Snelvaren: het wordt toch echt de Burgumer Mar

De provincie wil definitief instemmen met de proef voor snelvaren op de Burgumer Mar. Uit drie gelijktijdige onderzoeken blijkt dat er geen geschikte alternatieve locaties zijn, en dat bovendien de gevolgen voor de omgeving minimaal zijn.

De Burgumer Mar bij avondlicht. Foto: Marcel van Kammen

De Burgumer Mar bij avondlicht. Foto: Marcel van Kammen

Snelvaren is een omstreden onderwerp in de regio rond de Burgumer Mar. Ondernemers willen met het initiatief - waarmee bijvoorbeeld wakeboarden, waterskiën en een tochtje met een bananenboot mogelijk worden - weer wat leven krijgen op het rustige meer. Omwonenden vrezen gevaarlijke situaties en aantasting van de natuur.

Te weinig ruimte

Met het oog op die verdeeldheid besloten Provinciale Staten in april nog eens te kijken naar alternatieve locaties in de regio. Dat onderzoek presenteerde de provincie gisteren. De uitkomst: alle drie onderzochte alternatieven (het Lange Mear bij Suwâld, de Wide Ie bij Burgum en de zandwinplas bij Skûlenboarch) zijn ongeschikt. Op alle drie wateren is te weinig ruimte beschikbaar, concludeert Bureau Ruimtewerk uit Zwolle. Ook andere nadelen, zoals in het geval van Skûlenboarch dat er geen vaarverbinding naartoe is, maken de drie alternatieven volgens Ruimtewerk ongeschikt.

Enige locatie

De Alde Feanen (vanwege de natuur) en De Leien (te ondiep) vielen sowieso al af, en daarmee blijft de Burgumer Mar volgens de provincie toch echt als enige locatie over voor snelvaren. Zowel het zuidoostelijke als het zuidwestelijke deel van het meer zijn op zich geschikt, al is het zuidoostelijke deel rustiger en lijkt dat dus een veiliger alternatief.

De kans op hinder of verstoring door geluid is ‘nagenoeg nul’

De provincie liet daarop nog een natuur- en een geluidsonderzoek uitvoeren. Bureau Altenburg en Wymenga uit Feanwâlden concludeert daarin dat het snelvaren bij beide alternatieven op ecologisch gebied mogelijk is. Eerder werd nog uitgegaan van een minimale afstand van 275 meter tot de oevers. Die afstand kan in de zuidwestelijke variant wel worden teruggebracht tot honderd meter, concludeert Altenburg en Wymenga, omdat daar minder riet blijkt te staan dan verwacht. Aan de zuidoostkant is een afstand van 250 meter tot de oever genoeg.

In een gelijktijdig onderzoek concludeert Het Geluidburo uit Haarlem dat het snelvaren relatief weinig extra geluid zal veroorzaken. Dat geldt voor omliggende woningen en de dorpskern van Eastermar, en eveneens voor dieren die zich ophouden in de rietkragen aan de oever. De kans op hinder of verstoring door geluid is ‘nagenoeg nul’, aldus het bureau.

Twee jaar

Op basis van deze drie rapporten wil de provincie nu bij wijze van proef snelvaren toestaan in 2019 en 2020, beide keren van 15 juni tot en met 15 september. Dat is geheel conform het laatste verzoek van de ondernemers die het initiatief namen. Ook andere onderdelen van hun aanvraag worden integraal ingewilligd: het snelvaren mag dagelijks tussen 10.00 en 18.00 uur en jetski’s en waterscooters worden niet toegestaan.

Nog geen besluit

Gedeputeerde Klaas Kielstra (VVD) zaaide gisteren verwarring over de locatie van de proef. Tijdens de persconferentie zei hij dat deze wordt toegestaan in het zuidoostelijke gedeelte van het meer. Na afloop kwam hij daarop terug, met de mededeling dat het toch om het zuidwestelijke deel zou gaan. Later op de middag bleken beide mededelingen onjuist. Navraag bij zijn woordvoerder Marco Kok leerde namelijk dat nog geen besluit is genomen over de locatie. Dat volgt pas nadat Provinciale Staten hebben ingestemd. Het kan ook goed zijn, aldus de woordvoerder, dat beide delen van het meer voor één jaar worden uitgeprobeerd.

Het is de bedoeling dat tijdens de proefperiodes intensief toezicht wordt gehouden. De provincie trekt daarvoor zeventigduizend euro uit, de gemeente Tytsjerksteradiel legt daar nog eens twintigduizend euro bij. Met dat geld wordt een van de twee provinciale speedboten volledig ingezet op de Burgumer Mar.

Toezicht

Uit een notitie blijkt dat het provinciale toezicht elders op de Friese wateren hiermee wel sterk wordt teruggeschroefd. Tijdens de proefperiode zullen waarschijnlijk tijdelijk geen vaarweginspecties plaatsvinden op wateren met de klassen DM, E en F. Ook is er minder ruimte voor de begeleiding van bijzondere transporten en werkzaamheden op het water, en zal ook het toezicht op snelvaren, rubberboten en zwemmers niet of slechts beperkt plaatsvinden.

Provinciale Staten spreken naar verwachting op 19 december over de proef. Als zij instemmen, nemen Gedeputeerde Staten in maart een definitief besluit. Dan kunnen ook aanvullende voorwaarden worden gesteld om de veiligheid te garanderen, zoals het stellen van een maximum aantal gebruikers. Tevens kunnen dan voorwaarden worden gesteld voor bijvoorbeeld de afstand tot de oevers.

In de provincie zijn momenteel zes andere snelvaargebieden. Die liggen in de Snitser Mar, de Sleattemer Mar, De Fluezen, de Hegemer Mar en de Tsjûkemar (2).

Nieuws

menu