijk ook geen reële mogelijkheid, als tegenover de extra kosten geen hogere opbrengsten staan. ,,Al zou dat misschien wel kunnen als het gaat om begrazing bij organisaties als Natuurmonumenten, als deze organisaties er bewust een hogere bijdrage voor geven.”

Six voegt toe dat zo’n 90 procent van de schapenhouders in Nederland dit toch al hobbymatig doet: zoveel geld is er niet mee te verdienen. Ook Jobing heeft er een baan bij: hij wordt als medewerker van AB Vakwerk ingehuurd door boeren die extra hulp kunnen gebruiken.

Niet dat er te veel angst zou moeten zijn voor de wolf bij Friese boeren, vindt Six. Een groot deel van de provincie is volgens hem ongeschikt als leefgebied. Op het veen- en kleigebied met zijn grote vlakten zal zich geen wolf vestigen, weet hij eigenlijk wel zeker. ,,Qua natuur, voedselaanbod en beschutting is dat ongeschikt.”

Te klein schaderisico

Wel kan daar eens een zwervende wolf voorkomen, zegt hij, die ook wel eens een schaap kan doodbijten. Maar het heeft volgens hem geen zin voor boeren om in die gebieden uitgebreide afrasteringen te plaatsen. Daarvoor is het schaderisico te klein. En de schade van doodgebeten schapen wordt toch al vergoed.

Het opstellen van een draaiboek voor die gebieden, waarin staat wat te doen als er toch een wolf op dezelfde plek blijft rondhangen, is volgens Six verstandiger. ,,Als een wolf zou doorlopen tot Harlingen en hij blijft daar hangen, zou je een lokaal soort crisissituatie moeten kunnen uitroepen. Bescherm dán de schapen in het gebied met nachtvakken, en de wolf zal bij gebrek aan voedsel binnen twee weken weer vertrekken.” Verder zou er dan wat druk op de wolf kunnen worden uitgevoerd, zegt hij, bijvoorbeeld door met lawaaiige drones in het gebied rond te gaan vliegen.

Zo’n opzet geeft wel een hoop gedoe. ,,Maar je weet dat het tijdelijk is.” In Brabant was een keer zo’n geval, vertelt hij, en toen was het gebied waar de wolf rondhing nog redelijk overzichtelijk in omvang: zo’n vijf bij vijf kilometer.

Subsidies

Het is dan wel zaak dat de provincie actief bezig gaat met wolvenbeleid. Subsidieregelingen zouden een mogelijkheid zijn – in Gelderland kunnen boeren drie euro per strekkende meter afrastering of dertig euro per schaap krijgen, plus grotere boeren vierduizend euro voor een op- en afrolsysteem voor de afrastering. ,,Het zou helpen voor schapenhouders als de overheid daar een rol in neemt. Niet alleen financieel, maar ook psychologisch. Het scheelt vaak al veel als boeren zich gesteund voelen.”

Niet dat de boeren in het Drents-Friese Wold nu wél meteen massaal zouden moeten afrasteren, zegt Six: het valt nu nog redelijk mee met alle schade. ,,Maar als ik daar schapenhouder zou zijn en ik zou mijn afrastering toch vervangen, dan zou ik het nu wel meteen goed doen.”

Weggetrokken

Van de wolf GW1261M, die in het Noorden de meeste schapen doodde, is sinds juli overigens niets meer gehoord. Six denkt dat die inmiddels is weggetrokken. ,,Maar als deze weg is, komt er wel weer een andere.”

En dat is ook het bijzondere, zegt Six: eigenlijk weet niemand hoe het in de toekomst gaat lopen. ,,Dat is het fascinerende, dat de wolf zich in zijn gedrag niet helemaal laat voorspellen. Wij mensen willen alles maar beheersen en voorspellen. Maar dat wil er bij de wolf niet in.”

Nieuws

menu