Staten en Stinzen: De vele bijzondere verhalen van het Eysingahuis in Leeuwarden

In samenwerking met de stichting Staten en Stinzen gaat Wykein dit jaar op bezoek bij de eigenaren, bewoners en beheerders van deze historische woonhuizen en buitenplaatsen. Vandaag de tiende en laatste aflevering over het Eysingahuis in Leeuwarden met museumcoördinator Femke Feddema en vrijwilligster Jessica Drost.

Een zachtblauwe lucht met wolken, ranke bomen langs de waterkant en schepen die kalmpjes meebewegen op de stroming van de rivier. Dat fraaie landschap valt zomaar te bewonderen midden in het centrum van Leeuwarden. Het is geen fata morgana, maar wel fraai beschilderd linnen, dat twee eeuwen geleden al de ene na de andere verlangende blik naar zich toe wist te trekken. Vroeger konden de leden van de familie Van Eysinga erbij wegdromen tijdens het diner, maar tegenwoordig zijn dat de nieuwsgierige bezoekers van het Eysingahuis.

Zij die door de zware houten deur naar binnen komen en linksaf slaan om de voormalige eetkamer te betreden, worden direct aangekeken door de vroegere bewoners van het huis. In diezelfde kamer is in 1787 Frans Julius Johan van Eysinga met zijn familie geportretteerd. Hun kleding, het decor en de serieuze blik: uit alles valt op te maken dat de Van Eysinga’s tot de elite van Fryslân behoorden. Dankzij hun rijkdom staat op de hoek van de Koningsstraat en Tweebaksmarkt in Leeuwarden een huis dat aan alle kanten grandeur uitstraalt.

Grandeur

Die grandeur moeten bezoekers niet alleen bekijken, maar vooral ook beleven. Daarom is het Eysingahuis tegenwoordig geopend als museumhuis. ,,Het is wel meer huis dan museum”, benadrukt Femke Feddema, de museumcoördinator van het Eysingahuis. ,,Je ziet hier binnen geen lintjes en mag ook bijna overal aankomen. Mensen die langskomen mogen laatjes opentrekken en op antieke stoelen gaan zitten. Als ze door de voordeur zijn, moeten ze het gevoel hebben terug te zijn gekeerd naar het einde van de achttiende eeuw.”

Het openen van museumhuizen is een initiatief van Vereniging Hendrick de Keyser, die in 2014 eigenaar werd van het Eysingahuis. De vereniging heeft verspreid over Nederland zo’n vierhonderd bijzondere historische gebouwen in bezit. Dit met het doel om bijzondere architectuur vanaf de middeleeuwen tot nu te behouden. ,,Maar het jammere was dat het grote publiek die mooie panden niet te zien kreeg. Voor het honderdjarig bestaan van de vereniging in 2018 is ervoor gekozen om museumhuizen te gaan openen”, legt Feddema uit.

Je ziet hier binnen geen lintjes en mag ook bijna overal aankomen. Mensen die langskomen mogen laatjes opentrekken en op antieke stoelen gaan zitten

Ieder museumhuis moet iets vertellen over de manier van wonen en leven in de tijd dat het gebouwd is. Zo staat in Steenwijk de in jugendstil opgetrokken villa Rams Woerthe uit 1899, is in Hoorn koopmanshuis Bonck uit 1624 te bezoeken en is in Nagele een arbeiderswoning uit 1956 opengesteld voor publiek. Feddema: ,,Het Eysingahuis komt uit 1781 en is in de neoclassicistische stijl van de Franse koning Lodewijk XVI gebouwd. Van buiten is de stijl strak en symmetrisch, maar binnen zijn de kamers rijk versierd en vol met mooie details.”

