Sobere Indië-herdenking in Leeuwarden vraagt aandacht voor littekens

In het Leeuwarder Rengerspark werden de Friezen herdacht die in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea zijn omgekomen. Dat gebeurde vanwege de coronacrisis in kleine kring.

Jakob Hoogsteen voert het woord tijdens de Indië-herdenking in het Rengerspark.

Jakob Hoogsteen voert het woord tijdens de Indië-herdenking in het Rengerspark. Foto: HogeNoorden / Jacob van Essen

Honderd mensen hadden er aanwezig mogen zijn bij de provinciale Indië-herdenking in het Rengerspark. Maar dat vond de Stichting Indië-Monument Friesland geen optie, zegt secretaris Jakob Hoogsteen voorafgaand aan de plechtigheid. ,,Er komen jaarlijks ongeveer vierhonderd belangstellenden naar deze herdenking. Wie hou je dan tegen bij het hek? Dat gaat niet.”

Handjevol

De stichting besloot het anders te doen. Wel een herdenking, maar slechts met een handjevol genodigden. Naast het bestuur van de stichting is burgemeester Sybrand Buma van Leeuwarden aanwezig, plus een trompettist voor het blazen van de taptoe. Ze kunnen plaatsnemen op een van de vijftien stoeltjes die keurig op anderhalve meter van elkaar zijn neergezet. Ook het tijdstip is aangepast. Waar de herdenking normaal in de avonduren plaatsvindt, is nu gekozen voor de ochtend.

Hoogsteen heet de aanwezigen zelf welkom. ,,Het is een bijzondere dag. We zitten hier met zo weinig mensen. Toch ben ik blij dat we hier mogen zijn. We moeten blijven herdenken.”

Toch ben ik blij dat we hier mogen zijn. We moeten blijven herdenken

De herdenking vindt zoals elk jaar plaats bij het Indiëmonument met de namen van de omgekomen militairen uit Fryslân. Het zijn er 168, van Otto de Vries tot Daniël van Nieuwenhuizen. Ze kwamen om het leven tussen 1945 en 1962.

Een beetje alleen

De herdenking wordt voor de 28e keer gehouden. ,,Het is heel anders dan we gewend zijn”, zegt ook Roel Sluiter, de voorzitter van de stichting. ,,We zijn een beetje alleen vandaag, en met weinig.”

Onrust en geweld

Sluiter refereert in zijn toespraak aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, nu 75 jaar geleden. In het Verre Oosten luidde het einde van de oorlog een nieuwe periode van onrust en geweld in. ,,Hier vloeide de inzet van de Friese militairen uit voort”, aldus de voorzitter van de stichting.

Ook burgemeester Buma verwijst naar de bevrijding van Europa en de overgave van Japan in Azië. ,,Voor veel jonge landgenoten betekende dit niet het einde van de oorlog. Ze vertrokken als dienstplichtige of vrijwilliger naar Nederlands-Indië, duizenden kilometers van huis. Doel was het brengen van stabiliteit in dit gebied. Later waren ze betrokken in de strijd tegen inlijving van Nieuw-Guinea door Indonesië.”

Velen gaven hun leven of liepen littekens op, zowel lichamelijk als geestelijk. Het is belangrijk om daar bij stil te staan

Die strijd was hard. Buma refereert aan de angst en het geweld, ,,van beide kanten”. ,,Velen gaven hun leven of liepen littekens op, zowel lichamelijk als geestelijk. Het is belangrijk om daar bij stil te staan.”

De tijden waren trouwens veranderd na 1945, signaleert de burgemeester. Het bezitten van koloniën was niet meer vanzelfsprekend. ,,Ons Indië was een begrip uit het verleden.”

Ons Indië was een begrip uit het verleden

De Friezen die naar Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea vertrokken kun je niets kwalijk nemen, stelt Buma. ,,De beslissing om daarheen te gaan lag niet bij de militairen.”

Na de toespraken werden er meerdere kransen gelegd, namens de Stichting Indië-Monument Friesland, de Vereniging van Friese Gemeenten en namens alle Indiëbataljons. Er was ook een minuut stilte.

Nieuws

menu