Zoals de met ornamenten versierde plafonds, met landschappen beschilderd behang en een imposante trap met fraai versierd houtsnijwerk. Bijzonder zijn ook de verborgen deuren en ruimtes, waardoor het personeel van de familie Van Eysinga snel en discreet kon verschijnen om hun werkgevers te bedienen. In het gangetje bij de eetkamer zijn spiekbriefjes – kopieën van de originele papieren uit het in Tresoar bewaarde familiearchief - voor het personeel opgehangen: zo konden ze vlak voor het opdienen van gerechten nog snel even kijken waar op de tafel de bereide patrijs moest komen te staan.

Belevenis

Het Eysingahuis ging twee jaar geleden, tijdens Leeuwarden Culturele Hoofdstad, na een flinke restauratie weer open voor publiek. De statige woning was tot 2013 onderdeel van het Fries museum, maar kwam leeg te staan na de verhuizing naar het Wilhelminaplein. Een bezoek aan het Eysingahuis is tegenwoordig wel heel anders dan toen het Fries museum er nog gevestigd was. Naast het mogen aanraken van zo’n beetje al het interieur, spelen ook tientallen vrijwilligers een grote rol in de belevenis van de bezoekers van het museumhuis.

,,Onze vrijwilligers zijn geen suppoosten die een kaartje doorknippen bij de kassa of die groepen mensen rondleiden”, vertelt Feddema. ,,Nee, de vrijwilligers wekken het huis tot leven door spelletjes te doen, te gaan bloemschikken of door koekjes te bakken in de keuken. Als dan de heerlijke geur van die koekjes zich door het huis verspreidt, voelt het voor bezoekers meteen veel huiselijker. Mensen worden ook uitgenodigd om even te gaan zitten. We merken dat bezoekers dat lastig vinden, omdat ze het niet gewend zijn in een museum.”

Als ik blokfluit sta te spelen, hoor ik vaak van de mensen dat het voor hen voelt alsof ze in een tijdmachine naar vroeger zijn gestapt

Een van de vijftig vrijwilligers is Jessica Drost, die altblokfluit speelt in de oude salon van de familie Van Eysinga. Bezoekers van het museumhuis kunnen daar een bakje koffie of kopje thee krijgen en een spelletje spelen. ,,Als ik blokfluit sta te spelen, hoor ik vaak van de mensen dat het voor hen voelt alsof ze in een tijdmachine naar vroeger zijn gestapt”, zegt Drost met een grote glimlach. ,,Die reacties vind ik erg leuk. Ik heb ook gezocht naar muziek die aan het einde van de achttiende eeuw werd gespeeld: Händel, Beethoven, Mozart.”

Geen toneelstukje

De vrijwilligers van het Eysingahuis lopen niet verkleed door de vele kamers heen, want volgens Feddema en Drost is het niet de bedoeling om er een toneelstukje van te maken. ,,Dat zou ook alleen maar afleiden van waar het hier echt om gaat: het huis zelf. Dat is waar mensen van moeten genieten”, zegt Drost, die zelf ook geniet van haar vrijwilligerswerk in het Eysingahuis. ,,Ik ben sowieso erg geïnteresseerd in geschiedenis, kan mijn liefde voor muziek hier kwijt en vindt het contact met de andere vrijwilligers en zeker ook de bezoekers erg fijn.”

Jong, oud, Fries, niet-Fries of uit het buitenland; zij horen hier het verhaal over de familie Van Eysinga, maar vertellen aan ons ook hun eigen levensverhaal

De huiselijke sfeer heeft volgens Drost ook nog een ander voordeel: bezoekers voelen zich er snel thuis en vertellen daardoor ook meer over zichzelf. ,,Er komen hier zoveel verschillende mensen over de vloer, die allemaal weer een andere achtergrond hebben. Jong, oud, Fries, niet-Fries of afkomstig uit het buitenland; zij horen hier het verhaal over de familie Van Eysinga, maar vertellen aan ons ook hun eigen levensverhaal. Over dingen die ze interessant vinden, gebeurtenissen die ze in hun leven hebben meegemaakt en ook over ziektes.”

Onlangs raakte Drost in gesprek met een kunsthistorica die helemaal onder de indruk was van een lamp in de oude woonkamer van het Eysingahuis. ,,Dat bleek een echte Muranolamp te zijn. Zij kon precies uitleggen hoe je die kunt herkennen. En laatst was hier een oude meneer uit Amsterdam, die was gefascineerd door het marmer in de gang. Hij vertelde dat hij als jochie altijd steengruis moest halen, omdat daar het marmer mee werd gepolijst. Ik zag hem in gedachten al lopen met die zware zakken door de straten van Amsterdam.”

Altijd anders

Het grote enthousiasme onder de vrijwilligers zorgt ervoor dat er eigenlijk altijd wel voldoende mensen beschikbaar zijn om een dagdeel aanwezig te zijn. ,,En het leuke voor de bezoekers van het museumhuis is dat de beleving bijna altijd anders is”, stelt Feddema. ,,Het hangt er namelijk maar net van af welke vrijwilligers er op dat moment aanwezig zijn. Om te voorkomen dat het hier te druk wordt en mensen niet genoeg aandacht krijgen, hebben we er sinds deze zomer voor gekozen om niet meer dan twee gezelschappen tegelijkertijd te ontvangen.”

Zij kunnen ronddwalen door stijlvol ingerichte kamers op de beletage, maar ook door de werkvertrekken van het personeel in het souterrain: zoals de mangelkamer waar de was werd gedroogd en de grote keuken waar ooit het eten werd bereid. In het souterrain zijn ook de 400 jaar oude fundamenten van het Vegelinhuis te zien, dat Van Eysinga liet slopen om plaats te maken voor zijn imposante stadsvilla. En in de woonkamer staat een pruik gemaakt van jakhaar, die eind achttiende eeuw door de heren van stand in het openbaar werd gedragen.

Ik vond het geweldig, vergaapte mij aan al die mooie kamers en weet nog dat ik helemaal onder de indruk was van het poppenhuis dat hier stond

Ook Feddema loopt nog dagelijks vol verwondering rond door het gebouw waar ze als klein meisje al door gefascineerd raakte. ,,Op woensdagmiddag kon je gratis naar het Fries museum en in mijn herinnering ging ik daar in mijn eentje naartoe. Wij woonden hier vlakbij in de stad en ik ging dan vrolijk huppelend naar het museum. Ik vond het geweldig, vergaapte mij aan al die mooie kamers en weet nog dat ik helemaal onder de indruk was van het poppenhuis dat hier stond. Het is wel bijzonder dat ik uitgerekend hier terecht ben gekomen.”

Feddema is blij dat de deur van het Eysingahuis niet op slot ging nadat het Fries museum eruit vertrok. Het is er altijd een komen en gaan van mensen geweest en dat is, door de nieuwe bestemming die Vereniging Hendrick de Keyser het pand heeft gegeven, zo gebleven. ,,En we merken dat meer mensen inzien hoe bijzonder deze plek is. Het huis is ook beschikbaar voor feesten, lunches en bruiloften. Voor de coronacrisis hadden we wekelijks boekingen. Er is nog volop leven in en rond het Eysingahuis. Dat is dankzij al die bezoekers en onze trouwe vrijwilligers.”

Lees ook de andere delen van onze Staten en Stinzen-serie:

Staten en Stinzen: Het Ald Slot in Wergea krijgt weer wat warmte en liefde

Staten en Stinzen: De wonderlijke geschiedenis van de Schierstins in Feanwâlden

Staten en Stinzen: Op het Poptaslot komen passie en traditie samen

Staten en Stinzen: In Oranjewoud is de stilte bijna hoorbaar

Staten en Stinzen: Schatzoeken in familiehuis Voormeer

Staten en Stinzen: Wonen, werken en genieten op Dekema State

Staten en Stinzen: Boschoord, alsof je uit logeren bent bij de barones

Staten en Stinzen: Familie Lutz is altijd bezig in notarishuis en privépark

Staten en Stinzen: Fogelsangh State in Veenklooster is een dierbaar familiehuis

Nieuws

Meest gelezen